Deel 1 Deel 2 Deel 3 Deel 4

Aai Afhouder van Scheveningen.
in 4 delen

Als of hij nooit anders gedaan heeft springt Aai behendig van basalt blok naar basaltblok die onder aan de Koppes [havenhoofden] liggen, tot hij op een vlak liggend blok bij het water is beland. Op zijn knieën zittend kijkt hij tussen twee basaltblokken door het heldere water in. Daar zouwe wel is grote krabbe tussen kenne zitte denkt Aai, en hij begint een kloen [Bol] boetkatoen dat om een stokje gedraaid zit af te wikkelen. Eerst de vislijn maar es klaar make denkt Aai en hij haalt een lap uit zijn broekzak waar in een onder lijntje met drie vishaken zit op geborgen. Hij bind de onderlijn stevig aan het uiteinde van de kloen boetkatoen en een roestige moer aan het einde van de vislijn gebonden completeert zijn vislijn. Dan haalt hij drie gekookte garnalen die hij gisteren op de Visafslag gepikt heeft uit zijn broekzak pelt ze handig uit hun jasje en prikt ze op de scherpe punten van de haken. Wikkelt dan de boetkatoen van de klos af en legt het zig zag neer op het grote blok rots waar hij vissende is. Als hij denkt dat er genoeg lijn ligt pakt hij de onderlijn aan de bovenkant beet draait die boven zijn hoofd ronden laat de lijn los, en met een sierlijke boog verdwijnt de lijn een eind verder de zee in. Zo denkt Aai nou 'oof ik allenig nog maar un paar scholletjies te vange en we 'ebbe murrege 'ebakke vis bij 'et ete daar zal moe blij mee weze.En mog ik niks vange dan ken ik altijd nog om een uur of vier naar de Visloods gaan om een paar vissies te jatte [stelen] as de Schokkers binne komme 'iettan? Zorgvuldig steekt hij het stokje van de vislijn in een spleet tussen de keien. Pakt daarna nog een lijntje met een moer uit zijn zak en bind er een Capsule van een melkfles aan en laat de Krabbelijn zo als hij die noemt in de spleet tussen de keien zakken waar hij vermoed dat daar grote krabben zitten. Even later ziet hij een grote krab tussen de stenen door op de Capsule af komen waggelen, met zijn grote scharen pakt de Krab de Capsule beet, en probeert tussen de stenen weg te glippen. Aai die ingespannen zit te wachten hijst de krab snel omhoog, als de Krab boven is probeert hij de Krab er toe te bewegen de lijn los te laten door hem aan een van zijn achterste poten te trekken. Als de krab de lijn met veel tegen stribbelen heeft los gelaten , laat Aai de lijn weer in de spleet zakken. Terwijl de Krab die hij net gevangen heeft probeert zo snel mogelijk in het water terug te komen.O ben je 'ier Aai? vraagt Teun Aai,s vriendje die de ijzeren trap die in de muren van de Koppes zitten komt afklimmen. Kik je 'eb beet Aai, schreeuwt Teun opgewonden wijzend naar de vislijn die trillend strak gespannen staat.Aai schiet naar de lijn toe en begint die snel binnen te halen vol spanning kijken de twee jongens toe.Dan komt de eerste haak boven water met daar aan een mooie dikke klapperende Schol die zich om de lijn krult proberend om zich van de haak los te wurmen. Als hij de lijn verder naar binnen haalt komt er een behoorlijke Schelvis boven water en de laatste haak is leeg. Aai pakt zijn rode zakdoek uit zijn zak en doet er de twee vissen in knoopt dan de vier punten aan elkaar vast, en legt zijn vangst op de steen terug.Prikt daarna twee garnalen op de lege haken en zwiept de lijn boven zijn hoofd draaiend de zee weer in. Als hij zo vissend een aardige zooitje vis heeft gevangen en zijn zakdoek helemaal vol is, er kan ook geen visje meer bij.Begint hij zijn visgerij op te bergen kijkend naar de horizon waar een paar vage trillende strepen zichtbaar worden.Hij knijpt zijn ogen tot spleetjes en zegt kik Teun daar kompt de drie'onderd vijf de Maria van Kees Blok ik