Aan de dood ontsnapt

Wanneer het een paar dagen flink heeft gestormd, spoelen er op het strand soms interessante spullen aan. Daarom gaat men vaak na een flinke storm strandjutten. De herfst was net begonnen. Het had de afgelopen dagen flink gestormd en geregent. Die woensdagmiddag was de storm geluwt. Als kind vonden we het vroeger erg leuk om op onze vrije woensdagmiddag op het strand te spelen, maar zeker na een zware storm als we allerlei interessante dingen konden vinden. Zo ook vonden die woensdagmiddag in september van het jaar 1969, nu ongeveer 33 jaar geleden een heel spannend geval. Ga je mee Jo even kijken of we nog iets leuks kunnen vinden op het strand, heeft lekker gestormd vannacht. Is goed Dik even mijn fiets pakken. Samen fietsten we naar het strand. Na een tijdje tussen de rommel te hebben gezocht, viel ons oog op een bos touw. Hé Dik, zullen we een vlot bouwen, met al dat touw kunnen we wel iets moois maken, Dik vond het wel een goed plan en snel gingen we aan de slag. We sleepten grote planken, pallets en piepschuim naar de waterlijn en knoopte alles goed aan elkaar vast. We hadden wel eens vaker een vlot gebouwd, maar dan met lege olievaten. Met dat vlot, pendelden we dan samen door de haven van Scheveningen, zonder te beseffen dat we niet konden zwemmen. Maar nu we inmiddels konden zwemmen, hadden we besloten om de zee op te gaan. dit leek ons veel echter, in onze fantasie zagen we ons al dobberen langs de kust, als echte zeelui. Na een paar uur bouwen merkten we tot onze stomme verbazing dat het water ging zakken. Het werd eb. We hadden helemaal niet opgelet, we dachten dat het water nog hoger zou worden, maar nee hoor, ons vlot stond net als de ark van Noach op het droge. "Wat nu" zei Dik en nadat hij tevergeefs geprobeert had een van de hoeken van het vlot op te tillen. "Dit krijgen we nooit meer in het water". Slepen dat gaat misschien wel zei Jo, en inderdaad een halve meter, maar verder niet, het vlot werkte als een soort bulldozer en groef zich steeds dieper in het zand. "Ben kapot, lukt niet" zei Jo en liet zich languit in het zand vallen. Wat nu, ja wat nu, we moeten iets ronds zien te vinden om het vlot te kunnen laten rollen, dan graaft het vlot zich niet zo in. Na een tijdje zoeken vonden we een mooie ronde cilinder van ongeveer 90 cm lang en 15 cm dik. Het was wel een zwaar geval en zat helemaal onder het zeewier. We sleepte het geval naar het vlot toe. Maar ook dit werkte niet, de cilinder wilde niet rollen, "komt door het zeewier" zei Jo en begon ijverig met een stuk glas de cilinder schoon te krabben."Kijk Dik er staan allemaal letters op zie jij dat ook, ik kan het niet lezen 't is Engels geloof ik, en ook het luikje krijg ik niet open, wat zou erin zitten?" We wisten het allebei niet. Maar de cilinder was ondertussen aardig schoon geworden en we waagde maar weer een poging maar ook die mislukte. De cilinder was te zwaar en zakte in het zand weg. Teleurgesteld zaten we op het vlot naar de horizon te staren. Daar ging ons zeereisje. Opeens zei Jo "hoe ver kan jij dit geval gooien Dik", en haalde de cilinder onder het vlot vandaan en slingerde hem een paar meter weg. "Veel verder dan jij natuurlijk" zei Dik en greep de cilinder stevig vast en gooide met alle kracht op het zand. Hij kwam niet verder dan Jo. Nog eens gooide Dik en nu leek het dat hij verder gooide als Jo. "Hé kijk, het luikje schiet open", we liepen snel naar het geval toe en konden er nu eindelijk in kijken. "Allemaal koper Jo" zei Dik "dat gaat ons aardig wat geld opleveren, kom op, we gaan hem bij jou in het pakhuis slopen". We sleepte het geval naar onze fietsen en bonden hem vast en reden over de kinderhoofdjes, lekker hobbelend naar het pakhuis in de Korbootstraat. Langs de haven fietsend, zagen we een marineschip liggen, omdat dit in die tijd zeldzaam was gingen we natuurlijk even een kijkje nemen. We stonden samen het schip te bewonderen en vonden het wel een superslank bootje. We wilde net op onze fietsen stappen om verder te gaan toen er een man van het schip afkwam met van die glimmende gouden dingentjes op zijn jas. Hij begroette ons, keek naar het geval achterop onze fiets en gooide snel zijn sigaret weg, en zei tegen ons "daar zal ik maar gauw mee naar de politie gaan als jullie was, ik denk dat het een dieptebom is". Een BOM !! we keken elkaar onthutst aan en besloten om de bom maar niet te gaan slopen, maar deze maar naar de politie te brengen. We gingen op weg naar de Duinstraat, maar nu lopend naast de fiets zo zachtjes mogelijk elk kuiltje en hobbeltje ontwijkend en ik hoor het Dik nog zeggen "Met het luikje naar achteren Jo, kan ons niks gebeuren, als die afgaat". Bij het politiebureau aangekomen liepen we samen met de bom naar binnen. Wat we toen meemaakte zie we nog steeds voor ons. De agent van het bureau zat achter een soort schuifraam,toen wij binnen kwamen. De agent schrok zo dat zijn pet los van zijn hoofd kwam, echt waar, hij liep snel om en nam de bom van ons over en bracht hem naar een zandkuil achter het politiebureau. Toen hij later onze namen noteerde zat hij nog steeds te beven als een rietje. De agent vond deze vondst zo bijzonder en melden dit aan de plaatselijke krant. Ik weet nog dat we dit stoere verhaal, natuurlijk aan al onze vriendjes wilde laten zien. Daarom hadden veel gezinnen die avond in Scheveningen niets te lezen, omdat wij overal de krant uit de bus hadden gehaald. Nu, vele jaren later en ik al tikkende terug denk aan die dag, en ik bedenk wat er had kunnen gebeuren als wij die bom hadden gesloopt, ben ik nog steeds dankbaar dat HIJ ons toen bewaard heeft.
...terug ...home Geplaatst op 22-12-2001 en 666 keer gelezen
Like dit 247 Liked