Dirk ottedonne

Als de laatste mand garnalen naar boven de wal op gehesen word, zegt Kees de Tul de Schipper van de Schokker 'De Vrouw Jansje,'' ”zo Dirk je ken non het dek gaan wasse pand, en as je klaar ben ken je naar uisje toe. Je zooitje vis staat al op de plecht, en hier benne twie guldetjies die 'eb je wel verdient vandaag met al dat harde werke van je”. Dirk vaart als knecht bij Kees Tul, hij spoort dan wel geestelijk niet zo goed, maar is daar in tegen een harde werker. Het vak van visserman beheerst hij tot in de puntjes, ondanks dat hij geen letter lezen kan. Hij word op het Dorp door iedereen Dirk ottedomme genoemd omdat als hij kwaad is altijd ottedomme, ottedome zegt.Sinds zijn moeder overleden is, gaat het niet zo goed meer met Disse. Hij is alleen in het kleine huisje in de Smidslop achter gebleven. Zijn buurvrouwen Pie Hangborst, en Ketje van duffe Joppert doen samen Dirk zijn wasje, en maken zijn huisje schoon. Maar omdat Dirk alles maar achter zijn kont neer gooit, en ook niks opruimt. Ondanks dat Pie of Ketje hem regelmatig vragen zijn rommel toch eens op te ruimen, hebben ze er de brui aangegeven. In zo verre ze doen alleen nog het hoogst noodzakelijke voor Dirk. Het ziet er van binnen in zijn huisje dan ook vuil en smerig uit, en het stinkt er van jewelste. Maar Dirk schijnt dat niet te ruiken mede om dat hij zelf stinkt als een bunzing, zoals de dorpelingen in het Dorpje aan zee zeggen. Dirk loopt na de woorden van Kees naar achteren, en zakt het kleine Motorkamertje van ,De Vrouw Jansje,” in, hij kruipt naar het waterpompje toe want alles is even nauw in het motorkamertje. En hij laat het aandrijfriempje op de vaste pooly van het waterpompje lopen. En gaat dan naar het dek terug om het schoon te spuiten. Dirk pakt de slang, en met het magere straaltje dat uit de slang komt begint hij het dek te spoelen. Af en toe pakt hij de bezem er bij, en veegt over het hardnekkige vuil dat niet weg wil om dat het water uit de slang geen voldoende kracht heeft. Als hij zo bezig is voelt hij de pijnlijke steken in zijn Hartstreek, en denkt. ”O, ik 'oop 'iet dat ik weer een hartaanval zo als twie jaar geleden krijgt. Want al zegt de Dokter dat alles goed is ik 'eb toch steeds van die gemiene steken in me,n borst. En ik ben de leste tijd ok zo gauw moe.” Na die tijd heeft hij Tabletjes van de dokter gekregen, en als hij de pijn voelt opkomen moet hij snel een tabletje uit het flesje onder zijn tong leggen. Dan zakt de benauwdheid, en de pijn heeft de Dokter tegen Dirk gezegd. Ja dat was me wat twee jaar geleden hij was net bezig met het boeten van zijn zegen voor op de Tong te vissen. Toen hij plotseling een hevige pijn in zijn borststreek kreeg, en hevig benauwd werd.Hij zag het helemaal donker worden, en toen hij wakker werd lag hij in het Ziekenhuis. Pie en Ketje zaten aan Dirk zijn bed,”zo ben je der weer Dirk? man,man wat 'eb je ons late schrikke we dogge dat je dood was” zegt Ketje tegen hem. ”Dat mot je 'iet meer doen 'oor Dirk ik ben der bleek van 'eworre gaat 'et al wat beter met je?” vraagt Pie. ”Ja 'et gaat wel weer Pie ik wul naar 'uis toe de pijn is weer eilemaal weg.” ”Dat zel 'iet gaan Dirk ze gaan je straks eerst wasse want je stinkt de pan uit. Je krijgt een Soda bad zegt de zuster, en dat werd wel tijd ook. As Ketje of ik 'et aan je vrage draai je der altijd om heen je wul 'iet dat we een teil met warm water voor je neer zette, en non mot je wel pand.” Toen Dirk daarna uit het ziekenhuis kwam was hij een stuk schoner geworden, en iedereen op het dorp keek vol verbazing naar zijn verweerde gezicht nek en handen. Waar van je de rimpels wit zag afsteken tegen de rest van zijn verweerde huid. Om dat ze in het ziekenhuis al het vuil wat zich jaren van niet wassen in die rimpels had opgehoopt, met Sodabaden hadden weggewassen. Als hij klaar is met dekwassen van ,De Vrouw Jansje,” klimt hij met een zooitje vis in zijn rode zakdoek geknoopt de wal op. ”Ik zie je Maandag weer Dirk om 'alfzus 'an boord weze pand, roept Kees naar hem. En vergeet 'iet naar de Kerk te gaan ê.” Dirk knikt dat hij het gehoord heeft, en loopt de visloods in het is er erg druk, en Klaas de Klomp is net bezig een partij schol af te slaan. Vol verbazing kijkt Dirk naar Klaas die een geluid maakt of hij staat te zingen. En dan roept ,Jansje de Krant,” mijiin met