Vrachtlogger Sch. 130 Clara. deel 3

Op donderdag 27 januari melden we ons af in Tromsø en vertrekken met bestemming Hammerfest, de noordelijkste stad van Europa. Halverwege het traject praait een Duitse voorposten boot ons en verzoekt ons om een matroos mee naar Hammerfest te nemen. Na een nacht voor anker te hebben gelegen, vervolgen we de reis en leggen die dag 95 mijl af, om in de avond in Hammerfest aan te komen. Een afstand record voor het schip op deze Noorse reis. Hier is voorlopig het eindpunt van onze tocht vanuit Nederland en vanuit Hammerfest moeten wij in het noorden van Noorwegen de verbindingen onderhouden tussen de hier gevestigde Duitse garnizoenen. De reis van Hoek van Holland tot aan Hammerfest heeft ons nu, veroorzaakt door allerlei omwegen ,126 dagen gekost . Als wij overzee rechtstreeks hier naar toe waren gevaren had het is hooguit zes dagen gekost. De instructies zijn om voorlopig hier in Hammerfest te blijven. Het blijkt al gauw dat het verblijf in Hammerfest van korte duur is. Net alleen maar de zondag . De orders zijn om naar Billefjord af te varen en voor vertrek naar Billefjod krijgen we ook twee Duitse matrozen aan boord die ook naar deze bestemming moeten. Het zijn terug kerende verlofgangers en hebben hier de aansluiting met hun eigen schip gemist. Hun schip is een dag eerder vertrokken, ook met bestemming Billefjord. Daar aangekomen zijnde krijgen we te horen dat wij de lading kolen, die wij vanuit Rotterdam aan boord hebben, hier moeten lossen. Het schip verhalen we naar de losplaats en een hijskraan begint met de lossing en is om elf uur 's-avonds gereed met lossen. Meteen na de lossing vertrekken wij met bestemming Alta, waar we de volgende morgen om 9 uur aankomen. We moeten ook hier een lading kolen laden, wat door Russische krijsgevangenen wordt gedaan. Het is een marzel dag voor ons, want de inspecteur brengt een tas vol brieven voor de bemanning mee. Ik ontvang er zelfs veertien stuks. Een zelfs met een foto van mijn vrouw, een brief die zij tien weken eerder heeft verstuurd. Maar ook minder goed nieuws krijg ik te horen, uit een brief, ontvangen door een der bemanningsleden. In die brief wordt verteld dat mijn oudste broer door een ernstig ongeluk is overleden. Ik ben erg geschrokken van dat bericht. Ik kan het haast niet geloven en ben in gedachten bij mijn vader en moeder en ook bij de weduwe en haar kinderen. Wat zal het een verlies zijn voor die twee oudjes en het gezin van mijn broer. De belading gaat de gehele nacht door en de volgende morgen vertrekken we met bestemming Sopnes, waar we in de middag aankomen. De volgende morgen wordt de lossing van de lading gedaan door Duitse soldaten. Met behulp van onze scheepslier wordt er gelost en het gaat hierdoor bedroevend langzaam. De vorige lossing was met een hijskraan en dat ging heel wat sneller. Weer moeten wij een Hollander meenemen die met verlof gaat en die in de volgende haven weer van boord zal gaan. Ik geef uit medelijden een Noor uit deze plaats een paar zakken kolen, maar hij wordt jammer genoeg bij een Duitse controle post aangehouden en moet de kolen terug brengen. Het geheel veroorzaakt wel wat heisa bij de haven instanties, maar het loopt uiteindelijk nog met een sisser af. Ons goede leventje, zoals wij dit gewend waren op onze tocht naar het hoge noorden, is schijnbaar afgelopen. Het schip moet nu rendabel worden gemaakt en de lossing gaat dag en nacht door met soldaten in ploegendienst. We zien voor het eerst een begrafenis per schip. Een kotter met de vlag halfstok, die de lijkkist en familie vervoerd vanaf een plaats zo’n twintig kilometer hier vandaan, om de overledene hier in dit stadje te begraven. Het is al zaterdagavond als we gereed komen met de lossing. Na afmelding moeten we zondagmorgen vertrekken met bestemming Alta. We moeten ons er op instellen dat we in deze soort vaart, ook geregeld passagiers mee moeten nemen naar een ander plaats. Treinen en bussen rijden hier niet en al het vervoer gaat via het water. Regelmatig zien en vervoeren we Scheveningers die met verlof gaan en met een van hen ruil ik een fles snaps voor twee dekens, want ik heb het 's-nachts