zie de stengen al heel duidelijk kik zelf maar. Dan gaan we dalijk effe langs Kees ze,n vrouw om der te waarschouwe [waarschuwen] dat der man er an kompt, misschien krijge we brômbrood [ geld] van d,r we motte der toch langs.Snel klimmen de twee jongens langs het trapje naar boven toe en rennen met klepperende Oblokken [Klompen] over de Nieboerweg op weg naar Kees Blok zijn vrouw om haar te vertellen dat haar man binnen komt .Ze hopen dat ze de eerste zullen zijn anders lopen ze voor niks en dat levert geen Brômbrood op. Maar ze hebben het geluk de eersten met de blijde boodschap te zijn, Aai krijgt van Kees zijn vrouw, Pie van de makke tamp” een kwartje hier pand zegt ze het kwartje in zijn hand drukkend, dank je voor de boosschop [boodschap] 'oor. Als ze naar huis lopen geeft Aai Teun een dubbeltje, en houd vijftien centen voor zichzelf om dat hij de Maria het eerst in de peiling kreeg.Terwijl ze met klepperende klompen op huis aan gaan, vraagt Teun, 'eb je nou al een stee Aai? Ja bij Maarten de Herder op de 78 de Johanna Maria, van Aai de Dulk Teun.Lekker rustig man zegt Aai wereldwijs, met Maart vis je maar vijf nachte en dat is mooi mee 'enome niettan? Ik wou dat ik al mog vare Aai, zegt Teun. Volgend jaar mag jij ook vare 'oor Teun nog effe geduld man, zegt Aai.Hijgend van het harde lopen boldert Aai het kleine plaatsje in de Boegstraat waar hij woont op, schopt zijn klompen bij de deur uit, en stommelt met veel lawaai de keuken binnen. Zijn moeder ,Betje van Mink de kusse,” staat met een bezweet hoofd bij het Fornuis in een grote pan te roeren Met een dreigende ondertoon in haar stem vraagt ze, zo sallemander ben je daar eindeluk? Aai hoort aan haar stem dat ze kwaad is dat komt om dat hij zo laat is weet hij, voor haar boosheid erger word en de spuigaten gaat uitlopen stapt hij op de tafel toe en zet zijn moeder triomfantelijk aankijkend de zakdoek met vis op het roodgeblokte zeiltje waar negen borden met er naast een vork en lepel wachten op Aai zijn Broertjes, en zusjes om te gaan eten. Want Aai komt uit een groot gezin ze zijn met ze,n tienen thuis. Zijn Moeder pakt de Zakdoek met vis van de tafel en loopt er mee naar het piep kleine gootsteentje in het kleine keukentje maakt de knopen in de zakdoek los en laat de zooi vis er in glijden. Ze kijkt Aai haar oudste zoon al een stuk milder aan want zo,n zooi vis is natuurlijk niet mis voor het gezin.Moe reageert tenminste anders as Meue [ tante] Gieltje lest denkt Aai, daar had hij van de week ook een zooitje vis gebracht, dat zooitje had hij met Teun bij de afslag van de onderste balken in de haven afgehaald. Want die waren er tijdens het lossen opgevallen. Maar omdat de Schollen al een tijdje in de Zon hadden liggen bakken waren ze behoorlijk uitgedroogd. Teun en Aai hadden ze toen met zakdoek en al aan een touwtje een tijdje in het water van de haven laten hangen en ze daarna naar Meuje Gieltje gebracht die er twee kwartjes voor gaf . Maar Teun die stommeling most 'et zo nodig an zijn moeder vertelle, en die op haar beurt ze was 'iet voor niks van ,Abbel De Kwekkende Eend,” had het op de Boetloods waar de vrouwen samen de Vleten aan het boeten waren, tegen Meuje Gieltje gezegd. Toen Aai s,avonds dan ook niks vermoedend van de haven thuiskwam zat Meuje Gieltje aan de keukentafel op Aai te wachten en ze begon hem gelijk uit te schelden. Zo,n slechterik as Aai 'oofde nooit meer een zooi rotte vis bij der te komme brenge raasde ze tegen Aai, jea ik weet 'et wel gilde zeje 'eb ze van de balleke oféhaald, en nou most ze der twee kwartjies weerom 'ebbe, vuil kreng dat je der ben schreeuwde ze tegen Aai. En ze hield hem haar hand die vuil bruinig van het boeten [repareren