SCH. 134 Geertruida, als prenter 1962 mee aan boord

Twaalf jaar oud en als prenter mee naar zee. Een jongensdroom kwam uit. Maandagavond om 23.00 uur moesten we aan boord van de Geertruida. Ze lag in de hoek van de tweede binnenhaven waar alle boten van Frank Vrolijk lagen als ze binnen waren. Pa en Ma brachten me met de vrachtwagen. Wat kleren in een plunjezak er voor de rest had Ben van Eck, onze overbuurjongen, gezorgd. Moeders diep in tranen, Pa vond het wel leuk en ik helemaal natuurlijk. Om 23.30 uur gingen de trossen los, zwaaien en de haven uit. Pa was met zijn wagen omgereden naar de havenhoofden en stond daar met zijn lichten te knipperen toen we langs vaarden en uitzicht waren. Om 24.00 uur mocht ik over de visserijband even zeggen dat alles goed ging. Pa en Ma zaten bij de buren te luisteren want thuis hadden we nog steeds distributieradio. Toen begon het echte leven, het was een rustig zeetje en we gingen naar kooi. Dat is even iets anders dan aan de wal. Met twaalf man zaten ze aan een stuk te roken in het vooronder, waar ook een kachel stond te loeien en we met ze allen moesten slapen, geen raampje om open te zetten en dan naar kooi zonder tanden te poetsen en uitkleden hoefde ook niet iedereen had zijn werkkleding al aangetrokken en ging daar ook in slapen. Ik moest bij Ben in de kooi en lag dus lekker tegen zijn sokken aan te snuiven en andersom. De andere morgen was er nog vers brood en een eitje van de baas. Jam, pindakaas enz. allemaal van huis meegenomen, want de reder betaalde die luxe niet. Koffie was lekker sterk en bleef in je maag staan, ik moest even plassen en wilde naar de wc. Dat doe je dus niet op zee, je slinger overboord en pissen maar. Kakken moest wel op die wc, maar die stonk en was vies dat ik 14 dagen niet ben geweest. Jullie snappen het al 's morgens douchen, aan de wal was nog bijna geen douche in huis laat staan aan boord van een oude logger, was er niet bij. Zelfs wassen niet, even een natte doek door je snuit, handen door je haar en pet op en klaar. Ja echt en dat 14 dagen lang. Na een hele nacht en ochtend stomen bereikten we omstreeks 13.00 uur de visgronden. De schipper kwam naar de brug en ging achter de wacht in de kaartenkamer de coördinaten uitzetten om te kijken waar we precies vaarden. Het echolood werd aangezet, dit is een meetinstrument om te kijken of er veel of weinig vis rondzwemt. Om 13.30 uur kwam de warme hap op tafel, een vette massa bestaande uit gekookte aardappelen, spek en bonen. Het smaakte nergens naar, daar hadden de bemanningsleden iets op gevonden, een lepel mayonaise erdoor en het was eetbaar qua smaak dan. De rest van de reis waren we aangewezen op dit soort warme maaltijden, koelkasten en diepvriezers aan boord waren er nog niet. Vlees anders dan spek kwam uit blik, zo ook de groenten. Brood bakte de matrooskok ook zelf, gelukkig had ik een goed gebit, een zeekaak was zachter. Na het eten ging iedereen weer naar kooi op de wacht na. De schipper vond dat we op een goede plek lagen en liet de motoren stoppen en ging ook naar kooi. Om 17.00 uur zouden de netten over boord gaan. De reepschieter en de jongste hadden de wacht om beurten namen ze een duik in zee en hielden de koers in de gaten zodat we niet te ver afdreven. Om 16.00 uur ging er één koffie zetten voor de hele bemanning en om 16.30 uur werd iedereen uit zijn kooi getrommeld. Een bakkie en een shagje en een paar shagjes in voorraad voor aan dek. Ook ik rookte mijn eerste shagje, even wennen maar na twee dagen was ik er aan gewend. Trouwens shagjes