behoorlijk koud in mijn kooi onder de enkele dekens die ik bezit. Deze zondag varen we zonder lading naar Alta en hebben drie passagiers aan boord. Na vier uur varen zijn weer in Alta en we houden ons rustig zolang er geen opdrachten zijn. Ook de maandag hebben we rust. De kapitein gaat op proviand uit en ik mag voor de afwisseling brood gaan halen. Je zou denken dat het een klein klusje is, maar ik moet zelfs twintig kilometer met een auto mee om bij de bakkerij te komen. Het is zo gemakkelijk gezegd ...Joh , ga jij effe brood halen. Uit een der brieven die ik van het thuisfront ontvang, verneem ik nu zelf wat er precies met mijn oudste broer is gebeurd. Ik kan het nog steeds niet geloven ! Dinsdag morgen in alle vroegte varen we naar het plaatsje Bossekop, waar we na enkele uren arriveren. De lading ligt al gereed op de kade en het beladen wordt meteen aangevangen. Dit maal is het een lading rails, Stukken van drie meter lengte en met een gewicht van zo'n 125 kg. Het beladen geschiedt vrij simpel, door de rails vanaf het dek zo in het ruim te laten vallen, gepaard gaande met een ontzettend kabaal. Als we meer van dit soort lading krijgen en hiermee op dezelfde wijze wordt omgesprongen, zal er weldra niet veel meer van de Clara over zijn. De belading wordt hier ook nu door Duitse soldaten gedaan, maar met hulp van Russische krijgsgevangenen. Gelukkig wordt er 's-nachts niet geladen, wat onze nachtrust ten goede komt. De volgende dag nog enkele uren bezig met het beladen en varen aansluitend direct terug naar Alta om aldaar verder bij te laden. Ook bunkeren we olie en wachten verder instructies af. De volgende dag laden we de rest van onze lading. Dit maal ontplofbare stoffen en Noren mogen voor de verandering deze gevaarlijke werkzaamheden uitvoeren, De bestemming is Billefjord maar we moeten eerst naar Hammerfest om vijf passagiers aan wal te zetten , waar we in de avond aankomen. Hier lossen we de volgende dag wat stukgoed en verhalen naar de kolen kraan, waar we ' s-avonds 34 ton kolen laden. De kolen worden los aan dek gestort en gaan dit keer als deklast mee. De volgende morgen hebben we de kolen wat beter over het dek verdeeld, want het komt op sommige plaatsen op het dek boven de verschansing.uit. Na weer olie gebunkerd te hebben vertrekken we met bestemming Billefjord. De zee is wel wat wild voor een beladen logger , met het gevolg dat we veel water overnemen. en hierdoor heel veel kolen door de spuigaten in zee zien verdwijnen. Het is ook niet verwonderlijk dat het schip zo hard slingert. Met een lading rails onder in het ruim en met aan dek een lading kolen moet het schip wel gaan slingeren. Dit soort beladingen zijn niet echt gunstig voor de stabiliteit van het schip. Na verandering van koers krijgen we de gelegenheid om de kolen van de deklast te trimmen, om zo de slagzij, die we hebben opgelopen door het wegspoelen van een gedeelte van de deklast, te compenseren. Na voor anker gelegen te hebben gedurende de nacht, varen we de volgende morgen de Porsangenfjord binnen. Het is de noordelijkste fjord en ligt met de brede opening van de fjord naar het noorden gekeerd. Het is ook bijna het eind van de wereld en het is niet verwonderlijk dat het hier zo doods is. Uiteindelijk komen wij op zondag 13 februari in Billefjord aan, het oorspronkelijke einddoel van de reis. Een reis die wij bijna vijf maanden geleden in Rotterdam zijn begonnen. Ofschoon het zondag is, gaan zodra we gemeerd liggen, Russische krijgsgevangenen de deklast kolen lossen. Na enkele uren werken is het voor ons en de Russen genoeg geweest en stoppen we de werkzaamheden. Bij bittere kou vervolgen de Russen op maandag 14 februari om acht uur het lossen van de kolen en komen hiermee om elf uur gereed. Verder zijn er voor deze plaats geen goederen te lossen en wij vervolgen dan ook direct na lossing onze reis naar een plaats Hamnbuk dat zo'n 20 mijl dieper in de fjord ligt. Met flink wat wind en in de bittere kou vervolgen we onze reis, wat heus geen pretje is.. Het water in de fjord, met haar ingang pal noord, wordt flink door de wind opgejaagd. Er staat een zware deining, waar we dan ook flink last van