Vrachtlogger Sch. 130 Clara. deel 2

Daar we niet erg te spreken zijn over de kolen voor de gasgenerator krijgen wij de volgende dag een bezoek van een inspecteur,. Het bezoek resulteert in het schoonmaken van diverse kleppen van de gasgenerator. Vandaag varen we nog niet uit en bezoeken de stad en kijken een film in de bioscoop van het leger. We vinden Stavanger wel een mooie plaats, maar naar ons gevoel wat ouderwets. En toch wonen er zo'n 100.000 inwoners Na een goede nachtrust vervolgen we onze reis en komen in de middag aan in Augesund. Vandaag is het 5 december. Thuis zouden we St. Nicolaas vieren, maar aan boord doen we er niets aan. Om dat het zondag is blijven we “voor de kant “ liggen en houden ons gemak. Het weer is nog steeds goed ondanks dat het al laat in het jaar is. Maar ondertussen zijn we alweer 77 dagen van huis. Op maandag 6 december willen we vertrekken, maar de motor weigert. Zullen wij nu ook pech gaan krijgen ? Gelukkig is de oorzaak snel gevonden. De oliepomp werkt niet en zonder olie werkt ook een motor niet. We varen dit maal in de fjorden in plaats van buiten om. *** Het is verbazend mooi om tussen deze, aan weerszijde hoge bergen te varen, maar het is wel uitkijken geblazen. Wij moeten zelf onze weg trachten te vinden want een loods wordt ons niet toegewezen en we ankeren dan ook voor de duisternis valt, in een kleine baai. Op nieuw vervolgen we de volgende morgen onze tocht en zijn genoodzaakt een loods aan boord nemen om een duikboot versperring te passeren. alvorens wij de haven van Bergen kunnen binnen varen. Maar wel moeten we de volgende morgen naar een andere ligplaats om te provianderen Bergen is een heel mooie stad, maar voor ons met weinig vertier. Het is de 2e stad van Noorwegen qua grootte, met zo'n 200.000 inwoners. Als wij op zaterdag 11 december willen vertrekken wordt dat verhindert door dichte mist en het is al weer maandag alvorens we met veel pijn en moeite ons tussen andere schepen door wringen om in open vaarwater te komen. Ook nu moeten we weer de versperring passeren en komen nu in nauw vaarwater met verraderlijke klippen en zoeken voor het avond is, een geschikte kleine baai om te ankeren. We zien een voor anker liggende voorposten boot in de buurt van het plaatsje Dingja en op ons verzoek mogen zowaar bij haar langzij afmeren in plaats van voor anker te gaan. Wel worden wij de volgende morgen wreed gestoord in onze slaap als de voorposten boot wilt vertrekken, en in de ochtend schemering vertrekken wij wat later dan ook maar. We zijn toch al klaar wakker en anders zouden we voor korte tijd weer voor anker moeten gaan. Tijdens het varen blijkt opeens dat de gasgenerator een te hoge temperatuur heeft en we moeten het kolenvuur uit de generator halen om de temperatuur te doen dalen. Zoeken tegen de avond drie uur lang naar een geschikte ankerplaats onder bar slechte weersomstandigheden veroorzaakt door zware regen en harde wind. Uiteindelijk ankeren we in de buurt van het plaatje Svelgen Onze opinie omtrent Noorwegen is nu wel goed gedaald, na zo’n lange zoektocht. * Bij het Duitse leger is dit een onderdeel van de organisatie OKW, die voor ontspanning, kunst en wetenschap zorgt voor het Duitse leger in de bezette gebieden. ** Uit deze naam Marken Tender vindt de oud-Hollandse naam markentenster zijn oorsprong. *** De tocht door de fjorden van noord naar zuid of en tegengestelde richting is een veel gebruikte scheepvaart route, Deze route wordt dikwijls gebruikt door schepen in de houtvaart gaande of komende van havens in de Wittezee en Karazee.. De meeste schepen varen in ballast naar deze havens en bij slecht weer ondervinden zij op zee hier veel hinder van, gepaard gaande met veel tijd verlies. Vaak is een tocht door de fjorden onder begeleiding van een loods meer rendabel. De kosten van een loods zijn vaak minder hoog als het verlies van reistijd in geld uitgedrukt. Zo’n tocht neemt ongeveer ruim twee dagen in