Duindorp: Een prachtwijk hervindt zichzelf!

Op het Tesselseplein, winkelhart en enige plein van de wijk, verjaagt een krijsende meeuw een duif in de strijd om een korst brood. 'Wij eten geen honing, we kauwen op bijen', melden kloeke letters op een dichtgetimmerd pand. Maar het recht van de sterkste is allang niet meer zaligmakend in de wijk die decennialang gold als de rafelrand van Den Haag. 'Duindorp is op zoek naar een nieuw evenwicht,' zegt Jaap Spaans, voorzitter van het wijkberaad. 'En we zijn een heel eind op weg om dat te vinden.' Jaap Spaans: Een prachtwijk hervindt zichzelf! Ruim tachtig jaar geleden werd in de schaduw van de duinen begonnen met de aanleg van de wijk, als overloop voor Scheveningers wier huizen onbewoonbaar waren geworden. Hier verrezen de eerste gemeentelijke woningwetwoningen van Den Haag, bedoeld als huisvesting voor de laagstbetaalden. Het was bovendien de bedoeling dat de wijk een gemeenschapszin bevorderende beslotenheid zou krijgen. Voor deze zogenoemde woningen met zeer lage huurwaarde werd door het toenmalige Ministerie van Arbeid een bijdrage verleend, op voorwaarde dat zij sober uitgevoerd zouden worden. Het werd niet alleen een sobere wijk - met rechthoekige woonblokken zonder franje voor de ruim vijfduizend bewoners en geen monumentale bebouwing - maar ook een geisoleerde. Verscholen achter de Bosjes van Poot en het Afvoerkanaal, afgescheiden van de buitenwereld door zee en duinen groeide een eigenzinnige gemeenschap. De blik vooral naar binnen gericht, maar met diepe wortels in de tradities van de Scheveningse vissers. Volgens Spaans, die sinds zijn geboorte in 1947 in Duindorp woont, een hechte wereld, waar saamhorigheid vanzelfsprekend was. ,,Omdat zij altijd op elkaar waren aangewezen, hadden vissers een sterke onderlinge band, in voor- en tegenspoed. Want er was ook armoe, vooral in de tijd van de vleetvissers. Als de vangsten slecht waren, moesten de eindjes aan elkaar worden geknoopt. Als kleine jongen werd ik erop uit gestuurd om ochtends bij de sigarenboer naar de praairapporten te kijken. Daarop kon je zien hoeveel de vissers hadden gevangen. En als pa dan na een week thuiskwam, was er weer geld. Maar na de zomer moesten de vissers op zoek naar een baantje aan de wal om te kunnen eten" 'Toch vonden velen dit toen al een aantrekkelijke plek om te wonen. Daarom huisden er niet alleen vissers, maar ook mannen uit de koopvaardij en ambtenaren. Petten, hoeden en schollenkoppen woonden naast elkaar. Hoewel de Vlielandsestraat vooral bestemd was voor de middenstand, de bovenmeesters en de leraren.' Het was een vitaal wereldje, het Duindorp van halverwege de vorige eeuw. Ritselend van het leven door de vaak grote gezinnen en met op iedere straathoek een bakker, slager of kruideniertje. 'Op het Tesselseplein alleen al zaten toen twee banken en vier slagers. En die konden er allemaal hun boterham verdienen. Bovendien hadden we toen nog de beschikking over alle voorzieningen die nodig waren. Scholen, een bibliotheek, een eigen zwembad en een postkantoor. Alles was er.' Maar als Spaans terugdenkt aan zijn jeugd, doemen toch vooral beelden op van strand, zee en duinen. Lang voordat het begrip welzijn de huidige betekenis had gekregen, kon de jonge Spaans weliswaar al aan de slag met een figuurzaag in een clubhuis in de Amelandsestraat (onder leiding van de vrouw van Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen), maar als het even kon, begaf hij zich