hebben door overkomend buiswater, wat meteen aan dek en brughuis bevriest en de leefbaarheid aan dek zwaar bemoeilijkt. Mede hierdoor hebben we meer dan vier uur nodig om 20 mijl af te leggen. Aangekomen, wordt de lossing van het schip meteen door Russen ter hand genomen en de lossing gaat de gehele nacht door. We liggen hier niet alleen als Nederlands schip. Nog drie Nederlandse coasters en een Nederlandse sleepboot liggen hier en op de sleepboot zitten natuurlijk weer Scheveningers, nl. Henk Spaans en Leen Rog. Is er wel eens een plaats waar je ze niet tegen komt ? Zodra de lossing is beëindigd moeten we meteen aan het beladen beginnen. Dit maal is het een lading lege flessen met bestemming Tromsö. Ook nu wordt er in ploegen, gedurende de nacht en dag doorgewerkt en is men op woensdagavond om zes uur klaar met laden. Het verschil tussen dag en nacht is toch al bijna niet merkbaar Ook dit maal krijgen we passagiers mee. Nu eens een Hollander die met verlof gaat en een Duitse soldaat die schijnbaar toezicht moet houden op de lading lege flessen. De volgende morgen vertrekken we vroeg in de ochtend met bestemming Billefjord waar we nog wat moeten lossen en ook weer wat lading moeten bij laden. Na een vaartocht van drie uur meren we ook daar weer en na het lossen en beladen zijn we weer gereed voor vertrek, maar we zullen pas de volgende morgen vertrekken met bestemming Honningväg. We kunnen dus vandaag van een ongestoorde nachtrust genieten. Zonder dat we gestoord worden door lawaai van het laden en lossen of dat we worden gepord om de roerganger af te lossen tijdens het varen. Voor de verandering krijgen weer eens twee Duitser mee die ook daar heen moeten. Honningväg is de meest noordelijkste nederzetting van Noorwegen, gelegen op het eiland Mageröy. Op dit eiland is ook het noordelijkste punt van Noorwegen, de Nordkapp. Als nederzetting stelt Honningväg niet veel voor. Een paar houten huizen en een enkele aanleg steigers met wat houten vissersscheepjes. Na aankomst aldaar weer eens 300 kratten lege flessen geladen en meteen wordt de reis vervolgd. We komen op zaterdagmorgen in alle vroegte in Hammerfest aan en meren langzij een daar liggend vaartuig. Het blijkt het schip M.W. 72 te zijn, waar we al eerder kennis mee hebben gemaakt in een andere haven. Schipper op dit vaartuig is Jan Kleijn en heeft geen Scheveningers maar drie Noren als bemanning. Hier lossen en laden we wat, provianderen en gaan zo snel mogelijk er weer van door.. We zijn van mening dat wij de laatste dagen erg veel hebben gepresteerd. We hebben het schijnbaar voortvarend aangepakt, Of dit zo zal blijven is nog maar de vraag. Weer krijgen we een paar passagiers mee met bestemming Tromsö. De Clara is al een aardig passagierschip geworden, maar wij als bemanning moeten nu wel onze leefruimte delen met deze Duitsers. Wie had dat ooit gedacht dat dit mogelijk zou zijn. Een schip met zo'n primitieve accommodatie. Je kan die lui nu eenmaal niet in de vries kou aan dek laten staan. Hoe zouden wij ons voelen als we hetzelfde zouden meemaken. De meeste van deze jongens en mannen waren nou eenmaal toch gedwongen om dienst te doen in het leger of bij de marine. Vroeg in de middag vertrekken we weer en varen, ondanks de sneeuw en hagel buien, de gehele nacht door en komen op zondag 20 februari aan in Tromsö. Het is de eerste keer in onze Noorse periode dat we de gehele nacht hebben gevaren. Om het verhaal niet eentonig te maken, wil in mij nu beperken tot de hoofdzaken, want anders wordt het een heel lange opsomming van havens. Van maandag 21 februari tot 1maart liggen we in Tromsö. Hier liggen we afwisselend aan de kade of voor anker in de baai. In deze periode veel slecht weer met hagel en sneeuwbuien en vaak veel wind, waar we erg veel hinder van hebben als wij voor anker liggen. Door wind en deining moeten we het anker goed in de gaten houden, dat het niet gaat krabben en we ergens in de fjord op de rotsen geraken. Zelfs gemeerd aan de kade in de haven hebben we veel last van de deining en ook hier liggen we geen moment stil en moeten we de meertrossen voortdurend in de gaten houden Er wordt af en toe wat gelost en