Door de ogen van een kind.

Het was in de nazomer van 1944 en in mijn herinnering scheen de zon iedere dag. Elke dag speelden wij op straat, want er was weinig of geen verkeer en in onze straat woonden nog slechts enkele gezinnen. De Scheveningse bevolking was voor een groot deel geëvacueerd, hetzij naar Aalten of Ermelo. Wij woonden toen in de Soetensstraat, een zijstraat van de Stevinstraat. Aan het eind van de Soetensstraat was de Seinpoststraat met zijn kanaal en de kolenschepen van Hoos. Het was voor kinderen daar heerlijk om te spelen. 'S Avonds na het "eten", als dat er tenminste was, wandelden we vaak via de Nieuwe Parklaan naar het Westbroekpark. Ter hoogte van de Cremerweg stonden grote villa's, waarin hoge Duitse officieren waren ondergebracht. Er stonden daar steevast Duitse schildwachten, jonge jongens met een groot geweer aan de schouder. Ik was daar altijd van onder de indruk. Deze soldaten betekenden voor mij de oorlog. Toen ik daar op een avond wandelde met mijn moeder en zusje groette een jonge soldaat ons met de woorden "goedenavond" Verrast keken wij de man aan. "Een Duitser die Nederlands sprak?" Mijn moeder raakte met de man aan de praat en al spoedig bleek het een 18-jarige jongen uit Brabant te zijn. Mijn moeder liet hem duidelijk merken dat zij het er niet mee eens was dat hij het uniform van de vijand droeg. Haar drie oudste zonen waren immers weggevoerd naar Duitsland! Er ontstond in de loop der tijd tussen mij en soldaat Jan een vriendschap. Misschien zag hij in mij een klein broertje dat hij thuis had moeten achterlaten. Jan maakte voor mij een toeter uit de bast van een wilgentak, zelfs het mondstuk sneed hij uit dit hout. Ik was daarvan diep onder de indruk. Met presentjes, samen sprinkhanen vangen in het hoge gras en het opgeven van raadseltjes liet hij mij merken dat hij het fijn vond dat ik bij hem was. Ik was er in mijn hart toch wel trots op dat ik zoveel aandacht kreeg van een heuse soldaat. Toen ik na enkele weken weer met moeder en zusje 'avonds over de Nieuwe Parklaan wandelde, stond Soldaat Jan daar weer op wacht. Ik zag dat hij er nu anders uitzag. Hij was bleek en keek verdrietig. Toen hij met mijn moeder sprak zag ik, dat hij huilde. Ik zag de tranen op zijn wangen. Ik hoorde dat hij naar het Oostfront moest om daar te vechten. Na enige tijd brak mijn moeder het gesprek af en wij liepen door. Ik begreep niet wat er aan de hand was, maar voelde instinctief dat het iets ergs moest zijn waar soldaat Jan voorstond. Ik hoorde mijn moeder zuchten: "Arm schaap, waar ben je aan begonnen". Ondanks het grote verdriet dat zij haar drie oudste zonen hadden afgevoerd naar Duitsland veroordeelde zij deze jongen niet. Jan is nog vaak in mijn gedachten en ik blijf mijn verdere leven met een aantal vragen zitten. Waarom had hij deze keus gemaakt? Uit puur onverstand of op zoek naar avontuur? Of had hij een strafbaar feit gepleegd (tenslotte liep in de oorlog iedereen voor eten te pikken) en werd hij door de Duitsers voor de keus gesteld, de gevangenis in of dienst nemen in het glorieuze Duitse leger? Een antwoord op deze vragen zal ik, wel nooit krijgen. Zou hij zijn teruggekeerd uit de hel van ijs en sneeuw en als hij nog leeft, zal hij zich mij dan nog herinneren? Dat kleine blonde jongetje van 7 jaar die zo tegen hem opzag? 'TH Zal wel niet. Toch, wanneer mensen over de oorlog schrijven of praten gaat het meestal over de dapperen, die hun leven in de waagschaal stelden voor God, Koningin en Vaderland. Dit is volgens mij niet het héle verhaal over deze vreselijke oorlog, die miljoenen mensen het leven heeft gekost. Deze tijd heeft ook gewone, goede mensen, die niet zoveel durfden, voor hun leven beschadigd. Daarom blijf ik ook die Brabantse jongen in zijn Duitse uniform zien als mijn vriend. Leen de Kraa
...terug ...home Geplaatst op 29-11-2003 en 663 keer gelezen
Like dit 218 Liked