naar de zee. Daar speelde zijn leven zich af, daar liggen zijn dierbaarste herinneringen en dat was zijn wereld. ,,Met vriendjes was ik altijd in de buurt van het water te vinden. Rotzooien op het strand en in de duinen. Met netjes garnalen vangen langs het strand of, als het koud was geworden, een vuurtje stoken van aangespoeld hout in de Kom, bij de monding van de haven.' Op die plek leerde Spaans, zoals veel andere Duindorpers, zwemmen. ,,Er was zelfs een badmeester bij de Kom om ons de eerste beginselen van het zwemmen bij te brengen. Hij droeg altijd een alpinopet, en eerlijk gezegd betwijfelden wij of hij zelf wel kon zwemmen. Kregen we een opgepompte fietsband om en een paardentuig, en dan het water in. Soms maakten we een ommetje als we de Solex van de badmeester zagen staan. Maar we zwommen wel de hele haven door en de ouderen doken van een dukdalf. Iedereen kon zwemmen als ratten. Soms ook tussen de ratten, zoals in het Verversingskanaal.' En dan was er nog die andere gemeenschappelijke liefde: voetbal. Niet bij een officiele club, maar toch georganiseerd. 'Op zaterdagochtend vroeg, voordat de echte clubs begonnen, speelden we op Ockenburgh. Werd er voor vijf gulden een veld gehuurd en voetbalden we onderling met straat- en buurtteams, zoals de Pluvierboys en de Vuurtorenboys. We hadden weinig, maar waren heel inventief in het zelf organiseren van leuke dingen.' Toch heeft heimwee naar voorbije tijden weinig vat gekregen op Spaans. Daarvoor is het heden te dynamisch voor iemand die zich niet alleen met zijn hart, maar ook met zijn daden aan zijn leefomgeving heeft verbonden. Niet zo lang geleden was Duindorp een vaste klant op de landelijke lijst van probleemwijken. Verpauperd, een wegkwijnende middenstand en morrende bewoners; Duindorp was vooral in trek bij cameraploegen die beelden zochten van onvrede en verloedering. 'Nu komen hier busladingen ambtenaren en woningbouwdelegaties om te kijken hoe het mogelijk is dat hier zoiets moois aan het ontstaan is. We zijn inmiddels een voorbeeld geworden voor de prachtwijken die minister Vogelaar wil.' De ommekeer begon in 1995, toen wethouder Noordanus Duindorp op de schop wilde nemen. Aanvankelijk was er veel verzet tegen de sloophamers, maar inmiddels werpt de stadsvernieuwing haar vruchten af. Nieuwbouw en renovatie van woningen, de komst van een supermarkt op het Tesselseplein, een groeiende vraag naar woningen en meer sociale controle: Duindorp heeft het lek definitief boven. 'Ik was erbij toen een architect op het stadhuis de eerste renovatieplannen presenteerde. Hij wilde beginnen met huizen slopen bij het Verversingskanaal en daarna de rest tegen de vlakte gooien. Hij mocht meteen vertrekken van de wethouder. Uiteindelijk worden er 1100 van de 3200 woningen gefaseerd gesloopt en komen er 720 nieuwe woningen. Betere woningen. Ik ben het met Noordanus eens: hier moeten hoeden en petten naast elkaar kunnen wonen. En dat gebeurt meer en meer.' Al zijn vriendjes van vroeger hebben Duindorp in de loop der jaren de rug toegekeerd. Op zoek naar een fraaiere woning en een beter leefklimaat. Nu het beeld van de wijk verbetert, ziet hij sommigen van hen terugkeren. Logisch, want eens een Duindorper, altijd een Duindorper. 'Ik heb ooit rondgekeken op de Wadden. Toch ben ik niet gegaan. En dat zal ik ook nooit doen. Het zout zit nu eenmaal in mijn botten.' Jaap Spaans
...terug ...home Geplaatst op 20-01-2009 en 588 keer gelezen
Like dit 195 Liked