Schevenings Vissersvrouwenkoor op tournee in Zuid-Afrika, 1980

Reisverslag van Ger de Jong-Spaans over de drieweekse tour van het Schevenings Vissersvrouwenkoor in Zuid-Afrika. 11 april t/m 2 mei 1980 Bewerkt door: Karel Kulk
Ter inleiding:
Wie is mevrouw Ger de Jong-Spaans? Gerritje werd geboren op 10 november 1919 in de d’ Aumeriestraat te Scheveningen. Haar ouders waren Leenderd Spaans en Maria de Graaf. Op de Koningin Emmaschool school aan de Stevinstraat viel Gerritje al snel op dat ze goed kon leren. Zo goed dat ze een klas mocht overslaan. Bovenmeester Deys adviseerde de ouders van Gerritje haar naar de middelbare meisjesschool Juliana van Stolberg aan de Doornstraat te sturen. Het inkomen van vader, die visser was, en moeder die als nettenboetster werkte, was niet toereikend om hun dochter een vervolgopleiding te laten volgen. Op 13-jarige leeftijd ging Gerritje aan de slag als leerling nettenboetster. In 1927 verhuisde het gezin, dat inmiddels drie kinderen telde, naar de Walchersestraat in Duindorp. Na een aantal jaren verhuisde ze weer naar een woning in de Dirk Hoogenraadstraat. In 1935 verhuisde het gezin wederom naar Duindorp waar ze een woning in de Meeuwenhof betrokken. Ger (15) ‘vree’ (verkering) toen al met haar latere (vissers)man Arend Pieter de Jong waarmee ze op 24 september 1940 in het huwelijk trad. Het echtpaar kreeg drie kinderen, Willy, Leen en Nico. De laatste was directeur van visgroothandel Jac. den Dulk & Zn. Het gezin was inmiddels verhuisd naar een dubbele bovenwoning in de Menninckstraat. Op zijn 65ste zat het vissersbestaan van Arend erop en vond hij zijn ankerplaats bij vrouw Ger, dochter Willy en zoon Leen die beiden wegens hun beperking altijd thuis zijn blijven wonen. Na een langdurige ziekte overleed Arend Pieter de Jong in 1999. Ger stond er nu alleen voor. Naast de zorg voor het gezin en het wassen en plooien van mutsen, die door Scheveningse vrouwen in dracht werden gedragen, beleefde ze als lid van het Schevenings Vissersvrouwenkoor, waar ze sinds de oprichting in 1954 lid van was, veel plezier. Samen met de ander leden heeft ze met het koor veel hoogtepunten meegemaakt. Het koor zong op de Wereldtentoonstelling in Brussel, folkloristische songfestivals in Canterbury, Wales en Luxemburg en vaak voor leden van het Koninklijk Huis. De drieweekse tour in 1980 in Zuid-Afrika, met uitstapjes naar prachtige kerken en wildparken, was wel een zeer bijzondere belevenis voor Ger, echtgenoot Arend en haar zoons Leen en Nico. Maar ook de onthulling van het VissersNamenMonument op 24 mei 2013 door prinses Beatrix was een bijzondere dag in haar Leven. Het optreden van het Schevenings Vissersvrouwenkoor in de Oude Kerk gaf deze indrukwekkende dag extra glans. Het was de laatste keer dat ik Ger heb horen en zien zingen. Ze was toen 94 jaar en het oudste lid van het koor. Het jaar 2015 bracht veel verdriet voor Ger toen haar twee zoons Leen en Nico overleden. Een zwaar en niet te dragen verlies voor een moeder. Ondanks haar verdriet putte ze kracht uit haar geloof om verder te gaan. Helaas was het niet meer mogelijk om in het dubbele bovenhuis in de Menninckstraat te blijven wonen en verhuisde ze naar het Zorgcentrum Bosch en Duin aan de Scheveningse weg. Tijdens het gesprek met de directie moest ze direct beslissen of ze de kamer wel of niet nam. Dat moet een moment zijn geweest dat ze de hulp van haar zoon Nico zeer heeft gemist. Ze vroeg of ze er een dag over mocht nadenken. Dat was niet mogelijk. Op de tafel stond een doosje waarop ze in haar verbeelding de tekst ‘Doen,’ op zag staan. Ze keek ernaar en nam een beslissing. Op haar 98ste verjaardag bracht ik een bezoek aan Ger. Bij het MuZee Scheveningen had ik voor haar een miniatuur gekocht van de Scheveningse vuurtoren met de vier kleine huisjes. Toen ik haar versierde kamer binnenliep zat Ger op een groot flat screen televisie naar DWDD te kijken. Het geluidsvolume stond op 42. Ik feliciteerde haar en gaf haar het cadeautje. Ze vond het prachtig en gaf het gelijk een mooi plekje in haar kamer. Tijdens ons gesprek van ruim twee uur vertelde ze over het ontstaan van het Schevenings Visservrouwenkoor, het verlies van haar zoons en raakte niet uitgepraat over haar reis, in 1980, met het Schevenings Vissersvrouwenkoor naar Zuid-Afrika. Ze vertelde dat ze een dagboekje over de reis had bijgehouden. Ze wees op een notitieboekje van ongeveer 15x20 cm dat op haar rollator lag met 65 volgeschreven bladzijden. Ik las een paar bladzijden en zag het enthousiasme waarmee ze haar reisverhaal had beschreven. Ik een las een mooie passage uit het boekje voor waarop ze zei: ‘Je mag het wel lezen hoor, als ik het maar weer terugkrijgt.’ Nadat ik thuis het boekje met veel genoegen had gelezen vond ik dat haar verhaal door meer mensen op Scheveningen zou moeten kunnen worden gelezen. Na toestemming van Ger ligt het eerste deel van haar reisverhaal nu voor u. Ik voel me vereert dat ik deze vrouw, die veel voor Scheveningen heeft betekend, heb mogen leren kennen en haar reisverslag met u mag delen. Veel leesplezier de komende maanden.
