Aanvaring op het havenhoofd

De zuidwesterstorm deed de ramen in hun sponningen rammelen. De windvlagen waren soms zo heftig dat ik vreesde dat de pannen van de daken zouden waaien. Ik nam me voor om vanaf het havenhoofd foto’s van de onstuimige zee te gaan maken. Een plek waar ik al vanaf mijn jeugd naar toe ga als de wind het water opzweept tot een kolkende massa. ’s Winters was ik er te vinden om te vissen op schar en gul. Om drie uur reed ik naar het zuiderhavenhoofd bij Duindorp waar ik een indrukwekkend schouwspel zag van een woest schuimende witte zee. Het hek op het havenhoofd was gesloten. Dan maar over strand en via de rotsen, voorbij het hek, het havenhoofd opklauteren. Op het uiterste puntje van het havenhoofd stonden een paar mensen achter de groen-wit geschilderde lichtbaken te schuilen voor het overslaande water. Zover hoefde ik niet te gaan om foto’s van de prachtige zee te maken. Het door de westerstorm opgezweepte zand sneed in mijn gezicht. Als ik op het havenhoofd was zou ik daar in ieder geval geen last meer van hebben. Aan de vloedlijn werd met iedere golf een dikke schuimlaag het strand op gestuwd. Vervolgens joeg de wind het schuim in honderden vlokken over het strand. Zand en zout waren niet echt goed voor mijn camera, maar dat was nu van minder belang. Met het gevoel dat mijn dag niet meer stuk kon klom ik het havenhoofd op. De mensen van de KNZRM. (7 december 2011) De overslaande golven vielen voor de bocht van het havenhoofd wel mee. Ik zag aan de aanstormende golven of het stuifwater van de golfkammen wel of niet over het havenhoofd zou waaien. Mijn camera stopte ik dan snel onder mijn jack. Ik was in mijn element en kon mijn geluk niet op toen ook nog eens de reddingsboot binnenkwam. ‘Dat wordt een mooie serie,’ mompelde ik in mezelf. Terwijl ik de reddingsboot, dansend op de golven, stond te fotograferen hoorde ik achter me een auto toeteren. Ik deed een paar passen opzij om de auto, een gele truck van de KNZRM, te laten passeren en ging verder met fotograferen. De truck stopte echter. Er stapte een jonge dame uit de truck die vroeg: ‘Wat doet u hier op het havenhoofd?’ ‘Foto’s maken,’ antwoordde ik. ‘U mag hier nu niet komen,’ was haar reactie. Omdat de reddingsboot bijna op de hoogte voer waar ik stond ging ik door met fotograferen en schonk geen aandacht aan haar opmerking. De jonge vrouw werd boos, kwam op mij af en pakte me beet. ‘En nu de truck in,’ beet ze me toe. ‘Ik denk er niet aan,’ was mijn reactie. Ze pakte me nu hardhandig beet. Met in mijn ene hand mijn camera en de andere mijn fototas werd de zaak nu echt hachelijk. Ik liet mijn tas op de grond vallen en pakte de furie bij haar wollen das om haar van me af te houden. Inmiddels waren haar twee mannelijke collega’s ook uit de truck gestapt. Eén van de mannen daagde me uit om hem zo aan te pakken zoals ik met zijn vrouwelijke collega had gedaan. Ik ging daar niet op in. De andere man stond in een walkietalkie te praten. Ik had mijn foto’s gemaakt en maakte aanstalten om terug te gaan. De reddingsboot die inmiddels de oude havenhoofden was gepasseerd en de haven binnen liep draaide plotseling 180 graden en voer weer terug. De reddingsboot heeft de oproep vanaf het havenhoofd gehoord en keert terug voor assistentie. (7 december 2011) De man met de walkietalkie had hem waarschijnlijk opgeroepen. Op de hoogte waar we ons op het havenhoofd bevonden draaide de boot plotseling de voorsteven en voer recht op ons af. Ze konden in deze situatie niet veel van betekenis zijn en besloten toch maar om de steven te wenden en de haven in te varen. Terwijl ik het havenhoofd afliep maakte ik nog een aantal foto’s van de KNRZM-mensen en de truck. Bewust dat ik niet uit vrije wil in de truck zou stappen hielden ze het ook voor gezien en reden achteruit het havenhoofd af. Ik volgde hen tot aan het hek, dat ze weer hadden afgesloten, en klauterde via de rosten naar het strand. Terug op het strand sprak ik met een Duindorper, die het