Schevenings Vissersvrouwenkoor op tournee in Zuid-Afrika, 1980 (deel 1)

Reisverslag van Ger de Jong-Spaans over de drieweekse tour van het Schevenings Vissersvrouwenkoor in Zuid-Afrika. 11 april t/m 2 mei 1980 Bewerkt door: Karel Kulk
Ter inleiding:
Wie is mevrouw Ger de Jong-Spaans? Gerritje werd geboren op 10 november 1919 in de d’ Aumeriestraat te Scheveningen. Haar ouders waren Leenderd Spaans en Maria de Graaf. Op de Koningin Emmaschool school aan de Stevinstraat viel Gerritje al snel op dat ze goed kon leren. Zo goed dat ze een klas mocht overslaan. Bovenmeester Deys adviseerde de ouders van Gerritje haar naar de middelbare meisjesschool Juliana van Stolberg aan de Doornstraat te sturen. Het inkomen van vader, die visser was, en moeder die als nettenboetster werkte, was niet toereikend om hun dochter een vervolgopleiding te laten volgen. Op 13-jarige leeftijd ging Gerritje aan de slag als leerling nettenboetster. In 1927 verhuisde het gezin, dat inmiddels drie kinderen telde, naar de Walchersestraat in Duindorp. Na een aantal jaren verhuisde ze weer naar een woning in de Dirk Hoogenraadstraat. In 1935 verhuisde het gezin wederom naar Duindorp waar ze een woning in de Meeuwenhof betrokken. Ger (15) ‘vree’ (verkering) toen al met haar latere (vissers)man Arend Pieter de Jong waarmee ze op 24 september 1940 in het huwelijk trad. Het echtpaar kreeg drie kinderen, Willy, Leen en Nico. De laatste was directeur van visgroothandel Jac. den Dulk & Zn. Het gezin was inmiddels verhuisd naar een dubbele bovenwoning in de Menninckstraat. Op zijn 65ste zat het vissersbestaan van Arend erop en vond hij zijn ankerplaats bij vrouw Ger, dochter Willy en zoon Leen die beiden wegens hun beperking altijd thuis zijn blijven wonen. Na een langdurige ziekte overleed Arend Pieter de Jong in 1999. Ger stond er nu alleen voor. Naast de zorg voor het gezin en het wassen en plooien van mutsen, die door Scheveningse vrouwen in dracht werden gedragen, beleefde ze als lid van het Schevenings Vissersvrouwenkoor, waar ze sinds de oprichting in 1954 lid van was, veel plezier. Samen met de ander leden heeft ze met het koor veel hoogtepunten meegemaakt. Het koor zong op de Wereldtentoonstelling in Brussel, folkloristische songfestivals in Canterbury, Wales en Luxemburg en vaak voor leden van het Koninklijk Huis. De drieweekse tour in 1980 in Zuid-Afrika, met uitstapjes naar prachtige kerken en wildparken, was wel een zeer bijzondere belevenis voor Ger, echtgenoot Arend en haar zoons Leen en Nico. Maar ook de onthulling van het VissersNamenMonument op 24 mei 2013 door prinses Beatrix was een bijzondere dag in haar Leven. Het optreden van het Schevenings Vissersvrouwenkoor in de Oude Kerk gaf deze indrukwekkende dag extra glans. Het was de laatste keer dat ik Ger heb horen en zien zingen. Ze was toen 94 jaar en het oudste lid van het koor. Het jaar 2015 bracht veel verdriet voor Ger toen haar twee zoons Leen en Nico overleden. Een zwaar en niet te dragen verlies voor een moeder. Ondanks haar verdriet putte ze kracht uit haar geloof om verder te gaan. Helaas was het niet meer mogelijk om in het dubbele bovenhuis in de Menninckstraat te blijven wonen en verhuisde ze naar het Zorgcentrum Bosch en Duin aan de Scheveningse weg. Tijdens het gesprek met de directie moest ze direct beslissen of ze de kamer wel of niet nam. Dat moet een moment zijn geweest dat ze de hulp van haar zoon Nico zeer heeft gemist. Ze vroeg of ze er een dag over mocht nadenken. Dat was niet mogelijk. Op de tafel stond een doosje waarop ze in haar verbeelding de tekst ‘Doen,’ op zag staan. Ze keek ernaar en nam een beslissing. Op haar 98ste verjaardag bracht ik een bezoek aan Ger. Bij het MuZee Scheveningen had ik voor haar een miniatuur gekocht van de Scheveningse vuurtoren met de vier kleine huisjes. Toen ik haar versierde kamer binnenliep zat Ger op een groot flat screen televisie naar DWDD te kijken. Het geluidsvolume stond op 42. Ik feliciteerde haar en gaf haar het cadeautje. Ze vond het prachtig en gaf het gelijk een mooi plekje in haar kamer. Tijdens ons gesprek van ruim twee uur vertelde ze over het ontstaan van het Schevenings Visservrouwenkoor, het verlies van haar zoons en raakte niet uitgepraat over haar reis, in 1980, met het Schevenings Vissersvrouwenkoor naar Zuid-Afrika. Ze vertelde dat ze een dagboekje over de reis had bijgehouden. Ze wees op een notitieboekje van ongeveer 15x20 cm dat op haar rollator lag met 65 volgeschreven bladzijden. Ik las een paar bladzijden en zag het enthousiasme waarmee ze haar reisverhaal had beschreven. Ik een las een mooie passage uit het boekje voor waarop ze zei: ‘Je mag het wel lezen hoor, als ik het maar weer terugkrijgt.’ Nadat ik thuis het boekje met veel genoegen had gelezen vond ik dat haar verhaal door meer mensen op Scheveningen zou moeten kunnen worden gelezen. Na toestemming van Ger ligt het eerste deel van haar reisverhaal nu voor u. Ik voel me vereert dat ik deze vrouw, die veel voor Scheveningen heeft betekend, heb mogen leren kennen en haar reisverslag met u mag delen. Veel leesplezier de komende maanden.
