Deel 1 Deel 2 Deel 3 Deel 4 Deel 5

Martijntje en de P.T.T.
in 5 delen

Een dorpsroman

De roman Martijntje zal ongetwijfeld niet bij velen te Scheveningen in hun boekenverzameling worden aangetroffen. Weliswaar gaat het om een puur Schevenings boek – een dorpsroman – maar op het moment waarop het verscheen had Scheveningen wel andere zaken aan het hoofd dan het kopen van boeken. Los daarvan waren Scheveningers van oudsher niet zulke kopers van boeken en zeker niet waar het romans betrof. In de tijd waarin deze roman verscheen doemden voor de Scheveningers de eerste voortekenen op van een toekomstige evacuatie terwijl niet al te lang daarna de meesten dorpelingen daadwerkelijk hun biezen moesten pakken op bevel van de Duitse bezetters. Het was dus oorlog toen Arend Tael, het pseudoniem van Arie Pieter Krul, zijn boek over een Scheveningse visser en zijn vrouw Martijntje presenteerde. Maar wie was deze man nu werkelijk en waarover ging zijn boek?

Kennis van zaken

Arie Pieter Krul werd op 10 april 1901 te Scheveningen geboren. Zijn vader was Pieter Krul, een wagen- en rijtuigmaker die zijn werkplaats had in de plaatselijke Marcelisstraat; zijn moeder was Jacomina Krul-Roeleveld. Deze stamde uit een vissersgeslacht, mogelijk een verklaring voor de belangstelling van haar zoon Arie Pieter voor alles wat met Scheveningen had te maken. Krul werkte vóór de Tweede Wereldoorlog en tijdens de oorlogsjaren als employé van de P.T.T. op een Schevenings postkantoor. Dit zal later nog uitdrukkelijk blijken. Na een kort huwelijk en een scheiding hertrouwde hij op 6 januari 1932. Zijn tweede echtgenote was de op 15 mei 1901 geboren Maria Schüster, afkomstig uit Schönbach, een plaatsje dat lag in het Duitstalige gedeelte van het oude Tjechoslowakije. Maria Schüster vertrok al jong als hulp van een joodse familie samen met dit gezin vanuit haar geboorteland naar Antwerpen; vervolgens kwam zij in 1930 met deze familie naar ons land.

In Nederland

Het gezin en hun hulp vestigden zich te Scheveningen; Hier ontmoette Arie Pieter Krul, zoals nogal wat andere Nederlandse mannen in die jaren, zijn Duitse partner. Veel Duitse meisjes trokken namelijk in de crisisjaren de Nederlandse grens over om hier als hulp in de huishouding aan de slag te gaan; Maria Schüster was een van hen. Het valt niet te ontkennen dat bij de inval van de Duitsers – en ook erna gedurende de oorlogsjaren – de rol van de uit Duitsland afkomstige meisjes van grote invloed is geweest op de houding van de mannen waarmee zij trouwden of intussen getrouwd waren jegens de Duitse bezetters. Bij Arie Pieter Krul zal dit eveneens het geval zijn geweest al kon dit niet worden nagevraagd. Hij overleed zeer kort na de bevrijding in 1945.

Prijswinnaar

In het Maandblad der Nederlandsch-Duitsche Kultuurgemeenschap van juni 1943 – het betreft hier een Duits georiënteerde instelling gedurende de jaren van de Tweede Wereldoorlog – komt een artikel voor dat handelt over de uitreiking van de Nederlandsche Literatuurprijs 1942. Het bewuste artikel noemt als winnaar onder meer Arend Tael (A.P. Krul); een foto toont hem samen met andere winnaars. Hij werd onderscheiden vanwege zijn boek Martijntje dat bijzonder goed aansloot op het toenmalige denken van de Duitsers en op hun cultuur. Het volkseigene van de Scheveningse visserman en zijn gezin werd in het boek duidelijk uitgelicht en de rol van de vrouw – bij en in het Duitse denken de bron van alle leven – boven alle lof verheven. Daarnaast kreeg in het boek ook het Schevenings dialect een eigen plaats. Al met al voor de Duitsgezinde Kultuurgemeenschap reden genoeg om de Scheveninger Arie Pieter Krul te publiekelijk te lauweren.

Fout?

Het in die periode accepteren van een prijs als voornoemd kan niet anders worden uitgelegd dan als een vorm van collaboratie en van een heulen met de vijand. Vanaf dat moment zal Krul in de ogen van zijn medeburgers ‘fout’ zijn geweest en door hen zijn aangemerkt als zijnde een lid van de duitsgezinde N.S.B. Het is niet geheel duidelijk of dit al dan niet waar is geweest; bij het NIOD is Krul niet teruggevonden in de ledenlijst van de N.S.B. maar dat zegt niet zoveel. Zoals over zoveel zaken in die jaren lag ook daarover een waas van onduidelijkheid. Want hoe dan ook, terwijl anderen niet meer naar buiten traden omdat het schrijven en publiceren slechts mogelijk was wanneer men lid was van een door de Duitsers ingestelde Kultuurkamer, verscheen in 1943 – opnieuw onder de schuilnaam Arend Tael – een dubieus gedichtenbundeltje met de titel Schevelings Prentebook. Later meer daarover: eerst de feiten die de ‘foute’ houding van Krul lijken te bevestigen. Want zo er eerder nog sprake kon zijn van iemand die dwaalde in onwetendheid, het argument werd ontkracht toen in mei 1944 – op het moment waarop bij een ieder ten aanzien van de Duitsers de schellen van de ogen waren gevallen – Arend Tael in De Schouw, een officieel orgaan van de Nederlandsche Kultuurkamer, twee van zijn gedichten liet afdrukken.
© Piet Spaans 2011 historisch publicist en auteur Den Haag Holland http://nl.wikipedia.org/wiki/Piet_Spaans Volgende >>
...terug ...home Geplaatst op 07-05-2013 en 478 keer gelezen
Like dit 216 Liked