na drie dagen begint uiteindelijk, eveneens met grote afwisseling, het laden en op de laatste dag laden we nog eens 3000 kisten bier. Van hier vertrekken we op woensdag 1 maart. Weer naar het noorden en de eerste losplaats zal Hammerfest zijn, waar we een gedeelte van de lading, wat voor Honingväg bestemd is, zullen lossen. Hier provianderen we en bunkeren olie en kombuis kolen, en vertrekken we weer eens richting Porsangenfjord, waar Billefjord de eerste loshaven zal zijn. Daarna moeten we naar Hamnbukt doorvaren om daar te gaan laden. Hier krijgen we wat stukgoed en een lading kolen als deklast en het zijn weer de Russen die dit smerige karwei mogen uitvoeren. We hebben medelijden met ze en geven ze stiekem wat te eten, waar ze ons zeer dankbaar voorzijn. Vervolgens gaan we weer terug naar Billefjord. Vlak voor het haventje bemerken we dat onze roeiboot verdwenen is. Bij goed weer slepen we in de fjorden altijd de roeiboot achter ons schip. Er zit niets anders op dan terug te keren en te gaan zoeken naar het "verloren schaap " en na een half uur vinden we haar gelukkig. Nu moeten we er voor zorgen dat zoiets niet weer gebeurd en we zorgen voor een steviger sleeptros. Na lossing en belading in Billefjord varen we weer door naar Hestness om ook daar te lossen. Daar aangekomen zetten we met behulp van de roeiboot weer eens de beug uit om ons geluk bij het vissen te beproeven. Veel geluk is ons niet beschoren want bij terugkeer met de roeiboot ondervinden we met de veel hinder van drijfijs en het kost ons veel moeite om bij ons schip te komen. Gaan ook dit maal na lossing voor anker tot de volgende morgen. Voor het vertrek halen we nog snel de beug op en de vangst is zeer pover. een kabeljauw, twee scharren en drie roggen. Maar we hebben weer een maaltje vis waarvan we heerlijk van hopen te smullen. Van Hestness weer eens naar Hamnbukt en voor aankomst daar, nog weer eens de beug uitgezet. De volgende dag is de vangst totaal niets. We gaan echt twijfelen of we ex- visserlui zijn ! Hier moeten weer eens voor de afwisseling lege flessen worden geladen met bestemming Tromsö. Via Hammerfest als nachtelijk rustpunt naar Tromsö waar we dan op 12 maart aankomen. Liggen tot 16 maart in deze plaats. Eerst de lege flessen lossen en daarna laden. Maar dit maal is het een heel gevaarlijk vrachtje. Vijftig ton bommen en nog wat kisten handgranaten en vervolgens weer een lading kratten bier. Git maal wordt dit gevaarlijke karwei uiytgevoerd door Noren. De gehele lading voor bestemming Porsangen fjord. Op weg naar de fjord schuilen we voor het slechte weer in de haven van Hammerfest en meren langzij de Nord 8 en gaan natuurlijk even bij onze buren op bezoek. Zij weten ons te vertellen dat onze kapitein met verlof zal gaan en dat de stuurman dan zijn plaatsvervanger zal worden. Deze mededeling valt beslist bij ons niet in goede aarde. “Gelijke monniken gelijke kappen” zegt het spreekwoord. Eerlijker zou het zijn als we tegelijk met verlof gingen, want we zijn even lang aan boord en ook even lang van huis af. De volgende dag als het weer verbeterd is, vervolgen onze reis naar Billefjord, al waar we te horen krijgen dat we door moeten varen naar Hamnbukt. Het is maandag 20 maart. Het is precies een half jaar geleden dat we van huis zijn vertrokken. Ons contract is nu feitelijk afgelopen en we moeten op aflossing wachten alvorens we naar huis terug kunnen gaan. Zolang die er niet is moeten we wel doorgaan met onze werkzaamheden waarvoor we zijn aangenomen. In Hamnbukt gelost en moeten we voor de afwisseling weer terug naar Billefjord om hout te laden. Daar aan gekomen blijkt het luikhoofd te klein te zijn voor deze lading hout. Je vraag je wel eens af of er nu niemand is die iets weet van de grootte van het luikhoofd van ons schip. In plaats van hout wordt er zeggen en schrijven slecht één kist geladen en we moeten meteen naar Alta vertrekken. Er schijnt zeker erg veel haast mee gemoeid te zijn? Vandaag 21 maart, het begint van de lente, maar hier is er weinig van te merken. Sneeuw, niets anders als sneeuw! Geen krokusjes of sneeuwklokjes. Niets wat de kleur van de sneeuw zou opfleuren. Onderweg