van de netten van de vleet] was voor. Na dat Aai de kwartjes uit zijn zak had opgediept liep meuje Gieltje met een kwaad gezicht stampend de deur uit. Aai waarom ê je dat toch 'edaan pand van me? Klaagt Aai,s moeder tegen hem. Die vissies wasse nog best goed Moe as Teun niks teuge ze,n Moe 'ezeid a dan a [had] Meuje Gieltje 'et ook 'iet 'ewete niettan? Als ze gegeten hebben zegt Aai, ik gâ nog effe naar buite moe. Das is goed Aai, zegt ze maar denkt ter om geen gevrij met Trijntje van ,Joor met de hoge rug,” hé ik wil 'et 'iet 'ebbe, jae ik 'eb 'et wel 'eoort van Jans de Panno die 'eb je op de Drôgersdik met Trijntje zien lope. Dat was me van ogtend ook wat Aai, zegt Aai,s moeder het gesprek over Trijntje over een andere boeg gooiend, Jans en Kee van dunne Jullis ware 'ier van murrege op de Koffie.Nou was Jaap de Jood gistere langs 'eweest en ik â een pak koke [koeken] van 'em 'ekocht, dus ik zee wulle jullie un lekkere kook bij je bakje meide nou dat luste ze wel. Dus ik gaf ze der ieder één en Kee ze is ter iet voor niks één van ,Bolle Klaas,” nam gelik een grote 'ap van die kook maar spaugde [spuugde] 'et gelik weer uit, die dingen smake naar pekel Betje zei ze. Dus ik proof [proef] ook voorzichtig van die kook, en ze had gelik zo zout as brem wasse die dinge, als Jaap van de week weer kompt dan zel ik em effe vertelle oe ik over em denkt,eens een Jood altijd een Jood zel ik teuge em zegge. O Jea zo als ik al teuge je zee Jans zag je lope toen je met Trijntje liep te vrijé Aai 'et was godlasterlijk zo als jeulie je gedroge[gedroegen] zee Jans je vrat ter bijkans op zee ze. Ze kompt 'iet uit een goed nest zeun als je 'et toch blijft doen zeg ik 'et teuge je Vader 'oor, als tie binnen is, en dan zwaait ter wat voor je. Ik zel 'et 'iet weer doen 'oor moe zegt Aai en hij denkt als ik eerst maar buite ben dan ziet ze toch iet meer wat ik uitspookt, want ik 'ouw nou eenmaal ziels veul van Trijntje goeie kom af of 'iet. Buiten gekomen schiet hij in zijn klompen en loopt richting Haven. Op de Korte Kolenwagenslag zit Trijntje op een stenen tuinmuurtje waar ze samen afgesproken hebben, op Aai te wachten. Ze staat op als Aai voor haar staat, dag Trijn hier ben ik dan zegt en zoent haar schuchter op haar mond. Trijntje die er helemaal rood van word zoent Aai begerig terug. Wat ziet zijn Trijntje er toch knap uit denkt Aai zoals ze daar staat met haar hande in der zei, haar hoedje schuin op ter blonde krulle en dan haar mooie lange bene met witte kouse die fier onder der rokje uitkomme. Kom schat van me zegt ze Aai een arm gevend, we gaan lekker same een endje kuiere [wandelen]. Ze lopen elkaar verlegen lachend aankijkend richting het Eiland vlook [vloek] of het rooiepannedurp zoals het ook wel word genoemd.Er wonen daar allemaal van God vergeten mensen gaat de mare door Scheveningen, er deugt er daar geen een.Trijntje woont ook op het eiland en daarom mag Aai niet met haar om gaan van zijn moeder.Maar Aai houd zoveel van zijn Trijntje en hij denkt, haar vertederend aan kijkend wat er ook gebeurt ik blijf voor altijd bij der. Trijntje die ziet dat Aai in gedachten is kijkt verliefd lachend naar hem op en Aai dat ziende word helemaal warm van binnen pakt haar zo maar midden op de Westduinweg beet en zoent haar hartstochtelijk op haar mond. En hij zegt o Trijn wat vin ik je lief ik ben zo blij dat we verkering met elkaar 'ebbe echt waar. Ik 'ouw ook veul van jou Aai zegt Trijntje en zoent hem met vurige smakkende zoenen terug. Me, zus Jaan vraagt of we twie [twee] uurtjies op de kleine Anna wulle passe Aai? dan benne we sâme alleen, dat wil jij toch ook niettan? Ja ik wul wel Trijn zegt Aai benepen tegen haar toch wel bang van wat er