Het reisverslag
Vrijdag 11 april 1980, 15.30 uur, 1e dag ‘Daar gaan we dan de lucht in, we komen eindelijk tot rust. De laatste weken waren razend druk. Woensdagavond om kwart voor zes kwamen de grammofoonplaten en de cassettebandjes. We moesten ze stuk voor stuk in een zakje doen, vijf stuks in een zakje. Elk lid kreeg twee grote zakken te dragen. Ook de supporters die meegingen. De 800 zakken, met een oude gravure van de Keizerstraat, waren ons gratis aangeboden. Dat was dus een leuke aanbieding. We hadden een geweldige uitzwaai in de Menninckstraat. De straat stond bijna zwart van de mensen. De bus kwam om halftwaalf voor de deur rijden waar, Arend, Leen, Huif, Arie, Pie, Klaas en Jans Hoogendijk en ik, instapten. Het was een gezoen en gewuif, geweldig. Arend had donderdagavond onze dochter Willy nog gebeld. De leider, van het tehuis waar ze drie weken zou verblijven, zei dat Willy het aardig kon wennen. Willy kwam zelf ook aan de telefoon, maar ze zei overal ja op. Tante Mien zei nog: ‘Willy als je weer thuiskomt van vakantie gaan we fijn een plaatje draaien.’ Dan heeft ze het gevoel dat ze toch nog thuiskomt. Het viel niet mee om Willy weg te brengen. Ze waren ontzettend aardig voor haar en we mochten het huis zien. Willy mocht zelf zeggen waar ze wilde slapen. Er waren nog drie bedden vrij. We vliegen met een Boeing 747 (SA 253) van South African Airways. Na 15 uur zouden we op het vliegveld ‘Jan Smutslughawe’ van Johannesburg landen. Wij (Arend, Ger en Leen) zitten in rij 35 bij raam. Dan zijn er vier plaatsen in het midden, twee plaatsen aan de andere kant. Dus negen stoelen per rij. Huif zit in rij 36, Marie in rij 33, Pie in rij 34 en Co zit aan de andere kant. Ik heb drie kleine poppetjes gemaakt, erg leuk maar ontzettend veel werk. We moeten onze riemen vastmaken en ik zie het vliegtuig langzaam wegrollen. Over een klein uurtje zouden we in Frankfurt landen waar we niet zo lang zouden blijven. Na de landing in Frankfurt vliegen we in een keer door naar Pretoria. Een lange reis. In het vliegtuig loop ik voor 1.50 gulden foto’s van het koor te verkopen. Dat is erg leuk! Arend en Leen hebben ieder voor vijf gulden een koptelefoon gekocht zodat ze naar muziek kunnen luisteren. De steward komt net langs, ik nam linomade gingerale, Leen en Arend Coca-Cola dat we niet hoefden te betalen. De twee kleine flesjes whisky die Arend en Leen namen kosten 2 twee gulden. Ik ben even rond geweest om de poppetjes te laten bewonderen. Ze vonden ze fantastisch. Een mevrouw, die meereisde, vroeg of ze er een kon kopen, maar dat heb ik maar niet gedaan. Wat moet je ervoor vragen? We hebben ons diner gekregen. Balletjes peen, spaghetti een stukje vlees, roggebrood, haring in saus en een slaatje. Het toetje bestond uit mousse cream met Lange Vingers en crackers met kaas. Je kon ook kiezen voor aardappelen met rodekool en twee plakken vlees. Het was erg lekker. Ik nam een flesje Coco Rico, dat is likeur, maar word er een beetje pipsy van. Ik zie Marie overgeven, dat was niet leuk. Toen we boven Frankrijk vlogen haalde we een snelheid van 910 kilometer op een hoogte van 10 kilometer en was de temperatuur van min 52 graden. We hebben niet veel geslapen, een beetje weggedommeld. De steward kwam weer langs voor een drankje. Ik heb twee glazen melk genomen en een oogklep voor een beetje te kunnen slapen.
Aankomst vliegveld Johannesburg, zaterdag 12 april, 2e dag
Om vijf uur in de ochtend ging iedereen de kap (IJzer) op zetten. Bij de wc in het vliegtuig was het een enorm gedrang. Om halfzes ben ik samen met onze Aag gegaan. Daarna ontbijt, een opgerold gebakken ei, worstjes, roggebrood met jam en een schaaltje vruchtjes. Toen nog een uurtje vliegen en om vijf over zeven landde het vliegtuig op het vliegveld Smutslughawe van Johannesburg.