naar Alta lopen we nog eens Hammerfest binnen om te informeren of het verhaal over het verlof van de kapitein op waarheid berust. Ook hier geen nieuws over het verlof en we vervolgen onze reis en lossen de kist in Alta. Hier krijgen we de opdracht om naar Bossekop te varen waar we een half uur later arriveren. De volgende morgen begint met pech. We moeten een bevroren licht aggregaat ontdooien alvorens we kunnen gaan laden. Erg stom van ons, want we hadden het moeten aftappen toen het buiten bedrijf werd gesteld. Nu zitten we met de armoe om het aggregaat op gang te krijgen. Bij het laden hebben we nu eenmaal verlichting nodig. Zeker hier in het hoge noorden, waar het in deze tijd van het jaar ook overdag nog lang donker is. Dit maal worden weer rails geladen en als deklast krijgen we 30 Russische krijsgevangenen mee, die in Alta weer van boord gaan. Hier laden we twee aanhangers en we vertrekken weer richting Hammerfest. Op zaterdag 25 maart lopen we Hammerfest binnen. Hier horen we dat er een uur later een kotter richting Tromsö zal vertrekken en dat de kapitein op dat scheepje als verlofganger mee mag gaan. Hij heeft vlug zijn bagage gepakt en is snel op weg naar de kotter, om de lange thuis reis te beginnen. Nummer één is weg, wanneer zullen wij volgen ? Voorlopig vergeten we het maar en vervolgen onze reis naar Billefjord waar we op 26 maart aankomen. De twee aanhangers worden gelost en we moeten meteen door naar Hamnbukt. Onderweg daar naar toe komen we vast te zitten in pakijs. Na veel wringen met het schip komen we los van het ijs en het ziet er echt naar uit dat we terug moeten keren. We vinden toch nog een vaargeul en vervolgen onze reis, maar niet ver voor Hamnbukt lopen we weer vast in het ijs. En nu blijken we echt geen kant meer uit te kunnen. Het geluk is dit keer aan onze zijde. De Nord 8 ligt in de haven en wordt er op uit gestuurd om als ijsbreker te gaan fungeren. Een mooie vaargeul wordt voor ons vrij gemaakt en na enige tijd kunnen we weer de reis vervolgen. Van de lente is hier echt nog niet veel te merken. Wie weet wat ons nog te wachten staat. Momenteel hebben we nog zo'n 20 graden vorst. Na te hebben afgemeerd, wordt meteen met de lossing begonnen. Dit maal wordt onze eigen laadboom hiervoor gebruikt en met gebruikmaking van de winch. Het lossen van de spoorrails gaat met veel lawaai gepaard. De lossing kost veel tijd en gaat ook 's-nachts door en midden in de nacht worden we opgeschrikt door een hevig lawaai. Het lijkt erop dat er een hijs uit de stroppen is terug gevallen in het ruim. Gedeeltelijk is dit waar, maar ook de laadboom is naar beneden getuimeld. Deze schade is veroorzaakt door het afbreken van een stalen krans in de voormast, waaraan stagen en laadboom zijn bevestigd. De stukken van de mastkrans en de bevestigings bouten liggen verspreidt aan dek en de laadboom ligt er doelloos naast. Wij kunnen niet verder lossen. Gelukkig lig het schip Pax 1 bij ons langzij. Door de Pax 1 te verhalen naar de kade en wij bij haar langszij gaan, kunnen we met haar laadboom de lossing voortzetten. De beschadigde mastkrans wordt door een Russische smid gerepareerd en weer zo snel mogelijk terug geplaatst in de mast, waarna de stagen en laadboom hier weer aan kunnen worden bevestigd. Een pracht van een karwei bij 15 graden vorst. Na de lossing worden wat kisten en machines geladen, maar het is van korte duur dat de kisten in het laadruim staan, want ze moeten weer meteen terug naar de kade. Foutje! Wij wachten maar weer af. Door de strenge vorst gedurende de nacht, liggen de volgende morgen alle schepen vast in het ijs en kunnen geen kant op. Gelukkig is er al een sleepboot onderweg om ons uit te breken, maar zij loopt net voor Hamnbukt op een klip en zit hier muurvast op. Dit geintje duurt zo'n 5 dagen alvorens de sleepboot vlot komt en ons uit kan breken. En zodra we uitgebroken zijn krijgen we de order om naar Billefjord te varen. En ook de schepen Pax 1 en Nord 8, die bij ons in de haven lagen, hebben dezelfde order. Daar aangekomen moeten we alweer op nadere orders wachten. En ondertussen is het alweer 3 april en zo als het er nu uit ziet, zullen we hier