haar hoge stemmetje, en de partij schol is van haar. Die gaat ze dan in Delft verkopen want Jansje gaat als zoveel Scheveningse vrouwen uit het dorp met negotie. Mink de Kusse haar man staat met een chagerijnig gezicht naar het gebeuren in de loods te kijken. ”Zo Dirk zegt Jansje tegen hem, jeulie 'ebbe een goeie dag vandaag zien ik.” ”We magge 'iet klage Jansje zegt Dirk.” ”As je een keer tijd 'eb pand dan mot je een keir een bakje bij me komme doen, dan aal ik een lekker bonkje bij Steenbeek voor ons twietjies.” ”Zel ik dan Woensdag om tien uur komme Jans?” ”Dat is goed pand dan 'eb ik, de koffie bruin zegt Jansje.” ”Dan zie ik je dan Jans, en dank je é” zegt Dirk en hij gaat op weg. Langs de haven lopend richting Smidslop waar hij woont. Zijn oude vette uniformpet van de Koopvaardij diep op zijn hoofd gedrukt. Als hij thuis komt steekt hij eerst het kacheltje in het piep kleine kamertje aan. Hij gooit de gehakte houtjes die naast het kacheltje klaar liggen voor de helft in het kacheltje. Pakt de kerkebode die er naast ligt propt hem in elkaar en gooit de prop op de houtjes. En daarop weer de overgebleven houtjes. Giet dan met het Petroleum kannetje een scheut petroleum over het hout, en strijkt een lucifer over het doosje aan. Die hij in het kacheltje laat vallen, als de houtjes met een knetterend geluid fel branden. Gooit hij een scheut kolen uit de kolenbak de Kachel in, terwijl een wolk roet van de kolen in zijn gezicht slaat. Dan haalt hij de binnenste ring van de kachel af, en zet het keteltje met water voor de koffie er in. Wachtend dat het water aan de kook is gaat hij aan de tafel voor het kleine raampje zitten. En kijkt over de drie fel gekleurde rode geraniums die Pie of Ketje in het kleine vensterbankje gezet hebben, het slop in. Als hij even zo zit ziet hij twee blagen vuile pestkoppen noemt Dirk de twee. Hannes Van de Krijtezel,” en Kobes van ,het Aapje,” aankomen lopen, met hun grote pet achterstevoren op hun hoofd. ”O, jee denkt Dirk der 'eb je die twie merakels ok weer, 'et likt wel of ze het ruike dat ik thuis ben. Die weerlasse gekke pestkoppe dat ze der benne. Ze zelle wel weer wat wulle uithale met me maar ik zel ze krijge als ze wat doene.” Hannes en Kobus zijn altijd bezig iedereen te pesten vooral mensen zo als Dirk. Of zo als verleden reis toen hadde ze blinde Jobje van Leun van Dunne Jullus te grazen genomen. Dat was zo gegaan Jobje zat in zijn wagentje lekker in het zonnetje voor het huisje van Leun. Met zijn grote hoofd, en bolle niets ziende ogen want Jobje is blind de stumper. Op zijn schoot stond een bord lekkere zoete roze peentje die hij van Leuntje gekregen had. En met een vork taste hij in het bord naar de peentjes. En zijn blinde ogen leken na ieder peentje dat hij in zijn mond stak, waar een straaltje kwijl langs liep verlekkerd naar de hemel te staren. Toen Hannes Jobje zo bezig zag begonnen zijn gemene ogen te glimmen van de voorpret. Hij stootte Kobes aan, onder tussen rond kijkend wat hij met Jobje zou kunnen gaan uithalen. Nou had ,Kee de Seks,” die ook in het slop woonde een klein hondje een zo genaamde schipperskees. Die ze drie keer per dag uit liet zo dat het beestje zijn behoefte kon doen.En Hannes zag de hoop van het Keesje uitdagend op de grond liggen dampen. Want Kee had haar kind zoals ze het hondje noemde net uitgelaten. Hij liep naar de hoop toe, en schepte met een stukje hout een paar drolletjes van het hoopje op. Liep met de hele handel naar Jobje. En vroeg met aardige stem, is 'et lekker Jobje? Um,um, murmelde Jobje, en draaide zijn gezicht dromerig naar het geluid van Hannes zijn stem. Weer een peentje van het bord prikkend dat hij in zijn mond stak. Snel liet hannes de drolletjes in het bordje vallen. De twee treiteraars begonnen te gniffelen toen ze zagen dat Jobje de vork na twee keer nog een peentje te hebben opgeprikt. In een van de drolletje duwde, en het in zijn mond stak.Toen Jobje op het drolletje begon te kauwen vertrok zijn bolle gezicht eerst van verbazing.En toen begon hij van afgrijzen te brullen toen de smaak van het drolletje zijn mond begon te vullen. Toen Leun op Jobjes gegil naar buiten kwam rennen maakten de twee rotzakken dat ze weg kwamen. ”Vuile ellendelingen dat jeulie daar benne schreeuwde Leun tegen de twee weg rennende jongens. Als ik jeulie ooit te pakke krijg