Zaterdag 12 april, 2e dag
Na de landing op Smutslughawe ging het reisgezelschap om 10 uur naar het Civic Centre waar in een grote hal de gastgezinnen op ons wachten. De heer Toet riep de gastheer en/of gastvrouw op waar twee of drie leden van het koor de komende drie weken zouden logeren. Toen onze namen (Arend, Leen en ik) werden opgeroepen kwam er een meneer en een mevrouw naar ons toe die zich voorstelden als Vlietstra. Ze waren erg aardig en we voelden ons gelijk op ons gemak. Ze zeiden: ‘noem ons maar Siert en Mien,’ waarop ik antwoordde: ‘noem ons dan maar Gerritje of Gerrie, Arend en Leen.’ Mijn naam vergeten ze nooit meer want de naam van Mien’s moeder was ook Gerritje. Daarna werden er foto’s van het koor genomen. Ik ben nog met twee andere vrouwen van het koor apart gefotografeerd omdat de fotograaf vond dat we zo mooi doek droegen. Toen zijn we in een busje van hun schoonzoon gestapt. Huif en Aag gingen ook mee omdat hun gastheer en gastvrouw niet konden komen. Ze hadden een slagerij. We hebben ze bij hun logeeradres afgezet en reden door naar ons logeeradres in Johannesburg. Het was een prachtig huis en onze gastvrouw ging gelijk koffiezetten. We hadden een flesje Bokma meegenomen en dronken nog een glaasje voor we naar bed gingen. De volgende ochtend ben ik eerst mijn witte rok en de overhemden van Arend en Leen gaan wassen en buiten opgehangen. Daarna hebben we geluncht, broodjes met rookvlees, ham, tomaat en als toetje druiven. Vervolgens zijn we met de auto naar een kerk gereden waar Siert organist is. Hij heeft voor ons een tijdje op het orgel gespeeld. Je kon horen dat het een goede organist is. Het was een mooie kerk met prachtige banken die fijner zaten dan de banken van de Prinses Julianakerk in Duindorp. Onze gastheer heeft ook foto’s van ons en de kerk genomen. Jammer dat ons fototoestel in het gasthuis lag. Vervolgens reden we over prachtige wegen naar de farm van hun dochter die pas 10 dagen geleden was bevallen. Het was daar erg mooi met menshoge cactussen en mooie bomen. Haar echtgenoot die kweker is was als jongen van twaalf met zijn ouders uit Noord-Holland naar Zuid-Afrika geëmigreerd. Thuis gekomen nam Arend en borreltje en Leen een biertje. Onze gastheer is net als Arend niet vies van borreltje. Na het avondeten, met soep met brood, dronken we koffie. Het was tien over half tien toen we doodmoe naar bed gingen. Foto links: Aankomst vliegveld van Johannesburg van Pie en Dirk Bal. Johannesburg, 12 april 1980. Foto Recht: Koorlid Corrie Klein den Heijer en haar dochter Annie van der Plas op het vliegveld in Johannesburg. 12 april 1980.
Zondag 13 april, 3e dag
We hebben Lekker geslapen. Arend is al om kwart over zeven opgestaan. Er wordt op de slaapkamerdeur geklopt, Siert komt binnen met thee en biscuits. We kleden ons netjes aan voor ons eerste optreden in de Hervormde Kerk in Parktown. Toen we aankwamen was het al erg druk. Overal stonden groepjes mensen te praten. Ben Pronk stond te glunderen. Het was een mooie dienst en hebben drie geestelijke liederen gezongen: ‘Bid dan tot de Heer, Jezus zie hoe ik op u wacht en Heer ik kom met al mijn noden.’ Na de dienst hebben we met de kerkgangers koffie gedronken in een zaal naast de kerk vragen over de Scheveningse kledingdracht beantwoord en grammofoonplaten van ons koor verkocht. Omdat het zondag was wilde eerst geen platen verkopen. Maar In Zuid-Afrika is dat heel normaal. Dus, ’s lands wijs, ’s lands eer. Daarna gingen we met Siert en Mien op bezoek bij de familie Smit. Ze hebben twee zoons en een dochter. Ze hadden in Vlaardingen gewoond. In de tuin hebben we eerst een glaasje gedronken en daarna soep met stokbrood en een lekkere zalmsalade gegeten. Bij het zwembad zijn er foto’s gemaakt. Daarna de terugreis naar ons gasthuis. In de keuken hebben we nog fruit gegeten. Het is 24.30 uur en ik lig nu in bed. Einde van de zondag.