beslag. Bij het plaatsje Löningen in het zuiden komt de loods aan boord . Halverwege wordt van loods gewisseld en in Hönningsväg in het noorden gaat de loods weer van boord. Voor beladen schepen op de terug reis geldt hetzelfde en lopen zo minder risico door verlies van de deklast hout bij stormachtig weer. We varen verder en hebben wel zo ongeveer het zuidelijke gedeelte van Noorwegen verlaten. De stad Bergen ligt alweer enkele dagen achter ons en nu beginnen we aan het stuk midden Noorwegen, wat van Trondheim tot Bodø loopt. Het is het gebied wat grotendeels nog beneden de poolcirkel ligt , maar Bodo ligt er weer boven. Dit gebied is minder dicht bevolkt. Dat is duidelijk merkbaar, * Steeds minder kleine dorpjes en nederzettingen en soms maar een enkel huis. De huizen veelal geschilderd in de specifieke kleuren die de Noren vaak gebruiken: rood of geel. Dat we zo langzamerhand de poolcirkel naderen is goed merkbaar, De dagen worden erg kort. Spoedig zal het overdag bijna niet meer licht worden en zullen het grootste gedeelte van de dag in het donker moeten varen. Het is een ervaring waaraan je wel moet wennen. Nog steeds varen we maar met een bemanning van vijf personen. De kok die voor onderzoek voor zijn gebit naar Oslo moest, hebben wij niet weer terug gezien en zal ons hoogst waarschijnlijk wel na reizen en in een of andere havenplaats weer aan boord komen. Dat de uiteindelijk gevonden ankerplaats niet zo ideaal was, bemerken we als we willen vertrekken. Door de relatief grote diepte van de fjord moesten we veel ankerketting gebruiken. Normaal gebruik je ongeveer drie maal zoveel ketting als de diepte waarop geankerd wordt. Het gewicht van de ketting en anker is wel iets te zwaar voor de ankerlier en met veel moeite en tijd krijgen we ketting en anker aan boord. Iets na de middag zijn we buiten de fjord en moeten we ongeveer 15 mijl buitenom varen om de ingang van de volgende fjord te bereiken. Het weer lijkt wel aardig, maar de zee en golven zijn knap lastig. Doordat er een zware deining loopt, veroorzaakt dit veel branding van de zee tegen de rotsen aan de ingang van de fjord. waar we naar binnen willen varen. Gelukkig loopt het goed af en zijn we weer behouden terug in de luwte van de fjorden. Maar na de volgende dag het anker te hebben gehieuwd moeten we onze reis vervolgen bij onstuimig weer. Zelfs in de fjord stuift het water over het schip. Maar gelukkig lopen wij in de namiddag de haven van Aalesund binnen, waar we na veel gezoek geen eigen ligplaats kunnen vinden aan de kade en gaan dan nood gedwongen maar voor anker. Later op de dag worden we naar een veel betere ligplaats verwezen. We liggen nu midden in de stad, mooier kan het niet. Hier hebben we de gelegenheid om verse haring te kopen. De haringen zijn veel groter als wij gewend zijn, te vangen in de Noordzee en het Kanaal en wordt aangeduid als de zgn. sloe haring. Deze scholen haring komen op hun trektocht in de fjorden , waar zij vastlopen en vervolgens worden ze dan met behulp van singelnetten gevangen. Maar ondanks de grootte van de haringen hebben wij bij het avondeten er toch heerlijk van gesmuld. Om de reis te kunnen vervolgen hebben we niet de juiste zeekaarten aan boord en moeten we deze hoognodig aanvullen. Na deze in ontvangst te hebben genomen vervolgen we onze reis. Ook nu moeten we weer goed uitkijken voor blinde klippen, maar op den duur wennen wij ook hier aan. Alvorens we 's-middags weer een ankerplaats voor de nacht vinden, hebben we een beug uitgezet. We zijn toch immers oud visserlui, dus waarom vis kopen als deze in het water rond het schip zwemt… En met grote verwachtingen halen we de volgende morgen de beug scheep en de vangst is zeggen en schrijven slechts... één schelvis ! En zoals de vorige dag moeten we ook nu weer een stuk buitengaats afleggen . Ook nu krijgen we onderweg last van veel narigheid, maar we komen ook dit keer weer behouden in de fjorden en meren in de middag