Het reisverslag
Vrijdag 11 april 1980, 15.30 uur, 1e dag ‘Daar gaan we dan de lucht in, we komen eindelijk tot rust. De laatste weken waren razend druk. Woensdagavond om kwart voor zes kwamen de grammofoonplaten en de cassettebandjes. We moesten ze stuk voor stuk in een zakje doen, vijf stuks in een zakje. Elk lid kreeg twee grote zakken te dragen. Ook de supporters die meegingen. De 800 zakken, met een oude gravure van de Keizerstraat, waren ons gratis aangeboden. Dat was dus een leuke aanbieding. We hadden een geweldige uitzwaai in de Menninckstraat. De straat stond bijna zwart van de mensen. De bus kwam om halftwaalf voor de deur rijden waar, Arend, Leen, Huif, Arie, Pie, Klaas en Jans Hoogendijk en ik, instapten. Het was een gezoen en gewuif, geweldig. Arend had donderdagavond onze dochter Willy nog gebeld. De leider, van het tehuis waar ze drie weken zou verblijven, zei dat Willy het aardig kon wennen. Willy kwam zelf ook aan de telefoon, maar ze zei overal ja op. Tante Mien zei nog: ‘Willy als je weer thuiskomt van vakantie gaan we fijn een plaatje draaien.’ Dan heeft ze het gevoel dat ze toch nog thuiskomt. Het viel niet mee om Willy weg te brengen. Ze waren ontzettend aardig voor haar en we mochten het huis zien. Willy mocht zelf zeggen waar ze wilde slapen. Er waren nog drie bedden vrij. We vliegen met een Boeing 747 (SA 253) van South African Airways. Na 15 uur zouden we op het vliegveld ‘Jan Smutslughawe’ van Johannesburg landen. Wij (Arend, Ger en Leen) zitten in rij 35 bij raam. Dan zijn er vier plaatsen in het midden, twee plaatsen aan de andere kant. Dus negen stoelen per rij. Huif zit in rij 36, Marie in rij 33, Pie in rij 34 en Co zit aan de andere kant. Ik heb drie kleine poppetjes gemaakt, erg leuk maar ontzettend veel werk. We moeten onze riemen vastmaken en ik zie het vliegtuig langzaam wegrollen. Over een klein uurtje zouden we in Frankfurt landen waar we niet zo lang zouden blijven. Na de landing in Frankfurt vliegen we in een keer door naar Pretoria. Een lange reis. In het vliegtuig loop ik voor 1.50 gulden foto’s van het koor te verkopen. Dat is erg leuk! Arend en Leen hebben ieder voor vijf gulden een koptelefoon gekocht zodat ze naar muziek kunnen luisteren. De steward komt net langs, ik nam linomade gingerale, Leen en Arend Coca-Cola dat we niet hoefden te betalen. De twee kleine flesjes whisky die Arend en Leen namen kosten 2 twee gulden. Ik ben even rond geweest om de poppetjes te laten bewonderen. Ze vonden ze fantastisch. Een mevrouw, die meereisde, vroeg of ze er een kon kopen, maar dat heb ik maar niet gedaan. Wat moet je ervoor vragen? We hebben ons diner gekregen. Balletjes peen, spaghetti een stukje vlees, roggebrood, haring in saus en een slaatje. Het toetje bestond uit mousse cream met Lange Vingers en crackers met kaas. Je kon ook kiezen voor aardappelen met rodekool en twee plakken vlees. Het was erg lekker. Ik nam een flesje Coco Rico, dat is likeur, maar word er een beetje pipsy van. Ik zie Marie overgeven, dat was niet leuk. Toen we boven Frankrijk vlogen haalde we een snelheid van 910 kilometer op een hoogte van 10 kilometer en was de temperatuur van min 52 graden. We hebben niet veel geslapen, een beetje weggedommeld. De steward kwam weer langs voor een drankje. Ik heb twee glazen melk genomen en een oogklep voor een beetje te kunnen slapen. Aankomst vliegveld Johannesburg, zaterdag 12 april, 2e dag Om vijf uur in de ochtend ging iedereen de kap (IJzer) op zetten. Bij de wc in het vliegtuig was het een enorm gedrang. Om halfzes ben ik samen met onze Aag gegaan. Daarna ontbijt, een opgerold gebakken ei, worstjes, roggebrood met jam en een schaaltje vruchtjes. Toen nog een uurtje vliegen en om vijf over zeven landde het vliegtuig op het vliegveld Smutslughawe van Johannesburg. Wordt vervolgd
Karel Kulk Scheveningen © 2018 Reacties: Karel Kulk
...terug ...home Geplaatst op 09-01-2018 en 41 keer gelezen
Like dit 5 Liked