dan zel 'et je beste dag 'iet weze goorlappe dat je der ben.” En ze liep naar Jobje toe die nog steeds hartverscheurend huilde. En probeerde zijn mond uit te vegen om van die intense smerige smaak in zijn mond verlost te worden. ”Kom maar Jobje pand van me Moe zel je mondje wel schoon make 'oor. En dan krijg je een lekker snoopje van me,” zei Teuntje. Ze draaide een vies gezicht trekkend haar hoofd weg, toen ze te dicht bij Jobjes mond waar een smerige lucht uit kwam naderde. ”Die twee lammelingen” denkt ze terwijl ze Jobje in zijn rolstoel haar huisje inrijd. Onder tussen lopen Hannes en Kobes een veilig eind weg op het Kolewageslag. ”Was dat eigenlijk wel nodig Hannes? Vraagt Kobes het is toch even goed zieleg voor Jobje. Hij is blind zit in een rolstoel, en voor Leun is 'et ook 'iet zo leuk met zo,n kind.” ”O maar 'et is Leun der eige schuld 'oor Kobus zegt Hannes. Ze gaat met Jan en alleman naar bed zegt me moeder. Der eiste kind â een katte 'oofd zegge ze. ”En waar is dat kind dan Hannes? Vraagt Kobus. Is 'et soms dood ik 'eb 'et nog nooit gezien, jij wel soms?” ”Nee ik ook 'iet Kobus, maar volleges me moeder loopt 'et s,nachts deur de sloppe. En zit et voor Leun der 'uis de hele nacht te mauwe as een kat.En as tie bij een andere vrouw die in verwachting is gaat zitte mauwe is dat een teke dat die ook een kind met een kattekop krijgt.” ”Ja dat zel wel Hannes maar ik geloof ter niks van, dat benne ouwe wijve praatjes zegt me vader.” ”Waarom vraag je het dan an me?” ”Och zo maar zegt Kobus zijn schouders ophalend.” Gespannen door de Geraniums naar de twee onverlaten loerend wacht Dirk af, wat de twee gaan uitspoken. Maar ze lopen gemeen lachend naar binnen kijkend, want ze weten dat Dirk daar zit, voorbij. Dirk zucht diep, en denkt ”die komme as 'et donker is vast weerom maar ik hou ze in de gate.” Hij pakt een oude krant die hij van de krantenman die altijd op de Boulevard staat heeft gekregen. Pakt de schaar uit het laatje in de tafel. En begint de krant netjes in repen te knippen, als dat gebeurt is knipt hij van de repen weer vierkante stukken. ”Zo pand hier ben ik dan” zegt Ketje zijn buurvrouw het kamertje binnen komende. Een pannevisje [prakje van de vorige dag] in een pannetje wat in een handdoek geknoopt is om het warm te houden in haar hand. ”Wat ben je daar an ét doen Dirk? vraagt ze naar het knippen van Dirk kijkend. ”Voor de plee Ketje zegt Dirk, kik ik 'eb ter al een eileboel, en trots laat hij de stapel in stukken geknipte krant aan Ketje zien. Dan ken ik me,n kont weer voor een poosje afvege” zegt hij. Waarom koop je geen wc pepier bij Neeltje De Keet in Keizerstraat Dirk? want dat krantepepier is toch niks 'edaan je vingers gaan der zo doorheen, getverdemme man. ”Ja Ketje maar ik 'eb 'iet zo veul cente van Kees 'ekrege deuze reis, en krantepepier kost niks, niettan? ”Ja maar ik of Pie motte jouw onderbroke wasse Dirk en die ziene er 'iet zo lekker uit zeun, dat ken ik je wel vertelle. Ze haalt het pannevisje uit de doek, en zet het op de kachel naast het koffieketeltje. ”Zo vergeet 'et 'so metien 'iet op te ete Dirk voor 'et verpietert zegt ze.Zel ik straks een teil water voor je heet make dan ken je lekker de teil in om je te wasse.” ”Morugge Ketje zegt Disse, want als Ketje of Pie over wassen bij Dirk beginnen zegt hij stee vast Murrege. Als Ketje weg is pakt Dirk een vork uit de la waar hij ook de schaar uit haalde, en begint smakkend uit het pannetje te eten. ”H,m knorraap met een gehaktbal nog wel dat kon ze,n moeder vrooger ook zo lekker koke.” Genietend en smakkend eet Dirk het pannetje leeg, en veegt met de kromming van zijn wijsvinger het pannetje schoon. ”Zo denkt hij, non 'ooft Ketje 'et pannetje 'iet meer of te wasse want 'et is toch maar mooi schoon zo, niettan?” ”De andere morgen gaat Dirk op weg naar de Treilerweg, naar de Rokerij , waar Leen de Bokkum als roker werkt om een paar koppelaars [ bokkem zonder kop] te vragen. ”Van Leen krijg ik ze wel denkt Dirk die steekt ook nooit te gek met me. Allien uitkikke dat Gerrit Van keiltjes de Voorman 'em 'iet in de peiling krijgt. Want die stuurde 'em verleje keer ook al weg. Lang voor Dirk bij de Rokerij waar Leen werkt aanbeland is, begint hij zachtjer te lopen zo dat zijn klompen haast geen geluid, op de kinkerkeien meer maken. Als hij langs Pronk de kolenboer die nog