nog lang op het lentegevoel moeten wachten. Tot 16 mei moet ik wachten voor ik als laatste van de oorspronkelijke bemanning eindelijk de toestemming krijg om met verlof te gaan. . De periode na 3 april tot 16 mei is een aaneenschakeling van reizen naar de ons bekende havens. Afwisselend laden of lossen, soms beiden. Soms langszij een koopvaardij schip, die vanuit het schip hun lading in ons schip moeten laden. Dan weer eens langzij van een binnenvaart schip om haar van vracht te voorzien. Afwisselend slecht weer. Sneeuw en ijs. Het dek en de ruimen schoonmaken, vooral als er cement is geladen of gelost. Altijd zijn er wel papieren zakken die scheuren en hun inhoud tijdens het lossen en laden over het dek verspreiden Een slecht karwei, vooral als het tijdens het lossen heeft gesneeuwd en het mengsel van sneeuw en cement poeder moet worden opgeruimd. Verder moeten we ons vermaak zien te zoeken in de bioscoop of in soldaten kantines. Ook buurten we op andere schepen en ontmoeten we af en toe een vriend of kennis.Wachtend op orders. Voor anker liggend in de fjord of gemeerd liggend aan de kade van de een of andere haven. Op een van deze reizen zien we in de Alta fjord een Duits slagschip voor anker liggen. Het blijkt de Tirpitz te zijn. * Het schip rondom beschermd door duikbootnetten, zodat zij niet beslopen kan worden door een onderzeeër, die met één of meerdere torpedo's haar voor kortere of langere tijd uit kan schakelen of misschien tot zinken kan brengen. Wachtend op een prooi. Een prooi bestaande uit een schip of meerdere schepen in de noord Atlantische oceaan, IJszee of Barends zee,. Schepen afkomstig uit de geallieerde konvooien op weg naar Moermansk. Deze slagkruiser zal haar ligplaats niet eerder verlaten dan wanneer deze konvooien door lange afstand verkennings vliegtuigen, in de wijde omtrek, zijn gesignaleerd . Zelf was dit slagschip de vorige dag nog door geallieerde vliegtuigen aangevallen en gebombardeerd. Of zij veel schade had opgelopen kon ik niet constateren Ik vond het een mooi schip, maar haar functie vond ik verfoeilijk. Uiteindelijk is ook dit schip, in nog hetzelfde jaar verloren gegaan bij een luchtaanval. Enkele dagen nadat we de Tirpitz hebben gezien, liggen wij te laden in een haven niet ver van haar ligplaats. Tijdens de belading worden we opgeschrikt door luchtalarm en moeten dan ook direct onze ligplaats verlaten en ten anker gaan in de fjord. In de fjord zijn we minder kwetsbaar als langs de kade om door bommen te worden getroffen, ingeval de haven het doel zou zijn. Het is voor de eerste maal dat we na ons vertrek uit Oslo een luchtalarm meemaken. Na enige uren wordt het veilig sein gegeven en mogen we weer terug keren naar onze ligplaats en de werkzaamheden vervolgen. Gelukkig horen we geen ontploffingen van bommen, maar hieruit blijkt dat de geallieerden op verkenning uit zijn waar de Tirpitz zich schuil houdt. Zo zijn we weer een ervaring rijker en worden toch weer eens geconfronteerd met de nog steeds aanwezige oorlogsdreiging. Ook hier zullen we in de toekomst rekening mee moeten houden. Het is nog steeds oorlog en ook wij helpen hier aan mee met onze vrachtvaart. Het leven aan boord in het hoge noorden is echt geen lolletje. We zijn al veel langer van huis als we gewend zijn op de visserij. Permanent verblijvend op een (vooroorlogse) logger, zonder enige voorzieningen zoals een toilet en een wasgelegenheid. Met een primitieve drinkwater voorziening. Ook hebben we beslist geen geschikte kleding voor de poolstreek. Je eigen kleding moeten wassen. En waar moet je ze dan te drogen hangen? We hebben niet eens een kombuis. In het voorschip een bemannings verblijf wat tevens de slaapruimte is, staat een kachel waarop het eten moet worden klaargemaakt. Waar je met je bord in de hand moet eten. En al helemaal geen messroom waar je dan zou kunnen eten of je vrije .tijd kunt doorbrengen met het schrijven van een brief of lezen van een boek. De steeds heersende vries kou. Ook zelfs in de slaapgelegenheden in het voor- en achterschip. In de zgn. kooien tegen de buitenwand van het schip. Waar aan de buiten zijde van de scheepswand zo’n vijftien graden of