draaien heb ik aan boord wel geleerd. Tijdens het kaken mocht ik voor de hele bemanning draaien en aansteken.Om 17.00 uur stonden allen aan dek om de vleet te schieten. Een drie kilometer lang net, de vleet, aan een dik touw, de reep, met dobbers, de jonen moest van uit de ruimen in zee worden gezet. De reepschieter kroop in zijn ruim om ervoor te zorgen dat de reep zonder problemen over boord ging. Aan dek stonden ongeveer een man of zes het net uit het ruim te trekken en in zee te gooien, om de mankracht te sparen voer het schip achteruit om zo het net recht in zee te trekken. Een andere matroos knopte het net vast aan de reep en weer een ander maakte de jonen vast. Dit ging zo snel. Voordat ik het in de gaten had lag het hele zooitje in het water. Om 18.30 uur was alles klaar, het dek opgeruimd en klaar gezet voor de nacht. Even allemaal een beetje doen, een borreltje nemen, een paar boterhammen eten en naar kooi. Ik had nog geen slaap en ging bij de wacht op de brug zitten, maar zou daar spijt van krijgen. Ten eerste is er 's avonds geen moer te zien op zee als alleen sterren, de wacht zat naar buiten te turen bij het licht van een waxinelichtje en deed zijn kop niet open. Om een uur of negen ging ik ook maar naar kooi. De kooi van de wacht was leeg dus kroop ik daar maar in, hoefde ik Ben niet wakker te maken. 00.30 uur, door een hels kabaal schrok ik wakker. De wacht stond met een pook op de kachel te slaan, kreten uitroepend als: " pikheet". Wist ik veel, maar dat is de manier om de bemanning wakker te maken voor het halen, de vleet weer naar binnen trekken vol met haring. Iedereen een bakkie, het bekende shagje en shagjes draaien voor aan dek. Om 01.00 uur begon het feest. Het begin van de reep werd naar binnen getrokken met behulp van de winch en weer in ruim opgerold door de reepschieter. Dit moest best wel precies gebeuren, want om 17.00 uur moest het er zonder problemen weer uit. Zo ook met de netten. Onder de kap zat de oudste de touwen los te knopen van de reep en aan dek stonden zes man het net naar binnen te trekken over de krebbes, een soort vaste kisten waarin de haringen uit de netten geschud werden. Zeer zwaar werk. Om een uur of acht in de morgen was de vleet binnen, de vangst viel wat tegen. Aan twee kanten lagen de krebbes vol en enkele manden. Het dek werd klaar gemaakt om te gaan kaken en warren en kuipen. Een korte uitleg. De bemanning gaat op diverse plaatsen zitten tussen een mand haring en een lege mand, de haring wordt van zijn ingewanden ontdaan en in de lege mand gedaan, als een mand vol is gaat deze naar de warbak. Daar wordt zout toegevoegd en dan worden ze in tonnen gedaan. Als alles gekaakt is worden alle tonnen afgevuld met haring en dichtgeslagen. Alle ingewanden worden over dek gegooid. De tonnen worden opgestapeld in de ruimen en het schoonspuiten van het dek kan beginnen. Daar de vangst tegenviel was alles rond een uur of één klaar, de kok had het eten al klaar staan, een beetje werd gedaan, eten en naar kooi. Wist ik veel, ik niet dus. Ging bij de wacht naar de brug, hij had opdracht gekregen een noordelijk koers te varen naar andere visgronden en moest om een uur of drie de schipper wekken. Tijdens het varen lekker kletsen, sterke verhalen aanhoren, sturen en om 15.00 uur de schipper roepen. Toen deze op de brug kwam, werd het echolood weer aangezet. Hij had eerst een andere naald aangebracht en wilde mij met de oude naald tatoeëren, een geintje maar ik zweetje peultjes. Trouwens die schipper Jan de Beer, een bijnaam, was sterk ongelooflijk. Om halfvijf 's middags begon het allemaal weer van voren af aan. Vleet uitzetten, eten en slapen. Ik dus niet. 