aan in Kristiansund. Hier blijven wij de hele Zondag liggen. De plaats is niet veel bijzonders, maar de film in de bioscoop van de Wehrmacht geeft ons enig vertier. Het wordt steeds kouder en de eerder in Oslo ontvangen kleding, komt ons nu goed van pas. Maandag 20 december vertrekken we weer. We passeren een 15 meter hoge brug over het water van de fjord. De wind wakkert flink aan en besluiten de zeilen bij te zetten, waarna we een voortgang maken van zo'n 10 mijl per uur. Het geluk is ons nu al een lange tijd op onze hand geweest . Helaas is dat vandaag niet meer zo. In de namiddag scheurt het grootzeil en om erger te voorkomen wordt het met grote spoed neergehaald en wordt er een ankerplaats gezocht. Het wordt wel wat eentonig. Ieder morgen hetzelfde. Het mooie van de fjorden hebben we nu wel zo'n beetje gezien. De namen van de fjorden veranderen regelmatig gedurende de reis en nu varen wij in de Trondheimfjord. Ondertussen is het alweer 21 december geweest. De herfst is voorbij en het is nu winter. Maar we hebben nu ook de langste nacht gehad en elke dag zal het iets vroeger licht zijn. Maar of we er hier zoveel van zullen merken is nog maar de vraag. Omdat het Kerstfeest nadert en om de sfeer aan boord wat te verhogen, zetten we de roeiboot buiten boord. Bemand met drie leden van de bemanning, en gewapend met bijlen, vaart de boot naar de wal om kerstgroen te halen om de verblijven wat in de kerstsfeer te brengen . En naar Scandinavische gewoonten een kerstboom in de top van de mast te hijsen. Opgetuigd met boom en al arriveren wij in de haven van Trondheim. Wij verwachten veel post van thuis, daar wij sinds lange tijd geen post hebben ontvangen. Voor mij persoonlijk loopt het uit op een grote teleurstelling, zeggen en schrijven... één brief ! De volgende morgen krijgen wij bezoek van een Duitse scheepvaart-inspecteur die de eventuele schade aan het schip komt opnemen. Wij willen de Kerstdagen heel graag in de haven doorbrengen. En zeker niet varend in de fjorden ! Als schade claimen wij het gescheurde grootzeil en wat kleine reparaties. Mijnheer de inspecteur is schijnbaar geen man die veel met scheepszeilen van doen heeft en wordt ontzettend kwaad. Wat ging die knaap te keer, zeg! ‘Mensch ,...dasz schiff sollte vor Weihnachten abfahten!’ In de namiddag moeten we als nog naar een reparatiewerf in een andere haven en het lijkt er op dat we geluk hebben en dus niet alsnog hoeven door te varen.. Ik post wat brieven en bij terugkeer aan boord wacht een van mijn vrienden van vroeger, Leen Kuijt genaamd, op mij. Samen gaan we aan wal en belanden 's-avonds in een O.T. lager, waar ik weer andere Scheveningers ontmoet. Het lijkt er op dat zij over geheel Noorwegen in iedere plaats wel te vinden zijn. Ik kan 's-nachts van pijn niet slapen door een zwerende ontsteking aan mijn vinger. In de morgen een "ziekte briefje" gehaald en ik vervoeg me in de middag in het Marine hospitaal. Nadat de dokter mijn ontstoken vinger heeft bewonderd, verzoekt hij mij de volgende dag terug te komen en geeft mij de instructie dat ik dan wel nuchter moest zijn. Dat lijkt me wel moeilijk om zonder eten en drinken naar het hospitaal te moeten gaan. Walkapitein Schut vervoegt zich ook weer eens bij ons aan boord om poolshoogte te nemen omtrent onze reis en van hem vernemen wij dat onze in Oslo gedroste lichtmatroos is gearresteerd. Ook deelt hij ons mee, dat we voorlopig met vijf man het "zaakje" moeten zien te runnen. Onze kok is na de gebitsbehandeling in Oslo, aan de bemanning van de Elisabeth ( Sch. 196 ) toegevoegd en zal voorlopig op dit schip blijven. Ook hoeven wij gelukkig de gasgenerator niet meer te gebruiken, aangezien er geen goede kolen meer voorradig zijn. We krijgen proviand aan boord , maar ook de Marken Tender. Het aantal sigaretten wat wij ontvangen is weer eens verminderd. Echt een tegenvaller. Zo komen we nog van het roken af.! Zonder er op gerekend te hebben,ontvangen wij ook