hele tafereel had gezien. Op weg naar mijn auto werd ik nog eenmaal gezandstraald. De mensen van de gele truck stonden bij een gearriveerde politieauto die waarschijnlijk door de schipper van de reddingsboot was opgeroepen. ‘Dit gaat nog een staartje krijgen,’ dacht ik. Ik liep naar het stenen huisje op ‘’t dijkje’ en bracht, uit de wind, mijn fotomateriaal op orde. De politieauto kwam van rechts en de truck van links. Ik was ingesloten. Een mooie politieagente stapte uit en vroeg wat er aan de hand was. Terwijl ik mijn verhaal vertelde werd ik onderbroken door de stoere jonge dame. Ik vroeg haar of ik even mocht uitspreken. Ik vertelde de agente dat de jonge dame geen bevoegdheid had om mij beet te pakken en te sommeren dat ik de truck in moest. De agente luisterde en zweeg. De jonge dame vertelde op nogal hysterische wijze haar verhaal en zei dat ik haar met de keel had gegrepen. Ik keek haar verbaasd aan en zag dat de wollen das, die ze op het havenhoofd om had, was verdwenen. Ik zei dat ook tegen de agente. Het was duidelijk dat ze aan deze zaak niet veel tijd wilde besteden en zei: ‘Het kan gevaarlijk zijn als het zo stormt, wilt u in het vervolg luisteren als u wordt vraagt om van het havenhoofd af te gaan.’ ‘Zal ik doen,’ beloofde ik de agente. Ik gaf de jonge dame en de agente een hand stapte in mijn auto en reed naar huis. Een storm in een glas water die mij prachtige foto’s had opgeleverd. De storm was echter nog niet uitgewoed. De reddingsbrigade taait af. (7 december 2011) De dag na de storm zat ik met An aan de thee/koffie. Er werd gebeld. An deed open, kwam vervolgens de kamer weer binnen en zei dat het voor mij was. Ik liep naar de deur en zag een grote man met een donkerblauw gebreide muts op. De man vroeg of ik Karel Kulk was. Ik beaamde dat waarop hij mij confronteerde met het voorval op het havenhoofd. Het was de schipper van de reddingboot. Even dacht ik de man binnen te laten om het uit te spreken maar besloot anders toen hij me begon uit te maken voor ‘kwal’ e.d. ‘Als u zo begint, stop ik met het gesprek,’ reageerde ik. Het maakte hem nog nijdiger. Ik zei hem dat ik het gesprek als beëindigd beschouwde en deed de deur dicht. De man stak echter zijn voet – schoenmaat 46 – tussen de deur. Zeer verbaasd over de onbeschoftheid van de man liet ik hem aan de deur staan, liep de kamer binnen en vroeg aan An of ze de man wilde vragen om weg te gaan. Ze liep naar de voordeur waar ik de man tegen haar hoorde zeggen dat ik een ‘waardeloze kerel’ was. ‘Dit moet afgelopen zijn,’ was mijn reactie en voegde me bij hen en vroeg hem nogmaals weg te gaan. Voor de tweede maal deed ik de deur dicht met als resultaat dat de man zijn maat 46 er nogmaals tussen stak. De buurman aan de overkant zag ik verbaasd toekijken. Uiteindelijk na wat kracht op de deur te hebben uitgeoefend trok de man zijn voet terug. ‘Hier ben je nog niet mee klaar mee,’ schreeuwde hij vanachter een gesloten deur. Mijn koffie was inmiddels koud geworden. Een week na het voorval op het havenhoofd was er in het MuZee Scheveningen een bijeenkomst waarvoor ik was uitgenodigd. De voorzitter en secretaris van het reddingsstation Scheveningen waren ook aanwezig. Na afloop van de bijeenkomst vroegen beiden of ze me even apart konden spreken. Ik voelde op mijn klompen aan waar het gesprek over zou gaan. De voorzitter zei dat het voorval op het havenhoofd hem niet lekker zat en vroeg wat er was gebeurd. Beiden leken tevreden met mijn verhaal en wilde zich weer onder de andere gasten begeven. Ik hield ze nog even staande en vertelde het voorval van huisvredebreuk door de schipper. Ze keken onthutst, toen ik eraan toevoegde dat ik het optreden ver van professioneel vond. Een tweede aanvaring bleef uit. Excuses voor het onbeschoft gedrag van de schipper is door het bestuur van KNZRM-station Scheveningen nooit gemaakt. Copyright Karel Kulk Scheveningen 2021 Karel Kulk
...terug ...home Geplaatst op 21-06-2021 en 535 keer gelezen
Like dit 139 Liked