gebeuren kan zo samen alleen, maar als man kan Aai natuurlijk niet weigeren vind hij. Als hij om elf uur thuis komt zit ze,n Moeder bij de tafel met een mand met kousen voor haar, waar van ze bezig is de gaten te stoppen.Zô pand zegt ze zorgvuldig met een grote stopnaald met blauwe stopwol door het gat in de sok heen wevend, waar ben je 'eweest. Bij de jongens in de Keizerstraat Moe rondjies lope, je ken dat ook wel niettan? Jea Aai zegt ze daar 'eb ik je Vâder ook lere kenne dat ging vroeger ook al zô. Gelukkig gaat ze niet verder met vertellen hoe ze Aai zijn Vader leerde kennen want dat verhaal heeft Aai al menig keer gehoord. Ik 'eb je zeegoed bove op je bed 'elege Aai dan ken je dat dalik in je zwarte zak doen, dan staat die alvast klaar voor murrege. Dat doe ik moe ik mot om 'alf tien 'an boord weze en denkt ter om zoene doe je maar voor we de deur uit gaan 'oor, ik ga 'iet vorschut staan bij de jongens dan lache ze me uit, en dat wul ik 'iet. Het is goed 'oor pand ik zoen je wel thuis als je dat wul, ik mag je toch wel een 'andje geve Aai? vraagt ze hem door zijn haar Aaiend wat is tie toch al groot voor zijn leeftijd denkt ze. Net zijn Vader die 'eb ook zo,n breije [brede] borst en van die gespierde arreme hij likt wel achtien haar Aai denkt ze trots. Dat vin ik wel goed Moe alle Jonges zoene der Moeder 'iet meer 'et staat zo kinderachtig ik ben geen kind meer, nee toch? De ander dag loopt Aai met zijn zwartleren zak op zijn schouder met zijn moeder de Boegstraat waar ze wonen uit en lopen de Juriaan Kokstraat in richting haven. Trots kijkt hij om zich heen hij heeft het gevoel dat iedereen naar hem kijkt, wat voelt 'et toch goed om naar zee te gaan en voor vol te worde aan gezien. De Korte Drogerdijk oplopen ziet Aai Trijntje al op het muurtje van het tuintje zitten. Als Trijntje Aai met zijn Moeder ziet springt ze van het muurtje af dag Buurvrouw zegt ze. Pakt dan Aai zijn hand vast en zegt dag Aai nog effe dan mot ik je een hele tijd gaan misse knul, maar ik wacht op je 'oor zel je voorzichtig weze an boord van die logger. Mot je 'iet naar School ?vraagt Aais Moeder pinnig . Nee Buurvrouw ik 'oof 'iet meer naar School 'oor, ik werk immes in de Bokkumrokerij waar Aai ok werkte vor die ging vare en ik 'eb un alf dagje vrij 'enome om Aai weg te brenge En ze drukt Aai stevig tegen zich aan terwijl ze met glanzende ogen naar hem kijkt. Aai is nog veuls te jong vor begint Aai,s Moeder. Jea 'et is al goed 'oor moe zegt Aai ik 'ouw van Trijn en reken maar dat ik met ter ga trouwe wat je der ok van vind zegt Aai het voor zijn Trijntje opnemend. Jea pand dat weet ik ok wel 'oor maar je ben nog zo jong en ik 'eb je. Jea moe ik weet dat je me 'ebaerd 'eb en dat je 'iet weet wat me Vader der wel van zel zegge maar ik ouw nou eenmaal van d,r punt uit. De rest langs de Westduinweg, de Dr Lelykade tot aan de visloods lopen Aai zijn Moeder en Trijntje zonder een woord te zeggen door. Voor de visloods tegenover de Pijp ligt de Johanna aan de kade een paar bemanningleden met hun vrouwen staan al te wachten op het vertrek van de Johanna. Aai stapt aan boord loopt naar de kap van het vooronder en roept door de kap naar beneden, wul er iemand effe me,n zak anpakke asjeblieft. Laat maar komme Aai, roept Joop de reepschieter naar bovenen Aai laat zijn zak los die door Joop opgevangen word. Aai springt snel de wal weer op die zak pakt ik straks als we buite benne wel uit denkt hij. Tot ongenoegen van zijn moeder pakt hij Trijntje weer beet, nijdig naar de verrichtingen van het jonge stel kijkend zet ze haar nachtmuts weer recht op der hoofd Als of tie ooit maar een millimeter schreef stong [stond] denkt Aai. Als iedereen er is begint de