een Kerst pakket. Per persoon een fles snaps en dertig sigaretten. Dit gaf ons meer vreugde dan het ontvangen rantsoen van de Marken Tender. Na weer een slapeloze nacht vervoeg ik mij de volgende morgen nuchter in het hospitaal. Daar word ik naar de operatie zaal gebracht. Mijn hele hand wordt met benzine ontsmet en verder met jodium bestreken. Vervolgens moet ik onder een grote lamp op een operatie tafel gaan liggen en word ik verdoofd. Wakker geworden zijnde, is mijn vinger zorgvuldig verbonden en is erg gevoelig. De dokter heeft er schijnbaar goed in gesneden. De pijn is weg, maar ik heb nog wel de smerige lucht van de ontsmetting middelen rond om me heen hangen. Eerste Kerstdag. Maar ook mijn vaders verjaardag. Ik ben met mijn gedachten bij de familie thuis. Ondanks dat het Kerstmis is, moet ik toch voor controle naar het hospitaal. De dokter verwijdert het verband en ik zie dat de top van mijn vinger zowat uitgehold is en die wordt weer eens grondig schoongemaakt. Opnieuw wordt de vinger verbonden, maar is nu opnieuw wat gevoelig. De walkapitein Schut eet voor de verandering eens bij ons aan boord. Na een poosje aan de wal te zijn geweest, waar ik weer enkele Scheveningers heb ontmoet, wil ik hen meenemen aan boord. om daar nog wat gezellig te kletsen en een borrel te drinken. Het is toch Kerstmis ! Jammer genoeg worden zij niet toegelaten omdat we met het schip op een afgesloten terrein liggen. Ik moet me dan zelf maar zien te vermaken of vroeg de kooi induiken. Met weemoed denk ik terug aan de vooroorlogse periode als we in de bnateelt met de logger in het Kanaal viste. Had je dan de pech om met de Kerstdagen niet op Scheveningen te zijn, dan had je in Dieppe altijd het “zaaltje “ waar je terecht kon. Een initiatief van de gezamenlijke kerken van de Hollandse vissersplaatsen om de visserlui tijdens de zon- en feestdagen, als zij in Dieppe binnen lagen, hen geestelijke bijstand te verlenen en een onderkomen in de huiselijke sfeer te bieden. Op 2e Kerstdag brengen we onze tijd door met het bezoeken van Hollandse lotgenoten die bivakkeren in het Admiral Pallast gebouw., wat voorheen een hotel was. Ik ben op tijd weer terug aan boord, waar ik eenzaam de komst van de rest van de bemanning afwacht. Aan een, door een lichtmatroos van de coaster Tuko * gebrachte uitnodiging van walkapitein Schut, die schipper en machinist uitnodigt om aan boord van deze coaster te komen, kan niet worden voldaan. Beide personen zijn afwezig en ik heb geen zin om ze beiden te gaan zoeken. Op maandag nog geen bericht om te vertrekken. Ik ga voor controleop nieuw naar het hospitaal en post een paar brieven voor thuis. Het weer lokt niet om de wal op te gaan, maar ik moet Door de nu kletterende regen smelt de sneeuw en de blubber spettert je om de oren, als er een vrachtauto passeert. Van de koude hebben we nog niet veel last gehad en we zitten er ook echt niet op te wachten, maar naar het huidige weer hoef je ook niet te verlangen. De volgende dag heeft de machinist een minder prettige boodschap. Hij meldt dat een van de cilinderkoppen is gescheurd. Ogenblikkelijk wordt de Duitse inspecteur gewaarschuwd en na deze melding persoonlijk de cilinderkop te hebben geïnspecteerd, geeft hij opdracht om de cilinderkop aan de wal te laten lassen. Of het zal helpen is een grote vraag, wij verwachten van deze reparatie niet veel en wachten wel af hoe het zich verder ontwikkelt.. Het ziet er dus naar uit dat wij voorlopig hier zullen blijven liggen. De volgende dagen verpozen we ons met wat bezoeken af te leggen. Wat moeten we anders doen. Ik zelf moet regelmatig voor controle naar het hospitaal. De overvloedige regen van de laatste dagen is plotseling overgegaan in een flink pak sneeuw. Alles is ineens mooi wit, maar het waarschuwt ons wel dat het nu echt winter is. Ondertussen is het alweer vrijdag 31 december. Oudejaarsdag en avond. Voor het eerst niet thuis, maar ergens in het noorden van Noorwegen. Na