meer vorst heerst. En hierdoor veel condensvocht zich ontwikkelt tegen de ongeïsoleerde scheepswanden van de kooi en vochtige klamme dekens veroorzaakt. Geen privacy door regelmatig vervoer van soldaten en verlofgangers, die dan ook in de bemannings verblijven moeten worden ondergebracht, want andere verblijven zijn er niet. Geen verwarmd stuurhuis, nog uitgerust met kleine raampjes, waardoor er weinig uitzicht is bij mist en sneeuwbuien. Het stuurhuis niet uitgerust met een kaarten tafel, waarop we de zeekaarten van de fjorden op kunnen uitspreiden bij de vaart door de fjorden. In het begin van de reis grote onbekendheid met de vaart in de fjorden. De vaart en het werken in de permanente duisternis gedurende de winterse periode, die hier wel erg lang duurt. En al helemaal geen echolood, wat zeker nodig is in onbekend vaarwater. Het kompas onbetrouwbaar door de grotere ,magnetische afwijkingen in het poolgebied.. De taal barriere van het Noors en Duits En natuurlijk de steeds weerkerende vraag hoe zal het thuis zijn ? Dit mede veroorzaakt door de onregelmatige postbezorging. Een lange tijd niet één brief en dan weer een grote hoeveelheid brieven tegelijk. Wat ook veroorzaakt wordt door onze verplaatsingen per schip van de ene naar de andere haven en geen permanente ligplaats hebbend. Hoe lang zal het nog duren eer we worden afgelost ? * Slagschip Tirpitz. Misschien is er geen oorlogsschip in de 2e wereld oorlog dat zo weinig roem kent en zo tragisch aan zijn eind komt als de Tirpitz. Hij voert twee gevechten met aanvallen op konvooien en de vijandelijke vloot. en één aanval , samen met Scharnhorst, op Spitsbergen. Het reusachtige schip moet van de ene Noorse fjord naar de andere vluchten. Na een verblijf van 34 maanden in de fjorden, ondergaat het schip hetzelfde lot als haar zusterschip Graf Spee en wordt op 12 november 1944 tot zinken gebracht. Op 22 september 1943 een aanval op het schip door mini onderzeeërs waar door zware interne schade werd veroorzaakt. Hierdoor wordt een groot gedeelte van de bemanning tijdelijk van boord gehaald en krijgen een tijdelijk onderkomen in het hospitaal schip Monte Rosa. Op 3 april werd de Tirpitz op zijn ligplaats in de Altafjord door Barracuda torpedo bommenwerpers verrast. Meer dan honderd bemanningsleden worden gedood en het schip loopt enorme schade op door de 800 kg wegende bommen. Inwendig is er weinig schade aan het schip/ Hierna verandert het schip van ligplaats en gaat voor anker nabij Tromsö. Een gedeelte van het machinekamer personeel wordt aan de wal gestationeerd, aangezien zij niet direct voor de verdediging van het schip noodzakelijk zijn. Op 15 september weer een aanval door vliegtuigen. Een bom van 5.500 kg, “Tallboy” genaamd, slaat een gat in het voordek en veroorzaakt veel inwendige schade. Het schip is niet meer in staat met hoge snelheid te varen en verslepen naar Duitsland is te riskant. De Tirpitz gaat daarna vooranker boven een zandbed bij het eiland Haakoy ,uit voorzorg dat het schip niet in een diepe fjord verloren gaat indien ze tot zinken wordt gebracht. Op 12 november 1944 wordt uiteindelijk de Tirpitz door meerdere “Tallboys “ tot zinken gebracht, waarbij een gat van 30 meter in haar romp wordt veroorzaakt. Het schip kapseist en van de 1058 bemanningsleden aan boord worden er slechts 87 gered. Het schip heeft “de eenzame koningin van het noorden “ als bijnaam gekregen Op 9 april is het Pasen. Maar schijnbaar niet voor ons. Laden, lossen en varen. In plaats van een paasei worden we verrast met een dik pak sneeuw, Op 14 april zijn er aflossers voor twee van onze matrozen, die dan op 16 april zullen vertrekken. Ik ben daar weer niet bij, ondanks dat ik verwoede pogingen doe, bij het agentschap aan de wal. Nul op rekest. Maar wanneer mag dan de rest van de bemanning met verlof ? Mijn animo voor dit schip en haar werk is tot het ver onder het nul punt gedaald, bijna even diep als de temperatuur rondom ons. 30 April. De dag waarop ik heb gehoopt thuis te zullen zijn. Nog steeds aan boord van Clara ergens in de Porsangenfjord. Hoelang nog ? Onderweg van Billefjord naar Tromsö lopen we op 15 mei in Hammerfest binnen