De Bloedpoort deel 6

De niet-geslaagde gok van Weber

Na enkele mislukte pogingen van H.G. Weber, drogist en tevens eigenaar van de ‘Bloedpoort’, om het hofje aan de gemeente te slijten, werden de huisjes successievelijk onbewoonbaar verklaard. Weber speelde een hoog spel en dacht de gemeente te slim af te zijn In de twintiger jaren van de vorige eeuw was een brede verkeersweg door het dorp aangelegd. Het betrof de Jurriaan Kokstraat. Daarvoor moest destijds onder meer de oude Heemraadstraat worden doorkruist en alles wat daartoe ter plekke behoorde, gesaneerd. Die Heemraadstraat liep vroeger namelijk vanaf de Badhuisstraat vrijwel rechtoe rechtaan door naar de Marcelisstraat. De Heemraadstraat kwam aan in de Marcelisstraat bijna tegenover de plek waar aan de overzijde de Werfstraat in de Marcelisstraat uitmondt. Exhorbitante vraagprijs Weber ging er steeds van uit dat na de aanleg van de Jurriaan Kokstraat en de daarmee gepaard gaande woningbouwplannen óók de ‘Bloedpoort’ ten dele of in haar geheel zou moeten wijken. Hij baseerde dan ook daarop de verkoopprijs van zijn hofje. Een gemeentelijke directeur sprak in dat verband in een brief aan de gemeenteraad van een exhorbitante prijs (f. 32.000.-) en verstrekte op grond hiervan een negatief advies. Met zijn niet-haalbare voorstellen leek Weber intussen bepaalde ontwikkelingen rond de geplande nieuwbouw langs en bij de Jurriaan Kokstraat en de Heemraadstraat te stagneren. Onteigeningsprocedure Helaas voor Weber zou het tracé van de Jurriaan Kokstraat en de daaraan verwante bouwplannen gaan scheren langs het gebiedje waarop onder meer de ‘Bloedpoort’ was gebouwd. De gemeente trok een lange neus en startte een onteigeningsprocedure; voorlopig deed ze verder niets. Een forse reeks huisjes in de ‘Bloedpoort’ – Weber sprak in zijn brief over een aantal van 46 – werd nog steeds bewoond en de bewoners ervan maakten vooralsnog geen aanstalten om te vertrekken. De redenen hiervoor werden ten dele al eerder genoemd. Desinfecteren Maar omdat de nog steeds daar wonende gezinnen en alleenstaanden door de gemeente werden aangemerkt als probleemgevallen wachtte hen bij vertrek vrijwel zeker – naast de al genoemde financiële consequenties – nog een bijkomstige onplezierige aanpak. Want wanneer men in de ogen van de gemeente uit een wat twijfelachtige buurt kwam en op enig moment in aanmerking zou kunnen komen voor een gemeentewoning, diende men zich te onderwerpen aan een desinfecteringsproces. Men moest zich daarvoor melden bij een adres aan de Haagse Parallelweg. Daar moest ieder gezinslid zich dan van zijn kleding ontdoen waarna vervolgens iedereen (behalve het gezinshoofd die een andere behandeling kreeg) door wasvrouwen werd ingezeept en geschuierd. Na die wasbeurt werd men naar een verwarmde kamer geleid waarbij men wél een kamerjas kreeg aangereikt. De eigen kleding werd intussen elders gereinigd en gewassen. Het meubilair werd op diezelfde dag naar een werkplaats van de gemeentereiniging gebracht om daar met gas te worden ontsmet. Dit alles duurde etmaal en men overnachtte daarom in het complex aan de Parallelweg. Angst voor de ‘Zomerhof’ Voorafgaand aan het betrekken van een nieuwe woning moest een gezin of een alleenstaande eerst voor een verblijf van enkele weken naar een complex dat de ‘Zomerhof’ heette. Dit werd aan één zijde begrensd door de Haagse Troelstrakade. In 1920 werd door de Haagse Gemeenteraad besloten tot de bouw van dit complex woningen; het werd in 1923 in gebruik genomen. Het betrof controlewoningen die bestemd waren voor zwak sociale gezinnen... ‘... welke in het belang eener behoorlijke exploitatie niet in een normale gemeentewoning konden worden opgenomen.’ Het ging bijvoorbeeld om mensen die door huurschulden, wangedrag of onteigening door huiseigenaren uit hun woningen waren gezet. Omdat er in Den Haag en Scheveningen op grote schaal werd gesloopt – en dit óók in buurten waar sociaal zwakkere gezinnen of personen woonden – diende de gemeente een mogelijkheid te creëren voor de opvang van dergelijke gezinnen, kortdurend of langdurig. Gesloten bebouwing Het complex betrof een gesloten bebouwing in carré-vorm. Het omvatte 106 woningen die waren onderscheiden in drie categorieën: een eerste, een tweede en een derde klasse. Men kon bij goed gedrag en behoorlijke bewoning van het aangeboden huis doorstromen van de derde naar de tweede en vervolgens van de tweede naar de eerste klasse. De woningen van de eerste klasse maakten eveneens deel uit van het geheel maar lagen aan de buitenzijde van het complex aan de openbare straat. Een ieder kon vrij gaan en staan waar hij of zij wilde. De woningen van de beide andere klassen lagen binnen het complex. Het wijkje bevatte een hoofdgebouw met een toegangspoort en een portiersloge. Iedereen die binnen het complex woonde werd gecontroleerd op vertrek en komst. Slechts binnen bepaalde tijdslimieten mochten buitenstaanders bij bewoners bezoeken afleggen; verder was het bezit van alcohol ten strengste verboden. Al met al geen prettig vooruitzicht. Dan maar liever in de ‘Bloedpoort’ blijven...
© Piet Spaans 2014 historisch publicist en auteur Den Haag Holland http://nl.wikipedia.org/wiki/Piet_Spaans
<< Vorige Volgende >>
...home Geplaatst op 09-06-2014 en 577 keer gelezen Like dit 445 Liked