voor de Rokerij waar Leen werkt ligt loopt. Komt Jan Tuit de bewijzen de deur bij Pronk de kolenboer uit. ”Zo Dirk ben jij daar, wat ga je doen zeun? ”Ik ga naar Leen de Bokkum Jan om een paar koppelaars an 'em te vrage voor me ommekantjies [ sneeën Wit of Bruinbrood] vanmiddag. Maar ik 'oop 'iet dat ze voor Griekeland roke want dan benne die bokkumme zo zout as brem Jan,en daar krijg ik maar weer dorst van.” ”Dan 'oop ik voor jou dat ze binnelanse bokkume roke zeun, zegt Jan. Maar wat ik me daar gistere meemaakte Dirk.” ”Wat dan Jan?” ”Nou zeun begint Jan te vertellen, ik liep gistere op 'et Kolewageslag toen ik 'op de stoep een geloogje[ horloge] zag legge, en precies in een 'oopje zand der mankeerde niks an eerlijk waar.” ”Ja dat zel wel Jan zo iets vin je toch zomaar 'iet, niettan? ik geloof der niks van.” ”Nou zeun kik dan maar goed? en Jan trekt zijn linkermouw van zijn kiel wat omhoog waarna er een Horloge om zijn pols te voorschijn komt, zie je wel zeun? Jan Tuit de bewijze, zegt hij triomfantelijk tegen Dirk. ”Mot je 'et 'iet naar de peliesie brenge Jan?” Vraagt Dirk met grote ogen naar het Horloge om Jan zijn pols kijkend. ”Ik ga gauw een bakje bij onze Neel drinke Dirk” zegt Jan de vraag van Dirk op die manier ontwijkend. En struikelend over zijn eigen benen maakt hij dat hij wegkomt. Dirk loopt het erf van de Rokerij waar Leen werkt op, loopt naar de deur, en stapt de voorhang van de Rokerij binnen.Hij kijkt om zich heen maar Leen ziet hij nergens. ”Wat kom je doen zeun?” vraagt Aai de Snijbek die kistjes Bokkem aan het dicht spijkeren is, aan Dirk. ”Is Leen der 'iet vraagt Dirk hij 'eb me een paar koppelaars voor me ommekantjies belooft. ”Hij is in de 'ang [ Bokkinghang waar de Haring in opgehangen word om gerookt te worden] bezig zegt Aai,” en wijst op de openstaande deur van een hang. Dirk loopt naar de openstaande deur, en ziet in een mist van bijtende rook waar zijn ogen van beginnen te tranen. Leen in een schim bezig de smeulende vuren met eikenmot [krullen van eikenhout] die hij uit een mand voor zijn buik haalt op te gooien. ”Zo Disse zegt Leen die uit de bijtende rook komt opdoemen, je komt zeker je koppelaars halen? Ik 'eb ze al voor je klaar 'elege zeun, en hij loopt naar een tafel waar lege kistjes op staan. Hij pakt het pakje koppelaars die in een oude krant gerold zitten, en geeft ze aan Dirk. ”Zo zeun non ken je vanmiddag een ommekantje met bokkum ete', niettan? ”Dank je Leen dan ga ik nou maar naar Kaa van Pie van vollebuize Kee in de Wassenaarsestraat om een oud wittebrood te 'ale' wat zel ik smulle Leen dank je 'oor, en Dirk maakt dat hij weg komt voor dat Gerrit de voorman hem ziet. Als Dirk de Keizerstraat in loopt begint hij langzamer te lopen want voor de Bloedpoort waar hij langs moet. Staan. Sien de Spinet en Knier de vuilik, die rotmeiden schelden hem altijd uit voor vuiléé vuiléé Dirk Ottedonne. Gauw steekt Dirk de straat over, en hij gaat sneller lopen. Maar dan krijgt Knier hem in de gaten, ”zo Dirk roept ze. Wanneer ga je een keirtje met me naar de Scheveningse bossies. Of 'eb je nog nooit wat met een meisje 'edaan, je doet zeker liever zo zegt ze,” een obsceen gebaar met haar hand makende. En beide meiden lachen met lange uithalen als ze het verbouwereerde gezicht van Dirk zien. Snel loopt hij door en gelukkig komen ze hem niet achter na gerend, wat ze ook nog wel eens doen. ”Die sloeries dat ze der benne denk Dirk.” Hij weet wel wat ze bedoelen met die handbeweging die Knier maakte. Jantje de Kachelblok heeft hem verteld wat die meide er mee bedoelen. ”Maar je 'oof je 'iet ongerust te make 'oor Disse zei Jantje, want as je dat doet dan krijg je 'aar op je vingers.” Angstvallig had Dirk zijn handen in zijn broekzakken gehouden. Toen Jantje hem het zakje Kandijbrokken wat hij in het winkeltje van Kaa van Pie van Bollebuize Kee gekocht had voor hield.Zei Dirk terwijl het water hem in de mond liep, dat hij geen trek in Kandij brokken had. Waarna Jantje hem verbaast aan keek.Toen Jantje het Geitepaleis in liep waar hij woonde. Haalde Dirk zijn rechterhand uit zijn zak en keek naar de bovenkant van zijn vingers. En hij schrok zich haast een ongeluk van al het haar wat er op de bovenkant groeide. ”O, god kreunde hij, 'et is toch waar wat Jantje zegt, ik kom in de 'el [hel] me moeder zee 'et ook toen ze nog leefde. ”Dirk