's Nachts bij het pikheet was ik mijn kooi niet uit te branden, dat was voor mij geen verplichting, maar ik kon wel begrijpen dat die gasten zo graag naar kooi gingen. Een paar uur slaap per dag hadden ze gewoon nodig. Om een uur of drie in de nacht kwam ik ook eens mijn kooi uit. Trok mijn laarzen aan en kroop het vooronder uit. Op het moment dat ik de klep open deed vloog er een haring door het luik precies in mijn laars, ik was meteen goed wakker. Aan dek gekomen wist ik niet wat ik zag twee krebbes lagen al vol met haring. Ze waren nog net niet half vleet. Manden werden afgevuld en overal waar ze haring kwijt konden werd haring neer gedonderd. Eindelijk was de vleet binnen het hele dek lag vol van achter naar voren. Dat zou een lekker dagje worden. Even een boterhammetje, dek in orde maken om te kaken en gaan als de brandweer. Om 13.00 uur de warme hap, is al beschreven, en opnieuw zorgen dat alles gekaakt en onderdeks kwam. Om 16.00 uur was het klusje geklaard, dek schoonspuiten en je raadt het al meteen aan de bak om de vleet weer uit te zetten. Een beetje doen, eten en naar kooi. Ik ook. De bemanning werd er om 00.30 uur weer uitgeranseld maar ik bleef liggen, ik was gebroken. Om acht uur de andere morgen ging ik eens naar dek. Weer was alles vol. Ja, een prenter bracht geluk aan de vangst. Dit alles ging nog twee dagen door, waarbij vermeld moet worden dat van donderdag op vrijdag de vangst zo groot was dat na de vleet uitzetten nog verder gekaakt, geward en gekuipt moest worden. Geen kooi voor de bemanning. Eten ging maar half en snel. Vrijdagavond om een uur of tien was alles onderdeks schoon en kon er een beetje worden gedaan. We stoomde op naar Blyth, een kolenhaven aan de noordkust van Engeland even boven Sunderland met zijn eeuwige kermis, welke goed was te zien vanuit zee. In Blyth aangemeerd met nog wel een stuk of dertig andere loggers, werd eerst alle drank en shag door de douane achter slot en grendel gedaan, uiteraard op enkele pakjes en flessen na. Dat was handel voor de jongens. Een pakje shag bracht in Engeland toen al een gulden of vier vijf op. In de haven overal bobby's, dus uitkijken met handelen. Naar de stad toe zag ik de dingen die je in Nederland niet meer kon voorstellen. Lege melkflessen voor de deur met geld eronder voor nieuwe. IJskarretjes, maar die broodjes worst verkochten, hotdogs. Pubs waar iedereen zat te zingen en vooral veel bobby's. 's Avonds hadden Ben en ik nog wel trek in een hotdog. Een karretje aangehouden en twee hotdogs besteld. Echter bij het betalen kwam Ben iets te kort aan kleingeld. Hij zoeken in al zijn zakken en daar kwam enkele stuivers en kwartjes uit. De hotdogman wees een kwartje aan, het was toch donker, wij hadden betaald, hij was tevreden en wij hadden wat te eten. Terug naar boord, we liepen verkeerd en hebben ons drie slagen in de rondte gelopen, maar kwamen er eindelijk. De rest van de jonge gasten was lekker wezen stappen en kwamen aardig aangeschoten aan boord, de oudere bemanning lag al te pitten en werden best boos over de herrie. De andere morgen was dat echter alweer vergeten. De zondag bleef iedereen aan boord en op maandag voeren we weer uit. Dat werd even anders dan de eerste week. We vaarden uit met windkracht zeven en om een uur of negen was het al windkracht negen. Iedereen ging eten, maar ik had het niet meer in dat benauwde vooronder en nam mijn brood en eitje mee naar dek