de dagelijkse controle in het hospitaal krijg ik te horen dat ik ook Nieuwjaarsdag op controle moet komen. Hebben die marine doktoren nooit eens een vrije dag ? Gelukkig krijg ik drie brieven van thuis, na een lange tijd niets te hebben ontvangen. En tijdens het lezen van de brieven zit ik op Oudejaarsdag met mijn gedachten bij de familie thuis. Hoe is het thuis met mijn vrouw en hoe zullen mijn ouders deze jaarwisseling beleven. Mijn broer gestorven en ik ook al lange tijd van huis ! Aan boord worden de traditionele oliebollen niet gebakken, maar de kok ziet wel kans om een groot krentenbrood te bakken. De helft van de bemanning gaat 's-avonds de wal op. Wij verwachten hen in de loop van de avond wel terug aan boord, maar dat gebeurt niet.!. Ik en de anderen die aan boord zijn gebleven, zijn hier over erg teleur-gesteld. Wij hadden meer collegialiteit verwacht, en zeker op een dag als vandaag. De jaarwisseling wordt ook in Noorwegen met veel lawaai gevierd. Precies om twaalf uur een geloei van sirenes en het gebler van stoomfluiten, afkomstig van de in de haven liggende schepen. Zelf maken we met onze scheepsfluit ook nog wat lawaai, waarna wij elkaar Gelukkig Nieuwjaar wensen. Het nieuwe jaar, 1944, is begonnen en we drinken een borrel op de goede afloop. Wat zal het komende jaar ons voor verrassingen brengen ? * In 1943 had Noorwegen ongeveer 3.5 miljoen inwoners. Hiervan was zo'n 20 % wonend in de steden van het zuidelijke gedeelte. De bevolking dichtheid in Noorwegen was toen ongeveer 13 inwoners per vierkante kilometer en voor Nederland was dat toen al 400 inwoners. * De coaster Tuko werd in 1935 gebouwd. Eigenaar Germ Tuil in Delfzijl. In mei 1943 onder Duits toezicht voor de vaart op Zweden gebruikt. In februari 1944 onder Duits toezicht voor de vaart op Noorwegen gebruikt. In 1945 terug naar de eigenaars in Delfzijl. Het werd 13 januari voor wij uiteindelijk uit Trondheim vertrokken. Die Duitse inspecteur die ons voor de Kerstdagen nog wilde laten vertrekken, zal wel lelijk op z’n neus kijken als hij dit te weten komt. Maar de reparatie kan echt niet zo snel uitgevoerd worden als iedereen denkt en met al die feestdagen wordt er echt niet zoveel gepresteerd En misschien saboteren de Noren ook wel een beetje het repareren van de schepen die hier voor de Duitsers varen. Voor ons was dat niet zo erg. Wij vermaakten ons wel in die tijd met wat bezoeken afleggen, brieven schrijven, naar het postkantoor brengen en af en toe komen we ook wel eens een vriend of kennis tegen. Zo ontmoette ik Jan Vrolijk, een goede kennis van me, die schipper was geworden op een drijvende bok. Ook moest ik nog regelmatig terug naar het hospitaal voor controle van mijn vinger en ik hoefde dan uiteindelijk niet meer terug te komen. Ik ben blij dat ik er door een dokter naar heb laten kijken. Aan boord had het waarschijnlijk van kwaad tot erger geworden en misschien was het wel op een bloedvergiftiging uit gedraaid. Maar woensdag 5 januari krijgen we wat afwisseling. Er ligt nu een behoorlijk pak sneeuw en het is echt winter De gerepareerde cilinderkop wordt door machine fabriek afgeleverd. Het lijkt wel of er niets aan is gedaan. De cilinder kop wordt door monteurs en machinist geplaatst en ik moet de machinist bij dit karwei assisteren. Als alle werkzaamheden zijn gebeurd, wat een paar dagen in beslag nam, laten we de motor proef draaien. Nu blijkt dat de pakking lekt en de cilinderkop moet opnieuw worden gelicht.. Na weer geplaatst te zijn, draaien we proef met de motor en alles schijnt nu in orde te zijn. We verkassen naar de overzijde van de werf en meren langzij de Nord 21, ook een van de door de Duitsers gevorderd vaartuigen, Verscheidene van deze schepen zijn schepen voor de binnenvaart. Hier krijgen we bezoek van drie Finnen. Het is algemeen bekend dat deze lui, na alcohol te hebben geconsumeerd, erg vervelend kunnen zijn en al spoedig draait het dan ook uit op een