pand van me zee ze 'et is een grote zonde 'oor, en as je 'et toch doet ga je naar de 'el [hel], zee Dominee Winia teuge me dus doet 'et ' iet pand van me.” Al denkend over die dingen loopt Dirk de Wassenaarsestraat in, en gaat het winkeltje van Kee binnen. Gijsje Kee,s zoon hij is met de helm op geboren zeggen de dorpelingen, staat in een grijsjasje grauwe erwten af te wegen. ”Zo Dirk ben je daar zegt hij met zijn grote hoofd, en zijn bolle ogen staren Dirk door een bril met glazen als een Jampotbodem aan. Me moeder kompt zo 'oor zegt hij met zijn beminnelijke stem.” Ondertussen doorgaande met de erwten af te wegen. ”Dag Kee, zegt Dirk tegen Kee die uit het achterkamertje het winkeltje in komt. Mag ik een 'alfje oud wit van je, en een 'alf onsje sallemejakkies voor me borst?” ”Natuurlijk pand” zegt ze, en pakt een half witje onder de toonbank vandaan. Weegt dan zorgvuldig een half onsje salmejakkiesdrop af, er voor zorgend dat ze er geen een te veel geeft. Legt het grauwe zakje naast het witte broodje, en zegt ”dat is dan elf cente Dirk.” Als hij betaald heeft vraagt ze ”'eb je nog steeds zo,n last in je borst pand?” ”Ja Kee en 'et 'wul maar 'iet weg ik mot as ik der last van 'eb een tabletje van de Dokter onder me tong legge dan zakt 'et wel zeid ie.” ”Wees maar voorzichtig pand” zegt Kee. ”Dat doen ik Kee zegt Dirk,het winkeltje verlatend.Hij loopt de Keizerstraat weer in, en komt langs Café de IJsbeer waar het grote raam voor de warmte wijd openstaat. Hij kijkt de kroeg in en ziet dat Kees de geit, en Simon loggerbot aan het biljarten zijn. ”Zo Direk roept Kees, hoe gaat 'et er mee zeun wul je een biertje van me?” ”Dat lus ik wel Kees zegt Dirk dat zel lekker smake met die 'itte' [hitte] niettan?” ”Kompt ter maar in zeun zegt Simon. geef Dirk es een biertje van me Jans?” Vraagt hij aan Jans ,De Prut,” die achter de bar bezig is de glazen te spoelen.”Als Dirk vier biertje van Kees, en Simon achter zijn kiezen heeft zegt hij, ”ik 'eb genog gehad mannuh, ik ga op 'uis an bedank voor 'et bier é,” en hij staat op.” ”Wul je echt geen biertje meer Direk? vraagt Simon je ken der zo nog ien van me krijge 'oor. ”Nee dank je Simon ik mot weg de groete é, dag Jans” groet hij Jans achter de Bar, en hij stapt naar buiten de Keizerstraat in. Als hij bij zijn huisje aan komt staat de kar met het paard van Jan, en Willem van de poepkar in het slop voor Dirk zijn huis. De deur van Dirk,s huisje staat wijd open, en even later komt Jan met de strontton op zijn schouders die bedekt is met een lerenschoot het huis uit lopen. Bij de kar aangekomen steekt hij de ton naar Willem op die hem met een plonzend geluid in de kar leegt. En zo gaan ze alle huisjes af terwijl een smerige niet te harden lucht zich door het slopje verspreid. Over Jan, en Willem is een liedje gemaakt dat nog wel eens door de kinderen op het dorpje aan zee gezongen word, als Jan en Willem bezig zijn hun smerige karwei te klaren. De kinderen zingen dan, Jan en Willem van de poepkar, Zijn jongens van stavast, Willem leegt de tonnetjes, En Jan die houd ze vast. ”Zo Dirk zegt Ketje als ze Dirk bij de strontkar ziet staan, wat éb je daar bij je pand?” Naar het pakje in Disse zijn hand wijzend. ”Wat koppelaars, en een 'alfje oud witbrood voor dalijk Ketje. De koppelaars 'eb ik van Leen de Bokkem 'ekrege, en 'et brood 'eb ik bij Ka van Pie van Bolle buizekee 'ekocht. ”Doe jij maar duur Dirk koppelaars met wittebrood eet meneer nog wel. Je lik wel een Koning zo duur as je eet. ”Dan 'oof je zeker me pannevisje met aarepels, krootjies,[ rode bieten] en een speklapje wat ik voor je 'eb zeker ook iet?” ”Ja 'oor Ketje breng 'et maar dat eet ik 'et murrege middag wel op 'oor.” ”Hop knol roept Willem tegen het paard van zijn strontkar,en hij verdwijnt uit het slop een smerige geur achter latend.Dirk loopt naar de deur van zijn huisje, en stapt het kleine donkere kamertje in, zich verheugend op zijn koppelaars met wittebrood. 