voor frisse lucht. Ik legde mijn ei naast me neer en kon hem meteen achter op dek gaan zoeken. Een half uur later ging mijn boterham en ei weer overboord, maar wel verwarmd. Na de middag kwam ik weer bij en was gewend aan de woeste zee. Er kon niet gevist worden dus wachten op dinsdag. Het weer was gunstig, dus vissen. Dat ging zonder slapen door tot donderdag toen kon er even geslapen worden. De vleet werd nog één keer uitgezet. Slapen en 's nacht om 01.00 uur halen. Een ramp er zat een partij haring in de netten dat gewoon ook het hele dek werd volgegooid. De schipper kreeg ook nog een tegenslag de eerste monteur werd ziek, dus een man minder om te kaken en hij wilde naar huis stomen we waren vol. Dus moest hij ook een man missen voor op de brug. Daar komt het geluk van een prenter aan boord. Ik moest bij de schipper komen. Jij hebt nu al een paar keer achter het roer gestaan, het is zaterdag en ik wil morgen om 17.00 uur binnen zijn in Scheveningen, kan jij ons thuis brengen? Als u zegt waar ik op moet letten, zal dat wel lukken gaf ik als antwoord. Hij zei: "Kijk goed uit of je geen andere schepen ziet, rechts, links en vooruit. Het kompas houd je op deze streep, als het streepje naar rechts gaat stuur je links en andersom". Hij ging aan dek om te kaken. Ik heb van 's morgens 10.00 uur tot 's avonds 21.00 uur aan het roer gestaan. Toen werd het donker en nam de schipper zelf het roer over. Het dek werd opgeruimd, alles in de ruimen gedaan, schoonspuiten, een beetje en eten en slapen op de wacht na. Zondag om een uur of twaalf werd iedereen wakker. Eerst eten, brood met de laatste restjes jam, pindakaas, hagelslag en een eitje. Iedereen ging zich wassen, scheren en zich klaar maken om thuis te komen. Plunjezakken werden ingepakt, iedereen maakte een zakje of emmertje haring klaar om mee te nemen naar huis. Om 15.30 uur kwam Scheveningen in zicht, maar we konden niet naar binnen door het lage water. We moesten wachten op hoog water. De schipper telefoneerde via radio Holland met de rederij, deze besliste dat er om 17.00 uur binnen gestoomd moest worden, te laag water werd als risico genomen. Dat binnen stomen had ook te maken met de 48 uur dat de bemanning aan wal mocht blijven, zo konden ze dinsdag om 17.00 uur weer uitvaren. Bij het binnenkomen lag de sleepboot al klaar om ons door de pijp te halen. Het kleine stukje waar je door moest om bij de eerste binnenhaven te komen, was de bottelnek, we draaiden erin er boem daar lagen we vast. De sleepboot trok ons erdoorheen en de rest van de haven was diep genoeg. We meerden aan bij de afslag waar nu heden ten dagen de restaurants zijn gevestigd. Pa en Ma waren er om me op te halen. Moeders weer gelukkig dat ik heelhuids thuis was. Vuile was op de laadbak en een zakje haring voor thuis. Volgens mij heeft mijn moeder de vuile kleren zo weg gegooid. Pa ging meteen de haringen schoonmaken en er moesten er een paar naar Oom Toon. Ik had een raar gevoel in de benen of eigenlijk in mijn hele lichaam, je liep weer op vaste grond en liep niet meer te schommelen. 's Maandag ging ik met Ben mee naar kantoor, geld halen en een biertje doen in de havenkantine, daar kwamen alle vissers die binnen waren. Nog een paar cafeetjes langs geweest en ik had er een ervaring bij. De andere dag weer naar school en daar moest ik alles in geuren en kleuren vertellen. Deze keer was ik de held van de klas. Peter van den Eijnden, misschien de laatste prenter op een vleetlogger.
...terug ...home Geplaatst op 25-10-2006 en 506 keer gelezen
Like dit 208 Liked