knokpartij, waarbij de drie Finnen het onderspit delven en te water raken. Echt geen lolletje bij deze winterse temperatuur en gelukkig worden zij spoedig uit het water gevist. De ruzie hoort dan ook snel tot het verleden. En zo zijn er meer dit soort akkefietjes. Zo wordt ik ,op een nacht als ik alleen aan boord ben, wakker van geschreeuw. Bij het aan boord gaan van hun Duitse vaartuig wat bij ons in de buurt ligt, is één van de matrozen te water geraakt Zijn maat alleen kan hem vanuit het water niet op het schip krijgen en na hem te hulp te zijn gekomen, gelukt het ons met vereende krachten. Ik weet niet hoeveel snaps onze vriend had gedronken, maar zal na dit koude bad wel geheel zijn ontnuchterd. We verhalen het schip ook weer eens naar een andere haven alwaar een beambte aan boord komt om het kompas te compenseren. Het is ook hoog nodig om ook weer eens olie te bunkeren. Bij het bunker station aangekomen, blijken de ons verschafte benodigde papieren hier voor niet in orde te zijn en we krijgen dus geen olie en varen dan maar weer terug naar onze ligplaats. Om zo standbij te moeten zijn bij al deze soort scheepsbewegingen is echt geen lolletje bij vijftien graden vorst. En... dan hebbende ook weer eens trammelant in de machinekamer. Opnieuw een lekkende cilinderkop en met man en macht lichten we weer de kop . Een nieuwe pakking er tussen geplaatst en de cilinderkop kan weer terug worden geplaatst. De motor vertoont verder geen mankementen en we maken ons weer gereed om bunkers in te nemen. Bij de bunker steiger aangekomen, is de bunker plaats bezet door een lossende olietanker. We zullen nu dus zeker olie kunnen bunkeren, want door de lossing uit de tanker is er weer voldoende voorraad . Het wachten alvorens te kunnen bunkeren, wordt benut om kompas te stellen, want gisteren zijn er grote afwijkingen geconstateerd bij het compenseren. Nog regelmatig krijgen we bezoek van Scheveningers. Waarschijnlijk lopen ze allemaal met "hun ziel onder hun arm" en zijn blij om een praatje te kunnen maken met een dorpsgenoot, om de tijd te doden. En uiteindelijk is ons vertrek daar en we gaan Trondheim verlaten. We hopen ook dit maal weer op een behouden vaart. We komen uiteindelijk na ruim drie dagen in onze volgende haven aan. Wij hebben bij schemering en bijna geen daglicht gevaren en zodra het donker werd, ten anker gegaan. Maar ten anker liggen is ook niet altijd even veilig. Op een nacht worden we opgeschrikt door hevige rukken aan de ankerketting. Het anker blijkt te krabben, mede veroorzaakt door de stormachtige wind en de rotsachtige bodem van de fjord, . We zijn al een heel eind afgedreven. Gelukkig is de situatie nog niet gevaarlijk. Snel wordt de motor gestart zodat we kunnen manoeuvreren, want het is wel noodzaak het anker te hieuwen en op een betere ankerplaats weer voor anker te gaan. We blijven ook de volgende dag voor anker liggen en in de nacht vermindert de krachtige wind, zodat we 's-morgens anker op kunnen gaan om onze reis te vervolgen. Maar een succes is het niet. Zware regenbuien met een vermindert zicht en krachtige deining. Gelukkig zonder averij, komen we op zondag 16 januari in de namiddag aan in Rörvik. Het is de eerste keer sinds wij in Noorwegen zijn, dat we 's-zondags hebben gevaren. Na aankomst even de benen gestrekt en bezoeken het plaatsje. Veel is het niet. De grotere plaatsen hebben we allang achter ons gelaten in het zuidelijke gedeelte van het land. De volgende morgen, zodra het wat lichter wordt, vertrekken we weer bijtijds. Hoe noordelijker we komen, hoe korter er overdag licht genoeg is om te varen, om zo onnodige risico's te vermijden. Dit traject duurt tot donderdag 20 januari als wij in Bodø aankomen. We hebben drie dagen afwisselend overdag gevaren en "s-nacht voor anker gelegen en een nacht in het plaatje Sandnessjoën aan de kade gelegen. In dit plaatsje zien voor het eerst Russen. Maar ze leven niet in vrijheid zoals wij want het zijn