2 Dirk is op weg naar de Koppes om te kijken of er nog Loggers binnen komen. En om een praatje met de oude vissers die altijd op het bankje zitten, te maken. Hij loopt met zijn klompen klossend over het stoepje richting Kerk. Hij kijkt de bloedpoort naderend of die rotmeiden er niet staan, want dan vragen ze weer of hij met ze naar de bosjes gaat. Nou daar heb hij mooi geen zin in, en wat mot je nou met zo,n meid in de Bosjes doen denkt Dirk. Maar gelukkig zijn ze er niet, opgelucht loopt hij verder, als hij bij de Kerk komt ziet hij ,Gekke Jolle,” die voor het terras van het daar gelegen Café De Neut, van Teunetje Fluitemuis, voor de daar op zittende mensen aan het dansen is. Als Dirk dicht bij hem is stapt Jolle net op een kistje wat hij op de stoep heeft neer gezet. En hij begint met een stokje in zijn hand een denkbeeldig orkest te dirigeren. Met zijn stokje maakt hij naar de rechterkant van het denkbeeldige orkest heen en weer makende bewegingen. Terwijl zijn linkerhand van hem afmakende bewegingen maakt. Dan stapt hij van het kistje af, en zet het stokje als een Blokfluit aan zijn mond.En begint als Meneer Prikkebeen hoge stappen makende,voor het terras van Teuntje heen en weer te lopen. Als hij daar mee klaar is stapt hij weer op het kistje, en begint naar de op het terras zittende mensen te buigen. Terwijl hij met zijn linker en rechterarm naar het denkbeeldige orkest achter hem wijst. De mensen op Teuntjes terras beginnen te klappen, en Jolle gaat schaapachtig lachend met zijn pet rond. ”Dat zou ik non 'iet durven denkt Dirk ik mot ter 'iet an denke om zo gek te doen. Maar Jolle haalt met dat gedoe toch wel wat geld op dat wel.” ”Hé Jolle daar 'eb ik je vuile verajer dat je daar ben nou 'eb ik je eindelijk. Roept Jorre Brod v/d Schijtert op Jolle aflopend. Me bij Klaas de Aarappellekop veraje dat ik die peer uit zijn kist jatte 'é.” Hij pakt Jolle bij zijn kieltje beet, en houd dreigend zijn vuist onder Jolle,s neus. ”Maar Jorre toch zegt Jolle met zijn hoge stem, Jorre met angstige ogen aan kijkend dat mog je toch iet doen stele van een ander. En je weet toch dat ik een eerlijke verajer ben, ja toch?” vraagt Jolle met ogen vol tranen. Op dat moment word het Dirk rood voor zijn ogen dat mag iet gebeuren denkt hij, die vuile merakelse Jorre mag die arme Jolle iet slaan.Hij vliegt woeste kreten slakend op Jorre af, en trekt hem bij Jolle vandaan. ”Je blijft van em af ben je 'eilemaal gek éworre? brodschijterd schreeuwt hij met woest rollende ogen, weg jij. Zich een ongeluk schrikkend door de uitbarsting van Dirk kleppert Jorre op zijn klompen weg, opgelucht door Jolle nagestaard. ”Dank je Dirk zegt hij, o wat was ik bang zeun als jij er 'iet 'eweest was. Hier zegt hij in zijn broekzak tussen de munten graaiend. En duwt Dirk een kwartje in zijn hand van het geld wat hij zo net van de mensen op het terras heb gekregen. ”Et is al goed Jolle zegt Dirk zwaar ademhalend, hij voelt een felle pijn in zijn borst opkomen. ”Voel je je wel goed Dirk? vraagt Jolle die ziet dat Dirk met een van pijn vertrokken gezicht naar zijn borst grijpt” ”Het gaat wel Jolle, zegt Dirk het flesje met pillen uit zijn broekzak pakkend. Hij draait het dopje van het flesje schud er de laatste pil uit, en legt hem snel onder zijn tong. Dirk besluit naar huis terug te gaan hij voelt zich erg vermoeid. Door de Keizerstraat lopend komt hij Ketje van ,Duffe Joppert,” zijn buurvrouw tegen. ”Zo Dirk ga je naar huis? vraagt ze, ik ga nog effe naar de Appeteker dan zel ik gelik je pille voor je Hart mee neme Pand.[ Soort koosnaam] Ik heb je goed [Kleren] gewassen, en op een stoel voor je 'elegd. Op je tafel staat een griesmeel poddinkje voor na je pannevisje. Nou ik ga gouw want zo meteen komt Joor thuis, en als ze,n ete iet klaar staat word meneer aardig pissig, dat weet je ook wel niettan?” ”Ja Ketje ga maar gauw als Joor er eerder dan jij is dan zeg ik wel dat je boosschapen doet zegt Disse. Langs de Bloedpoort lopend ziet hij Knier van de Vuilik voor de poort staan. Als ze Disse ziet zegt ze ”zo Disse heb je nog?” een heen en weer makende beweging met haar rechterhand makend. ”Vuile, vuile veizerik begint Dirk tegen haar te schreeuwen, en hij boldert de straat over richting Knier.” Gillend van de lach vlucht Knier de Bloedpoort in, als Dirk verblind door woede de poort in wil rennen word hij door Jaapje Hokkebok tegen gehouden. ”'iet daarin gaan Dirk zegt hij, daar is ze op uit dan geven ze je op je lazer je weet toch hoe ze daar benne zeun.” ”Dank je Jaapje zegt Disse zwaar hijgend die rot meid zegt van die leilijke dingen teuge me.” ”Ja dat weet ik zeun maar je schiet er niks mee op als je naar binne gaat,allien dat ze je een pak op je lazer geven de rotzakke. Ga