Ouwe, ,Maarten de Slavendrijver,” [en niet Maarten de Herder, want die wou geen zes nachten vissen en is toen door de reder aan de kant gezet gaat het gerucht] de achter blijvers een hand te geven en stapt als hij daarmee klaar is aan boord van de Johanna waar Piet ,van het Nijdige paard,” die Stuurman is, al drukdoende op de brug bezig is. De rest van de bemanning volgt de Ouwe, aan de verschansing staande praten ze nog met hun vrouwen want het zal op ze,n minst toch zo,n drie weken duren voor ze weer terug zijn. Aai zoent Trijntje fel op haar mond terwijl zijn Moeder er verloren bij staat, wees asjeblieft voorzichtig Aai en kom gauw weer bij me terug? vraagt Trijntje. O Schat van me wat zel ik je misse en ze geeft Aai een laatste lange zoen hem met moeite los latend als Aai met zachte drang zich van haar los maakt om aan boord te gaan. Aai draait zich om en kijkt zijn Moeder aan die haar hand naar hem uitsteekt. Maar Aai negeert haar hand stapt op haar af pakt haar hoofd tussen zijn beide handen vast trekt haar naar zich toeen geeft zijn verbouwereerde Moeder een paar klinkende zoenen. Aai pand van me toch zegt ze tegen hem. Zo Moe, zegt Aai tegen haar, nou staat je nachtmus echt scheef kik maar, zijn moeder verbouwereerd achter latend loopt hij naar de Johanna toe die al los van de kade ligt en springt een aanloop nemend aan boord. Naast hen ligt de SCH 200 de Maria,” die met prutellende Motor zachtjes naar Pijp begint te varen, die al vol met loggers ligt op hun beurt wachtend om naar buiten te kunnen. Aai staat achterop en kijkt naar de Mensenmassa die op de been is om de uitvaart van de Scheveningse vloot mee te maken. De volgende keer zel 'et 'eus zo druk 'iet weze 'oor Aai zegt de Jongste Huib ,van de Drollezoker,” tegen Aaien Huib kan het weten want hij vaart al voor het derde jaar. Als ze langs het Palmhuisje varen krijgt Aai zijn Moeder en Trijntje weer in de peiling die zijn in de tijd dat de Johanna in de Pijp op haar lag beurt lag te wachten gauw omgelopen. Aai begint te zwaaien en de twee vrouwen zwaaien terug even later passeert de Johanna het dijkje en glijd ze tussen de Koppes in, de beide zwaaiende vrouwen achter zijn kont waar het schroefwater ziedend, kolkend en schuimend door de schroef omhoog word gestuwd achter zich latend. Aai ziet Trijntje steeds kleiner worden hij voelt een wee verlangend gevoel naar haar in zijn buik op komen.Hij denk er aan hoe het was toen ze die avond samen in de Boeistraat op Anna de kleine meid van Jaan de zus van Trijntje pasten. Toen ze binnen in het kleine huiskamertje zaten zei Joor de man van Jaan met een knipoog naar Aai, kik je zo af en toe ook is naar de kleine Anna als jullie nog wat tijd over ebbe Trijn? en hij grijnsde daar bij veel betekenend naar Aai.Dat doen we 'oor Joor zei Trijn gaan jullie maar met een gerust hart vor een paar uurtjies weg 'oor.Toen Jaan en Joor eindelijk weg waren zette Trijntje een plaatje van Pat Boone op de platenspeler en toen de stem van Pat die zacht April love zong, door het kleine kamertje klonk kwam Trijntje bij Aai die in de Libertystoel van Joor zat op zijn schoot zitten en begon met hem te vrijen. Ze duwde haar tong diep in Aai zijn mond en hij voelde een heerlijk gevoel in zich omhoog komen borrelen.Maar tot zijn grote schrik al vond hij het ook een heerlijk gevoel, voelde Aai dat er bij hem daar beneden iets begon te gebeuren. Word vervolgt.Deel 2 is klaar Alle personen, en namen in dit verhaal zijn door de schrijver verzonnen, en mocht iemand zich in dit verhaal herkennen dan is dat zuiver toeval.© Leen Bal. Leen.aly@hetnet.nl Volgende >>>>> Volgende >>
...terug ...home Geplaatst op 29-10-2004 en 778 keer gelezen
Like dit 275 Liked