krijgsgevangenen en zijn hier te werk gesteld. We zijn nu al vier maanden onderweg. Hoe lang zal de reis nog duren en wanneer kunnen we eindelijk eens met verlof naar huis.? De nauwe behuizing van een logger gaat op de lange duur ook vervelen en we zien iedere dag steeds weer dezelfde gezichten. Afwisselend varen we in nauw vaarwater en dan weer eens buitenom op zee. We zijn zowaar de poolcirkel gepasseerd. Het zal nu wel rap kouder gaan worden. Tot op heden hebben we nog niet zoveel last van de kou gehad. Op donderdag 20 januari meren we in Bodø. Hier water getankt en kolen geladen en voor de afwisseling zijn er natuurlijk weer de nodige Scheveningers die met ons een praatje willen maken. De geladen kolen zijn voor eigen gebruik en niet voor de gasgenerator. We zullen toch ook ons potje moeten koken en de verblijven moeten verwarmd worden en hiervoor hebben we ook kolen nodig. Lang blijven we niet in Bodø. De volgende morgen vertrekken we alweer. Bodø ligt aan het begin van de Vestfjord, het water tussen het Noorse vastenland en de Lofoten eilanden groep. In het begin hebben we ruim water, maar na enkele uren wordt het vaarwater steeds nauwer en al spoedig is het zo nauw dat we er amper door durven varen. We stoppen de motor om ons goed te kunnen oriënteren hoe we nu verder moeten, maar stroom en wind drijft ons op een blinde klip. We zullen van die klip af moeten zien te komen. Maar hoe ? We beginnen met de boot buiten boord te zetten en hiermee wordt een licht anker en een tros uitgebracht . Nu maar eens proberen of het lukt en beginnen de tros in te hieuwen, Echter zonder resultaat. Het schip blijft vastzitten en we trekken het anker naar het schip toe, in plaats van dat het schip naar het anker wordt getrokken. We proberen het nog eens, maar nu met het zware anker en ook deze poging is zonder resultaat. Een Noor, die onze vergeefse pogingen van af de wal heeft gade geslagen, komt met zijn eigen boot naar ons toe gevaren en vertelt ons dat het 's-avonds om zeven uur hoogwater is en we dan meer kans maken om vlot te komen. Nu we toch de boot buitenboord hebben, roeien we naar de wal, om te proberen wat vis te kopen. Het gelukte ons wonder wel en komen terug met achttien kg. heilbot. We zullen nu eens luxe vis gaan eten. Vroeger op de logger bij de trawl visserij zouden we nooit dit soort vis als “braadje “ hebben klaar gemaakt en ook zeker niet als een “zootje “ voor thuis mee gekregen hebben. Wat de vriendelijke Noor ons vertelde, komt uit en rond zeven uur komen we vanzelf vlot. Nu nog snel het anker ophieuwen en de roeiboot weer aan boord hijsen en de reis vervolgen. We varen bij uitzondering nu eens in het donker tot 's-nachts twaalf uur en gaan ten anker bij de plaats Franoy. De volgende morgen in de vroege ochtend vertrekken we weer. We moeten in het plaatsje Leudingen ons melden en krijgen toestemming om de reis te vervolgen en meren in de middag in de haven van Harstad. Ook de zondag en de maandag blijven wij in Harstad liggen. Nog steeds is het goed weer en we hebben weinig last van de kou, maar wat niet is, kan nog komen ! Ook provianderen we en krijgen weer ons rantsoen sigaretten, wat dit maal ruimer uit valt als wat we voorheen hebben gekregen. Vertrekken weer eens en het is ondertussen al dinsdag 25 januari. We doen achtereenvolgens de havens Finnsnes en Tromsö aan. Bij het vertrek uit Finnsnes voor de verandering maar weer eens wat problemen. De motor valt stop. Oorzaak, waarschijnlijk water in de olie. Snel de olie wat doorgepompt en het euvel blijkt gelukkig verholpen. Om Tromsö te bereiken moeten we door een nauw vaarwater waar we een sterke stroom van ca. zes mijl per uur tegen kunnen hebben. Echter kentert gelukkig het getij en hebben dan het voordeel van de sterke stroming en met een sneltrein vaart passeren we het stuk nauwe vaarwater Vreemdeling (Cor Spaans)
<< Vorige Volgende >>
...home Geplaatst op 22-04-2011 en 1038 keer gelezen Like dit 482 Liked