maar lekker naar je uisje toe het is toch zo etenstijd zeun dag 'oor Dirk” zegt Jaapje, en hij loopt met klossende klompen op huis aan. . Als Dirk in de Smidslop waar hij woont komt, staat daar ,Jacob van Snauwerige Jans,” met zijn handkar vol met kokosnoten die hij luid aanprijst. ”Lekkere okelekooke mense,roept hij ze benne vol melk 'oor wel een emmer vol, en ze koste maar een duit het stuk het is voorniks vandaag.” Er staan al een stuk of wat dorpelingen om de kar, en ,Snapperigge Betje,” zegt met een kokosnoot in haar hand. ”Ze benne 'iet erg groot Jacob ik geef je een 'alve duit” ”Die geef ik voor jou grote 'oofd ook Jans, zegt Jacob een duit en geen cent minder Ik mot er ook wat aan verdiene me tien bloedjes van kindere motte ook ete, niettan?” ”Wul jij ook nog een Okelekook Dirk? vraagt Jacob ze benne erg lekker pand.” En graaiend glijd zijn hand door de kokosnoten op zoek naar de grootste voor Dirk. ”'ier zo zeun zegt hij een grote noot aan Dirk gevend voor jou geef maar een 'allefe duit. Dan ken je vanavond een kommetje Okelekookemelk drinke voor je naar je bedstee gaat, dat zel je goed doen.” Dan mot ik effe een 'allefe duit binne gaan pakke Jacob zegt Dirk, want ik ken natuurlijk 'iet met 'et kwaretje betale wat ik van Jolle kreeg, denkt Dirk. Dat zou te gek voor woorde weze, want Jacob denk dat hij Disse met zijn gebaar een plezier doet om dat hij niet veel te verteren heeft. Meestal is dat wel zo, maar nu komt het even niet uit door dat kwartje van Jolle in zijn zak. Na het lekkere pannenvisje van Ketje, en haar lekkere puddinkje waar hij de helft van heeft laten staan om het straks in de avond lekker op te eten. Zit Dirk vergenoegt aan de tafel het slopje in te staren. Veel ziet hij niet in het slop, er hangt een wit bord van hout boven de deur van Pie ,Hangborst,” maar om dat hij niet lezen kan weet hij ook niet dat er onbewoonbare woning op het bord staat. Hij ziet de zwaar verwaarloosde muren van Pie haar huisje, waar de specie tussen de voegen uitbrokkelt zo dat het overal in de huisjes in het Slop tocht vooral in de winter is het erg koud. En het kleine kacheltje stookt het niet warm bij lange na niet. Dirk denk aan zijn moeder, en vader maar vooral aan zijn broer Niles. Die op de Logger waar zijn vader schipper op was verdronken is. Hij hoort zijn moeders zachte stem nog steeds, en ziet haar tegen over zich op de stoel zitten waar ze altijd zat. ”Dirk pand van me zegt ze je broertje was twaalf jaar toen hij bij je vader als Ofouwer voer. Hij was s,middags aan dek met de neteploeg [ zo als alle jongens van een Logger genoemd werden] De Orion zo hete de Logger lag onder vol zeil voor de wind je broertje had net het Foxel aan 'eveegd om dat dat non iemaal 'et werk van de Ofouwer is. Hij wou een Puzze water slaan om de lanen van het Foxel mee schoon te spoelen. Hij sloeg met de Puze 'et water in, vertelde Aai de Geit die an 'et roer sting me later nog. Maar de puzze ging veuls te diep, en hij kreeg em er 'iet meer uit. En zo zagen Arie de Geit,de Rijpschieter, en de Jongste je broertje overboord gaan. Arie loefde gelijk op en brulde naar de Jongste de Ouwe te roepen. Ze hebben daarna nog un eile tijd naar je broertje 'ezocht maar em 'iet meer 'evonde pand. En ook later 'iet hij was vermist, en bleef vermist” zegt Dirk,s moeder met zachte stem. En hij ziet de tranen langs haar lieve verweerde gezicht naar beneden lopen. ”Later het was in November ging ze verder, je vader was voor de laatste reis van de teelt op zee. Toen er onder Engeland een zware storm opstak. Vele vissers van ons Dorp zijn na die storm nooit meir terug ekomme ook je vader was daar bij Dirk Pand van me. Non 'eb ik alleen jou nog maar. ” ”Moe zegt Dirk vol medelijden haar hand grijpend, en naar haar betraande gezicht kijkend, ik zel altijd begint hij'. Een felle verscheurende pijn begint schiet in zijn borst omhoog, en naar adem snakkend grijpt hij naar zijn keel. ”Een pil denk hij, ik mot een pil onder mijn tong legge, hij pakt het nieuwe flesje wat Ketje voor hem bij de Apotheker heeft gehaald, en draait aan het dopje.Maar hoe hij ook draait het dopje wil niet van het flesje los, het draait wel maar wil niet van het flesje af. Hij kijkt in zijn moeders lieve gezicht dat nu niet meer huilt, maar naar hem lacht. ”Kom Dirk Pand van me zegt ze haar hand naar hem