Maandag 14 april, 4e dag
Om zes uur ben ik opgestaan en een wasje gedaan. Daarna in bad. Arend was ondertussen ook opgestaan en hebben toen thee gedronken. Daarna zijn we ons gaan klaarmaken voor een tv-opname in het centrum van Johannesburg. De opname zou om 11 uur beginnen maar werd verschoven naar 12.30 uur. Dan stond de piano weer niet goed dan was er weer iets met de microfoons en drie keer was er een technische storing. We moesten eerst proef zingen met het lied ‘Scheveningen’ en daarna zongen we de liederen: ‘Kent Gij het Land, Wakkere Jongens en Wilt Heden Nu Treden.’ Daarna zongen we vier geestelijke liederen. Dat ging meteen goed. Na het tv-optreden hebben we geluncht, met veel vlees en een Kaapswijntje. Vervolgens hadden we een optreden in een kerk. Het eerste gedeelte was niet zo mooi omdat de organist niet goed speelde. Pie Roeleveld is toen weggegaan. Daarna ging het beter. In de kerk hebben we nog platen verkocht. We gaan vandaag met het hele koor en aanhang een rondrit maken naar ‘Goudstad aan die Witwatersrand.’ Dat is een plateau in het zuiden van Transvaal van 100 kilometer Lang en 1900 meter hoog. De stad heeft zijn naam te danken aan de velen goud- en diamantmijnen op het plateau. Ook hebben we met het hele gezelschap op de 52ste verdieping van het Carlton Hotel in Johannesburg koffie gedronken. Het was een geweldig panorama met al die lichten van de stad. Je kunt het je niet voorstellen. Thuis hebben we nog een glaasje gedronken. Rika Pronk kreeg een galaanval en was behoorlijk ziek. De dokter is geweest. De tour mag ze in ieder geval niet verder meemaken. Dat is erg zielig voor haar. Gelukkig woont een nicht van haar in Johannesburg waar ze drie weken mag logeren. Het is nu vijf voor één middernacht, dus eindig ik met schrijven.
Dinsdag 15 april, 5e dag
Vanmorgen om zes uur opgestaan en meteen de was gedaan en daarna in bad. Na het ontbijt gingen we naar het winkelcentrum Betfordview in Eastgate. Dat was een behoorlijk eind rijden. We hebben Kyalami Ranch bezocht. Dat was zo geweldig. Onvergetelijk! We aten het traditionele ‘Braaivleis’ (geroosterd vlees) en genoten van het optreden van de Mzumba Dansers die klassieke stamdansen uitvoerden begeleid door jungle-drums. De dansrituelen gingen onder andere over het thema ‘Het zoeken naar Vrijheid.’ We hebben veel foto’s en films gemaakt. Ik heb daar twee beelden van houtsnijwerk en een masker gekocht. Toen koffie gedronken met twee pannenkoekjes met slagroom. Om half vijf wachten onze bus ons op. Thuis stond een schapenbout in de oven. Dochter Marianne was er ook met twee schatten van kinderen. We hadden uit Nederland cadeautjes meegebracht. Een rode zakdoek, een Scheveningse pop, twee lepeltjes en een doosje sigaren. Ze vonden het prachtig. Daarna nog een glaasje gedronken en nu kan ik mijn ogen niet meer openhouden en ga slapen, maar eerst nog even snel onze sokken wassen.
Woensdag 16 april, 6e dag
Wat een dag, wat een dag. Vanmorgen om werd er om vijf uur op onze deur geklopt om op te staan. Na het ontbijt vertrokken we om zeven uur naar het Civic Centre waar de bussen klaar stonden voor een safari naar het ‘Kruger Nationaal Park’ in Oost-Transvaal. Het is het met zijn oppervlakte van 19.500 vierkante kilometer het grootste natuurpark van Zuid-Afrika. Er leven 130 verschillende soorten zoogdieren, 468 vogelsoorten, 114 soorten reptielen en 48 vissoorten. We moesten 500 kilometer rijden om er te komen. We Reden onder ander over de Nelshoogte en de prachtige bergstreken van Oost-Transvaal. Het was een indrukwekkende tocht. Hoe verder we kwamen des te warmer het werd. Bij een souvenirwinkeltje zijn we even gestopt om naar de wc te gaan. Ik heb daar een beeldje van een hertje gekocht. Op een mooie plek zijn we gestopt om een boterham te eten die we van onze gastgezinnen hebben meegekregen. De rest van de tocht kwamen we langs sinasappelbomen en bananenplantages. Via Nelspruit en Kaapmuiden bereikten we om tien over vijf de Nasionale Krugerwildtuin. Het Krugerpark is het bekendste wildpark van Zuid-Afrika. We brachten de nacht door in een ‘Rondavel’ nummer 15, dat is een inheemse hut met alle gemakken voorzien. Onze hut was voorzien van drie bedden, wastafel, en een tafel met drie stoelen. Gelukkig was er aircondition zodat het was uit te houden. In het winkeltje heb ik drie beurzen, drie onderzetter en een beeldje gekocht. Om zes uur hebben we gegeten. Snijbonen of bloemkool met aardappelen, vlees en een fles wijn. Als toetje kregen we een stuk taart. Daarna zijn we gaan zwemmen. Het kostte ons nogal wat moeite om de badpakken aan te trekken maar hebben ons reusachtige vermaakt in het kikkerbadje. Daarna met Co, Huif en Arie en borreltje bij ons gedronken. Vervolgens zijn we op visite gegaan bij Pie Roeleveld waar we veel lol hebben gehad. Nu zit ik op mijn bed te schrijven en ga ik eindigen, want morgenochtend om half zeven gaan we weer zwemmen en vertrekken we weer op safari.
