Uit het leven gegrepen

Eens in de zoveel tijd brengen mijn vrouw en ik een bezoekje aan het kerkhof waar veel Scheveningers liggen begraven. En dat is het enige wat wij uit onze jeugd hebben overgehouden. Een kerkhof heeft iets, er hangt er een zekere rust. De mensen zijn er ineens weer mensen en men praat weer tegen elkaar. Misschien omdat ze hun meeste dierbare opzoeken. Ook deze zondag brachten we een bezoekje, na zeker er een jaar of twee niet te zijn geweest. Het viel me op dat het enigszins verwaarloosd was sinds de laatste keer. De paardebloemen stonden er rijkelijk bij en het gras kwam tot mijn kuiten. Gearmd en zwijgend liepen we over het pad. De familiegraven, waarvan de meeste er goed verzorgd bij lagen, ging over in... Plots kwamen we voor een groen bord met witte letters tot stilstand. Het viel mij op dat tegenwoordig deze borden driekeer zo groot waren. En met een brok in mijn keel, las ik. Door wettelijke bepalingen, worden deze graven per ..... opgehaald. Gedachten van onvrede en een rilling draafde door mijn lichaam. Ik bedacht dat als mijn liefste nu begraven zou worden, ik haar over vijftien jaar niet meer zou kunnen bezoeken. Ik liet mijn blik over de ingevallen graven gaan en zag dat er vele pas nog bezocht waren. Ik heb diep in gedachten moeten zitten en niet gemerkt dat mijn vrouw zich van me had losgemaakt. Terwijl zij en ik de nieuwe graven van het afgelopen jaar aan het bekijken waren, kwam er een oude man leunend op zijn stok aanlopen. Zijn begeleidster droeg het bosje bloemen wat zij bij het stalletje aan de ingang hadden gekocht. 'Wat is het gras hoog, ze zijn het zeker vergreten te maaien', zei hij. Een moment keek ze hem aan, maar gaf geen antwoordt. 'Ik ga even water halen, ik kom zo', zei ze. De oude man knikte en bleef voor een graf staan. Met gebogen hoofd en handen samen gevouwen, staarde hij naar de steen. 'Dag Knier, ik kon niet eerder bij je zijn. Jannie heeft me gebracht, ze is wat water gaan halen voor de bloemen, daar houd je toch zo van?''Zo pa, hier heb ik wat water. We zullen de steen ook maar meteen wat opknappen.' De oude man keek haar verdrietig aan en probeerde een traan op zijn wang voor haar te verbergen. Draaide zijn hoofd, keek haar droevig aan en zei. 'Liggen er maar twee in dit graf of heeft die andere geen steen?' 'Ik weet het niet, misschien liggen er hier maar twee', antwoordde ze, en keek vluchtig achterom. Buiten en paar de zingende vogels, werd het opeens beduidend stil. Maar toen ik wilde doorlopen, kuchte hij en zei. 'Dan moet ik maar gauw gaan, dan kan ik er nog bij.' Ik wilde er me niet mee bemoeien en deed net of ik bij het graf ernaast moest zijn. Maar door zijn bedeesde stem, keek ik op en zag hem bedenkelijk staan. Triest keek hij naar het graf en weer tipte vluchtig een traan weg. 'Die plant heeft Bert zeker neergezet, hij is niet van ons', zei Jannie die dorren bladeren ervan weg kneep. De oude man die zijn verdriet niet aan haar wilde tonen, vroeg plomp verloren. 'Ze kunnen me toch wel hier bij haar neerleggen, die plaats is toch nog vrij?' 'Ja, dat kan vast wel', zei ze zonder op te kijken. 'Misschien zijn er alleen nog maar wat botten van haar over als ik kom', ging hij verder. Een moment bleef ik diepgetroffen staan, maar besloot dan om verder te lopen. Even verderop bekeken mijn vrouw en ik de stenen van de nog niet zo oude graven, toen een man naast me zei. 'Ze heeft een mooie leeftijd gehaald hé?' Even begreep ik niet wat hij bedoelde, maar toen ik naar de steen keek, zag ik dat ze 102 was geworden. Ik zelf ben niet een kei om zulke mensen te woord te staan. En ik zei dan ook onbezonnen. 'Daar wil ik voor tekenen, maar dan in een goede gezondheid.' 'Ik ben ook al 78,' ging hij verder. 'Ze heeft altijd hard gewerkt. Ze liep wat af met haar handel vis. Twee wereldoorlogen heeft ze meegemaakt. Ik zelf ben in de tweede wereldoorlog 5 jaar in Engeland geweest. Ik voer op een mijnenveger. Van de 40 man zijn er maar tien vanaf gekomen.' Aandachtig luisterde ik naar zijn verhaal en moest het jammer genoeg afbreken. Niet dat ik haast had, nee dat niet, maar gewoon dat ik aan veel gebeurtenissen van vroeger terug moest denken. Bij terugkeer stond de oude man nog liefdevol bij het graf van zijn vrouw en praatte nog steeds tegen haar. Hoeveel hij haar miste en dat hij zo graag bij haar wilde zijn. Zo stil mogelijk liepen we verder. Van opzij keek ik naar mijn vrouw en was dankbaar dat ik haar nog bij me had. Ze stak haar arm door de mijne, pakte mijn hand, kneep erin en stak hem samen in mijn jaszak. Ze lag haar hoofd een moment tegen mijn schouder en zei. 'Je hebt geen religie nodig om tot bezinning te komen. Als er een God bestaat, dan zal hij of zij voor ons ook wel stoel hebben,' ze kwam eens klap tot stilstand, wees naar de graven en zei. 'Hier kijk nou, de meeste hebben groen uitgeslagen stenen. Dat is toch wel veelzeggend,' stapte op één van de velen niet meer bezochte grafstenen en las. 'Hier rust mijn lieve man vader en opa, wel verloren, maar niet vergeten,' keek me wijzend naar de nauwelijks leesbare letters vragen aan en zei. 'Gelukkig komen wij ze af en toe een bezoekje brengen, waar of niet waar, zei ze glimlachend?' Ik moest erom lachen en zei. 'Zo kan die wel weer, maar je hebt volkomen gelijk. Kom, ik heb trek in koffie gekregen', en tevreden liepen we de Kerkhoflaan af. Einde. D.Bal
...terug ...home Geplaatst op 25-01-2004 en 653 keer gelezen
Like dit 221 Liked