uitstekend kom bij me,” terwijl het licht om haar heen steeds intenser word. ”Moe, moe kreunt hij, en in het felle maar toch zo zachte licht ziet hij zijn vader en broertje Niles achter haar staan. Hij voelt zich heel licht worden alles glijd van hem af, en dan zweeft hij zijn handen naar zijn moeder uitgestoken op haar toe, terwijl het licht ook hem omsluit. Als Ketje de andere morgen Disse,s kamertje binnen komt ligt hij voor over op de tafel als of hij ligt te slapen. Ze schud aan zijn schouder, en zegt, ”je moet in je bed slapen 'oor Dirk, en 'iet, haar hand raakt Dirk,s wang aan, en ze voelt dat die ijskoud is. ”O 'et zel toch 'iet waar weze denk ze maar als ze Dirk,s hoofd optilt valt het dwars op de tafel terug. ”O, God o, God hij is dood weet Ketje ik mot gauw naar de Dokter toe, en ze vliegt het huisje uit op weg naar de Dokter. Als ze voorbij haar huisje rent vraagt Joor haar man,” waar ga je zo haastig naar toe Ketje?” ”Naar de Dokter Joor o, God Joor ik denk dat ie dood is hij is eilemaal koud, en hij had nog 'iet iens al zijn podding op 'egete. Roept ze met fladderende rokken het slop uit rennend op weg naar de Dokter. Als Ketje met de Dokter mee in zijn koetsje in het slop aan komt staan alle bewoners van het slop nieuwsgierig naar Dirk,s huisje te kijken. ”Ik 'eb 'et wel ezeid zegt Nilis de Buite Boei die maakt het 'iet lang meer. Steeds die pijn in zijn borst dat mos een keir mis gaan mense. ”Arme Disse maar ja hij is nou naar zijn Vader, Moeder en zijn broertje in de Hemel toe, niettan?” ” Dat is zo Nilis zegt Betje van het verschote jak 'et arme kind was zo allienig de laatste jaren.” Achter de Dokter aanlopend gaat Ketje mee naar binnen, hij loopt naar Dirk die door Joor op de grond gelegd is. ”Ik 'eb 'em 'maar op de grond 'elege Dokter zegt Joor hij lag daar zo hard met zijn 'oofd op die tafel. ”Het is goed hoor Joor zegt die, en buigt zich over Dirk heen, de linkerhand van Disse is dicht geknepen voorzichtig opent de Dokter de hand, en haalt er het flesje hartpillen uit. En leest het etiket van het flesje. ”Waarom eit tie geen pilletje 'enome Dokter vraagt Ketje klagend, dan â tie misschien nog 'eleefd. O. God waarom toch Pie en ik zorgden toch goed voor 'em. ”Ik weet al waarom hij geen pil nam Ketje zegt de Dokter je had dat flesje toch pas bij de Apotheker gehaald.” ”Ja Dokter gistermiddag want de vorige waren haast op. Nou kijk zegt de Dokter wat er op het flesje staat, en hij geeft het flesje aan Ketje die het etiketje begint te lezen. Attentie! dit flesje heeft in het kader van veiligheid, een nieuwe sluiting gekregen. Gelieve het dopje eerst naar beneden te drukken, en dan naar rechts draaien. Staat er op het etiketje, en omdat Dirk niet lezen kon is dat zijn dood geworden zegt de Dokter. Hij had zijn redding misschien in de hand maar kon er helaas geen gebruik meer van maken Ketje. jammer Dirk zegt de Dokter, en sluit Dirk,s dof starende ogen je ben nu in de hemel gelukkig met je Moeder en Vader verenigt. En hij sluit zijn versleten bruine tas die hij ook bij zich had toen hij als jong beginnend dokter vijf veertig jaar geleden bij Jannetje Dirk,s moeder kwam om haar bij Dirk,s zijn geboorte bij te staan. Beste lezers dit verhaal gaat over Dirk Ottedonne die in mijn jeugd in Scheveningen rondliep. Ik heb getracht iets over deze man te vertellen, al zijn al Dirk zijn gedachten door mij beschreven natuurlijk maar fictie. Om dat niemand de gedachten van een ander beschrijven kan. Maar ik maakte nogal eens een praatje met hem. Een feit is dat hij veel gepest werd, alleen omdat hij anders was dan alle anderen. Of Jolle die voor het terras van Teuntje Fluitemuis wiens naam ik ook verzon,nou echt Jolle heette weet ik ook niet. Ik heb hem wel bezig gezien met zijn Act als Dirigent en Musicus, misschien kwam hij wel uit den Haag. Maar Dirk Ottedonne heeft wel op Scheveningen geleefd als mens, al vonden we hem een zonderling, net zo als jan Tuit de bewijzen, en met dit verhaal wil ik dat hij wat zei ook waren we niet vergeten mogen dat zij op Scheveningen woonden en leefden. De Schrijver In dit verhaal zijn alle personen, en namen door de schrijver verzonnen, en mocht iemand zich in dit verhaal herkennen dan is dat zuiver toeval. Leen Bal. Leen.aly@hetnet.nl
...terug ...home Geplaatst op 23-02-2005 en 654 keer gelezen
Like dit 247 Liked