Donderdag 17 april, 7e dag
We hebben heerlijk met z’n allen in het grote zwembad gezwommen. Daarna genoten van een stevig ontbijt want we gingen verder op safari. We reisden via Graskop naar Sabie een kwamen door enorme bossen. In Oldendaals Rustkamp hebben we geluncht. Vervolgens naar de Blyde River Canyon met een indrukwekkende dubbele waterval van 92 meter hoog. Op een bord stond: ‘Welkom hier in-die skilderagtige wonderland van die Panorama-roete.’ In het wild hebben we Springbokjes, Olifanten, Nijlpaarden, Giraffen en een Luipaard gezien en gefotografeerd. In Nelspruit werden we opgevangen door gastgezinnen en om 19.00 uur moesten het koor weer optreden. Na het optreden hebben we bij Co nog wat gedronken en nagepraat. Pie, Dirk, Arie Noordhoek en zijn vrouw waren er ook. Teun Schuppers, Nico, Jaap en Hanny kwamen wat later. Het was reuze gezellig maar nu ga ik eindigen want ik kan mijn ogen niet meer openhouden. Ansichtkaar van Annie van der Plas aan haar man Koos en haar kinderen
Vrijdag 18 april, 8e dag
Zoals bijna elke ochtend zijn we weer wezen zwemmen. Daarna de koffers inpakken. Dat is een ellende, voor alles er weer inzit. Om 8 uur gingen we aan het ontbijt. Onze koffers werden, met de nog natte badpakken, door Bantoes naar de bus gebracht. Nadat we eerst snel ansichtenkaarten en postzegels hadden gekocht vertrokken we om kwart voor negen. We reden door een streek waar drie bergen staan die ze de Drie Rondavels noemen. Zo prachtig, dat zie je nergens anders. Toen we stopten voor een kopje koffie wilde ik voor Arend een zomerbroek kopen, maar hij wilde eerst koffiedrinken. Dat duurde zolang dat ik alvast in de winkel ben gaan kijken. Er hingen er een heleboel in verschillende kleuren en maten. Ik weer terug naar Arend en zei: laten we nu gaan kijken. Hij is gelukkig geslaagd want zijn andere broek, die ik had gewassen, was helemaal gekreukeld. Voor Leen heb ik een korte broek gekocht. We zijn nog even snel koffie gaan drinken waardoor we te laat bij de bus aankwamen. De chauffeur was een beetje kwaad. We reden door een prachtig vakantiedorp en stopte een eind verder bij een restaurant met een schitterend uitzicht. Het eten, dat je zelf moest gaan halen, was heel lekker. Naar onze begrippen was het allemaal erg chique. Er was per tafel voor twee personen gedekt. Ik wilde graag Leen bij mij en Arend aan tafel hebben, maar dat was niet mogelijk. Leen is toen bij Klaas aan tafel gaan zitten. Ik vond dat niet leuk. Na het eten werden we opgehaald door een jonge gastvrouw met de mooie naam Constance, waar we de nacht zouden slapen. Haar dochtertje van drie was bij haar ouders op vakantie naar de Kaap.
Zaterdag 19 april, 9e dag
Na een stevig ontbijt zijn we ons gaan klaarmaken voor ons optreden in de ‘Saal van die Pionier Hoërskool’ in het plaatsje Vryheid. We kregen allemaal een feestelijk bloemtakje opgespeld en aten soep met toast. Toen we vertrokken ging ik op de trap onderuit. Mijn ‘Hoofdijzer’ viel van mijn hoofd en ik bezeerde me. Ik moest even gaan zitten voor ik de bus in kon stappen. Gelukkig was mijn ‘IJzer’ niet beschadigd. Om de weg te bekorten nam de chauffeur een zandweg. We zaten onder het stof dat door de kieren van de deuren kwam. Ook kreeg de bus kreeg problemen met het koelsysteem. Het was vreselijk. Huif zag grijs van het stof en Leen had hoofd- en buikpijn, misselijk en huilde. Dat was niet leuk. Eindelijk kwamen we bij een ‘Wimpy Bar’ aan waar een aardige mevrouw een apotheker heeft gebeld die pillen voor Leen bracht. De ander bus met het koor en aanhang kwam pas een uur later. Na een lange rustpauze reden we naar de concertzaal waar we zouden optreden. In de zaal sprak een meneer de bezoekers toe. Het was de gastheer van Yvonne en Joop. Tineke Knoester, die Mezzosopraan van het koor is, was niet tevreden over de organist die haar begeleide. De organist werd boos en gooide zijn papieren op de grond. Pie Roeleveld pakte zijn handen vast en vroeg: ‘Je zal ons tocht wel goed begeleiden?’ Toen we begonnen met zingen viel er een hoop zenuwen van ons af. Het ging prachtig! In de pauze dronken we koffie of thee. De tweede helft ging ook geweldig. Die organist kon beter piano spelen dan orgel. Na het concert zijn Huif en ik grammofoonplaten van het koor gaan verkopen. We hebben er maar vier of vijf verkocht. Jammer! In de zaal waren tafels gedekt met heerlijke vruchtendranken. We hebben kennis gemaakt met het gastgezin waar Nico en Hanny logeren. Voor hun gastvrijheid hebben we ze een plaat gegeven. Hun gastheer was in Holland geboren en met zijn ouders naar Zuid-Afrika geëmigreerd. Zijn vrouw was en echte Afrikaanse. Het was 12 uur middernacht toen we naar huis gingen. Onze gastvrouw vroeg of we nog iets wilde drinken, maar we waren zo moe dat we meteen naar bed zijn gegaan.
Zondag 20 april, 10e dag
Vanmorgen om halfzeven opgestaan en even geschreven. Daarna de was gedaan. Het is wel zondag maar dat vindt men hier niet erg. We kregen een lekker ontbijt met toast en worstjes. We zijn naar een kerk geweest met een groot grasveld ervoor waar de mensen zomaar hun auto op parkeerden. De ouderlingen en diakenen zijn allemaal in het zwart gekleed. De dominee was net als bij ons in toga met een wit strikje. Bij het zingen gaat iedereen staan. Er werden psalmen gezongen die wij kenden. Tijdens het bidden gingen de mannen allemaal staan. Omdat wij op de eerste rij zaten had Arend dat niet door en bleef hij zitten. Na de kerkdienst kregen de kinderen nog een halfuur een les Catechisatie. Wij zaten met een lekker windje in het zonnetje en aten brood met kaas, tomaat en augurk.
Maandag 21 april, 11e dag
Opgestaan, alles weer ingepakt en na een stevig ontbijt gingen op weg naar Durban een toeristische badplaats met veel wildreservaten. We zouden een bezoek brengen aan de ‘Bloedrivier’ waar een bloederige strijd tussen de Boeren en Zoeloes, om de goud- en diamantmijnen, had plaatsgevonden. Het zou een lange trip worden. Onderweg kreeg Leen vreselijk pijn aan de rechterzij van zijn buik dat de bus moest stoppen. Leen ging op het gras onder een boom liggen waar hij lag te krimpen van de pijn. We konden niet veel voor Leen doen en zouden in Durban een dokter bellen. Wij, Arend, Leen, Pie, Ben, Co, Arie, Huif en Arie logeerde, Jaap, Wilco, Teun, Arie, Nico, Nanny, Arie, Jan, Gerrit, Arie, Lenie en dochter hadden een driepersoonskamer in Hotel Lonsdale. Nadat we ons wat hadden opgeknapt zijn we beneden In het restaurant warm gaan eten. Leen was weer een beetje opgeknapt en at een beetje vla. Daarna gingen we op weg naar de boulevard van Durban. Die was zo mooi, daar is onze boulevard niks bij vergeleken. Maar natuurlijk, hier is het altijd warm. We keken wat rond en ontmoetten en Hollander die zei: ‘Dat doe me wat hier zo ver weg landgenoten te zien.’ Hij kwam uit Rotterdam en woonde al 45 jaar in Zuid-Afrika. Ik ben met Leen naar het ziekenhuis gegaan. Co ging ook mee. Na onderzoek vertelde de dokter dat Leen een blindedarmontsteking had en moest worden geopereerd. Ik vertelde de dokter dat Leen en paar jaar geleden last had gehad van zijn dikke darm. De snijdokter haalde er een ander dokter bij die Leen ook onderzocht. Deze dokter keek met een lichtje in Leen zijn keel en zei dat het geen darmontsteking was. Leen kreeg medicijnen tegen de pijn. Arend was ondertussen ook gekomen. De andere zaten op de boulevard op een bankje. Omdat het allemaal erg lang duurde kwamen Huif en Pie ons even aflossen. Met een taxi reden we terug naar ons hotel waar ik nog wat overhemden en sokken heb gewassen. Het was het einde van een spannende dag.
Dinsdag 22 april, 12e dag
Vanmorgen weer heerlijk ontbeten. Daarna zijn we gaan winkelen. Erg gezellig maar ook vermoeiend. Ik heb voor Leen een broek gekocht die een stuk korter moest worden gemaakt. Dat was in een halfuur gebeurd. Later bleek dat er geen zakken in de broek zaten. Ook twee mooie overhemden met korte mouwen voor Leen en Arend gekocht. Daarna samen met Huif en Sien een kopje koffie bij Wimpy’s gedronken om daarna in het hotel een uurtje te gaan rusten. Na het diner moest het koor optreden in de Durban City Hall. Na het optreden nog een aantal platen verkocht. Bij Pie en Ben hebben we nog gezellig zitten napraten. We gingen om over twaalf naar bed.
Woensdag 23 april, 13e dag
Vanmorgen zaten we om 7.30 uur aan het ontbijt en pikte de bus ons om 8.30 uur op. Op de boulevard stapten ook de andere mensen in. We vertrokken voor een tocht naar de ‘Vallei met de 1000 heuvels.’ Dat was zo indrukwekkend dat je dat niet kunt navertellen. We dronken koffie in een Bantoekamp waar voor ons een inheemse dans werd uitgevoerd. Vervolgens reden we naar een restaurant hoog in de heuvels waar we over een prachtig landschap uitkeken. We hebben daar Hollands gegeten. Zo chique en zo goed. In een groot park met een prachtige bloementuin hebben we veel foto’s gemaakt. Het was in een woord, geweldig! We hebben de anderen op de promenade afgezet en gingen toen de broek van Ben op halen die ook korter was gemaakt. Het menu voor het diner bestond uit Spaanse gerechten. Daarna zijn we op de boulevard gaan wandelen. Daar kwamen we een echtpaar tegen die we al eerder hadden ontmoet. We zijn met ze gaan wandelen en een kopje koffie gaan drinken. Ai Roelveld en ik zijn samen nog in een bootje gegaan die met een vaart van boven naar beneden ging. Beneden stonden de andere te gieren van de lach. Arend stond met zijn fototoestel klaar maar kon de flits er niet uitkrijgen. Jammer! Daarna zijn we nog koffie gaan drinken met de familie uit Pretoria. Met Pie en Ben nog een borreltje gedronken, de vrouwen wat fris. Vallei van de 1000 heuvels.
Donderdag 24 april, 14e dag
Vanmorgen vroeg opgestaan. Gedoucht, koffers weer gepakt en daarna naar beneden voor ons galgenmaal dat heerlijk was. De mannen gingen naar de boulevard en de vrouwen nog snel even winkelen. Ik heb een mooie hanger met een diamant, met een aparte naam, gekocht. Voor Willy kocht ik een mooie tas. Daarna zijn we teruggegaan naar het hotel en lieten de bagage door een Boy naar beneden brengen. Met de bus reden we naar het vliegveld waar we incheckten om naar Kaapstad te vliegen. In het vliegtuig kregen we een warme schotel met visstukjes, worstjes, pasteitje en een grote garnaal. Heel lekker! Op het vliegveld in Kaapstad stonden tot onze verassing veel oud-Scheveningers, die naar Zuid-Afrika waren geëmigreerd, ons op te wachten. Ik zag Piet en Neeltje van de Harst, Huif van de ‘Kokebak’ en Claar de ‘Pekelharing’ staan. Heel leuk om ze te zien. We gingen met de bus naar een station waar onze gastvrouwen ons verwelkomden. Arend, Leen en ik kwamen in huis bij mevrouw Kraus, een oudere dame die ons gelijk de stad liet zien. Ze was zeer behulpzaam en zei als je wasgoed hebt dan wast de hulp die morgen wel voor jullie. Ik heb me even gedoucht en zit nu in bed te schrijven.
Vrijdag 25 april, 15e dag
Vanmorgen opgestaan en ontbeten. Ik had wel veel wasgoed voor de hulp gegeven. Maar dat was niet erg zei mevrouw Kraus. We gingen naar het opvangcentrum waar iedereen weer zijn verhaal had hoe het was gegaan. Pie en Co waren bij een aardig gastgezin ondergebracht. Huif had het niet zo getroffen. Het was weer een prachtige dag en we zouden de stad Paarl gaan bezoeken. We reden door prachtige landschappen en bezochten ‘Die Afrikaans Taalmonument’ dat al van kilometers ver was te zien. Ook bezochten we de ‘Nederduitse Gereformeerde Strooidakkerk’ die deze maand 175 jaar bestaat. Ik heb daar nog een trommeltje gekocht. Daarna zijn we in een wijnhuis gaan eten. Er zijn hier meer kleurlingen die werken en bedienen. Vervolgens gingen we op weg naar het beroemde wijnstadje Stellenbosch. We reden door de druivenplantages waar veel OudHollandse huizen waren gebouwd. Na een uur reden we weer naar het Centrum gebracht waar de gastvrouwen ons opwachten. Thuis hebben we ons omgekleed voor een bezoek aan de kerk waar een soort ‘Sherry’ werd gegeven. We krijgen eten op papieren borden en kipsalade met rijst en als toetje pudding en koffie. In een zaal werd door kinderen een uitvoering in het Engels gegeven. Dat duurde wel lang, ik viel om van de slaap. Naar huis, koffiegedronken en toen naar bed.
Zaterdag 26 april, 16e dag
Hetzelfde verhaal. Opstaan, wasje gedaan. Toen we gisteren thuiskwamen lag het wasgoed keurig gestreken op bed. Ontzettend aardig. We hebben een hele grote supermarkt bezocht 34 kassa’s. Daarna naar supermarkt O.K. die 53 kassa’s had. Het krioelde van de mensen. Daarna bezochten het park ‘Kirsten Bosch Nasionale Botanise.’ De Nederlands consul die ook aanwezig was heeft ons toegesproken. We hebben Nederlandse liedjes gezongen en heel veel foto’s gemaakt. Om 14.30 uur zijn we naar een wildpark gereden. We zagen Olifanten en vlak langs het pad zaten en Leeuw en Leeuwin elkander schoon te likken. Dat was een machtig gezicht. Daarna reden we naar huis om wat te eten. ’s Avonds zongen we in de 150 jaar oude ‘Sint George Cathedral.’ Het zingen ging erg goed, maar de organist speelde slecht. Wat een stommeling. Mevrouw Kraus vond een portemonnee waar cheques van Huif inzaten. We hebben haar thuis gebeld. Ze had haar portemonnee nog niet gemist. We drinken nog een kop warme chocola. De 15e dag is alweer voorbij.
Zondag 27 april, 17e dag
De dagen vliegen om. We hebben ons opgeknapt, gegeten en om 9.45 uur met onze gastvrouw op weg voor een tocht langs de kust met veel baaien, strandjes en haventjes. Wat is dat mooi! En die rotsen, niet te beschrijven! De weg is in de oorlog door Italianen aangelegd. Mijl na mijl uitgehouwen uit de rotsen. Op een gegeven moment zaten er apen vlak voor ons. Een moeder zat met haar jong op haar rug naar ons te kijken. Jammer genoeg hadden we geen leeg rolletje voor ons fototoestel. Op een uitkijktoren bij Kaap de ‘Goed Hoop’ zie je de twee oceanen bij elkaar komen. Met stormweer is het daar erg gevaarlijk. In een natuurreservaat kwamen we Aag en Klaas tegen. Daarna zagen we Arie Roeleveld die net een nieuw filmpje in zijn toestel gedaan. Het andere filmpje met de Leeuwen erop was jammer genoeg overbelicht. In de stad ‘Simon’ ligt de Marinehaven. In de meeste baaien hebben ze een afgesloten zwembad gemaakt omdat de rosten erg gevaarlijk zijn voor zwemmers. Mevrouw Kraus heeft de auto op een mooie plek geparkeerd en stoeltjes en een tafel neergezet. Ze had ook sandwiches, koffie en saucijzenbroodjes meegenomen. Het smaakte heerlijk. Toen zijn we naar de andere kant van de Atlantische Oceaan gereden. We reden terug naar huis door een oud stadje met mooie gevels en bergen op de achtergrond. Thuis zijn Arend en Leen even op bed gaan liggen rusten. De cadeautjes die ik uit Nederland had meegenomen heb ik ingepakt aan mijn gastvrouw gegeven. Dat scheelt weer bagage voor de thuisreis. Nu gaan we een stukje eten en daarna met het koor naar de kerk. In de prachtige kerk zaten we naast het orgel. In de preekstoel waren twee grote Leeuwen uitgesneden. Jan van Riebeeck heeft de kerk 350 jaar geleden laten bouwen. Het zingen ging erg goed. Maart den Heijer, Claar en dochter waren er ook. Ik moest de groeten in Scheveningen overbrengen aan haar moeder. Maart zei: ‘dat zingen doet je wat, ik werd er helemaal ontroerd van.’ Hij heeft nog vijf platen gekocht. Thuis heb ik in de badkamer nog een wasje gedaan.
Maandag 28 april, 18e dag
Opgestaan en een wasje gedaan. Het is 23 graden Fahrenheit en een prachtige dag. De dauw ligt nog dik op het grasveld. Na het ontbijt zijn we de koffers gaan inpakken. Daarna in de tuin koffiegedronken met zicht op de Tafelberg. Om 11.30 uur zijn we met de auto naar het winkelcentrum gereden waar ik voor Leen en Arend een vest heb gekocht. Erg mooi! Toen we in de bussen stapte was het al 32 graden. Bij een cafetaria bij het station hebben we nog warm gegeten. Aardappels, erwtjes, peentjes en vlees met een sausje. Erg lekker. Het bezoek aan Kaapstad is weer ten einde. Het was geweldig, zo ervaring beleef je maar eens in je leven. Op de luchthaven stonden Huif, haar man Klaar en Maarten den Heijer ons op te wachten om ons uit te zwaaien. We zijn boven iets gaan drinken en hebben ze foto’s van onze trip gegeven. Ze hebben nog platen van ons gekocht. Omdat door ons ‘Hoofdijzer’ het alarm bij de douane steeds afging werden alle vrouw in een hokje gefouilleerd. Bovenaan de trap van het vliegtuig zwaaiden we nog even gedag naar de Scheveningers die naar Zuid-Afrika waren geëmigreerd. Een laatste blik op de Tafelberg en we gingen de lucht in. Na ongeveer een uur landen we op het vliegveld van Kimberley waar veel diamanten vandaan komen. Na een kwartier gingen we weer de lucht in. De luchtdoop hebben we nu wel gehad. De gezagvoerder gaf door dat het buiten 14 graden Celsius was. Na de koffie kregen we een drankje aangeboden. Ik nam Coco Rico, iets met kokos en rum. Heerlijk, maar wel sterk. Ik zie ze een beetje zweven. Het vliegtuig schommelt en maakt veel lawaai. We gaan zo landen. De lichten van Johannesburg zijn al te zien. Ik vroeg aan Ben Pronk, die naast me zat, zit er volgend jaar misschien weer zo’n tripje in? We zullen erover nadenken, maar dan zonder zang en niet leuren met platen. Ik heb vandaag 300 Mark aan cheques ingewisseld en kreeg er 132.09 Rand voor terug. Dus flink sparen, antwoordde Ben. Op het vliegveld moesten we nog even wachten op de gastgezinnen. Onze zoon Nico en Nanny kwamen bij het gastgezin De Jong. Arend, Leen ik werden ondergebracht bij de familie Goeman, Watersonlaan 24 in Kilner park. Links: Afrikaans Taalmonument in Paarl. Recht: Kaap de Goede hoop. Wordt vervolgd
Karel Kulk Scheveningen © 2018 Reacties: Karel Kulk
...terug ...home Geplaatst op 09-01-2018 en 216 keer gelezen
Like dit 91 Liked