om bij te laden. Hier blijkt een aflosser voor de stuurman te zijn. Hij kan dus met verlof. Ook meldt zich een Noor aan boord die graag op ons schip machinist zou willen zijn. Na overleg met de verantwoordelijke instanties aan de wal, wordt dit idee goed gekeurd en ook onze machinist mag met verlof. Maarten Buijs en Cor v.d. Toorn verlaten opgewekt het schip en wij gaan weer eens op weg naar Tromsö. En nu ben ik nog de enige van de oorspronkelijke bemanning aan boord, waarmee we de reis in Rotterdam zijn begonnen. Na de nacht te hebben doorgevaren komen we de volgende morgen om 11 uur in Tromsö aan. Ook nu klaag ik weer mijn nood bij onze kapitein. Kan hij nu niets hieraan veranderen ? Ook hij vindt dat het onredelijk is dat ik nog steeds geen vervanger heb,en met verlof kan gaan. Hij gaat met mij mee naar de instanties aan de wal die de verloven regelt en na mijn klachten te hebben aangehoord, krijg ik zowaar ook toestemming om met verlof te gaan. Het toeval wilt, dat ook de Albatros hier in de haven ligt. Met haar onbetrouwbare motor is zij dan ook eindelijk op haar noordelijke bestemming aangekomen. En het is ook nog toevallig dat drie van haar bemanningsleden ook met verlof kunnen gaan. Van hen hoor ik dat zij dezelfde dag nog om vijf uur in de middag op het troepen transportschip Gotha moeten zijn, waar zij op mee kunnen varen in zuidelijke richting . Ik moet me haasten om de nodige papieren in orde te krijgen en dat gelukt zowaar. Snel mijn bagage, die voor een groot gedeelte al was ingepakt , opgehaald en na afscheid van de bemanning te hebben genomen, ga ik en de verlofgangers van de Albatros, op weg naar de Gotha. * We zijn op tijd aan boord en twee uur later vertrekt het schip van de kade om vervolgens in de fjord voor anker te gaan. Ik ben uiteindelijk op weg naar huis ! In het noorden van Noorwegen zijn geen trein verbindingen. De verbinding tussen de diverse plaatsen aan de vaste wal en op de meeste eilanden voor de kust, wordt onderhouden door een gouvernementele postboot, die op geregelde tijden volgens een vast schema vaart en deze plaatsen aan doet. Het is niet alleen de post die met dit schip wordt aangeleverd, maar ook vracht en passagiers worden op deze wijze tussen de diverse plaatsen vervoerd. Dit is ook de reden dat we op onze reizen met de Clara steeds passagiers mee moesten nemen, die dan vervoert werden naar een plaats waar de postboot aan zou leggen. Ook grote hoeveelheden passagiers zou zo'n postboot niet kunnen vervoeren en daarom moeten wij per troepen transport schip mee, die ons vervolgens zal afleveren in de eerst volgende havenplaats met een trein verbinding. De gehele volgende dag ligt het schip voor anker . De slaapplaatsen aan boord zijn maar matig, maar de strozak in de kooi aan boord van de Clara was nu ook niet zo super de luxe. Ik zal dan ook maar niet klagen. Het zal ook erg weinig helpen denk ik. In ieder geval ben ik op weg naar huis, De Gotha is nu eenmaal een troepen transportschip en geen luxe passagiers schip. Het lijkt wel een drijvende kazerne waar strikte regels gelden. Om half acht in de morgen kunnen we koffie halen. Om tien uur ons dagrantsoen voor deze dag. Om half twaalf wat soep van matige kwaliteit En om half vijf in de middag weer koffie. Onze bagage wordt gelukkig goed verzorgd en wordt constant bewaakt en wij kunnen er zelfs zelf niet aankomen als we iets uit onze bagage nodig zouden hebben. In de wirwar van mensen aan boord, militairen van leger, luchtmacht, marine en burgerpersoneel, ontdek ik ook de twee verlofganger van de Clara, de heren Buijs en v.d. Toorn, die in Hammerfest van boord zijn gegaan. Ik heb weer mijn vertrouwde scheepsmaten waar ik me bij kan aansluiten op deze terugreis. In de vroege ochtend van donderdag 18 mei vertrekt de Gotha van haar ankerplaats en arriveren in de zelfde morgen in de havenplaats Harstadt. Opnieuw komen er verlofgangers aan boord en ik ben verbaasd dat er zoveel mensen op dit schip geplaatst kunnen worden. In de middag vertrekt het schip en gaat in de fjord weer voor anker. De volgende morgen heel vroeg vertrekken we weer Bij het plaatje Lendingen ligt een ander transportschip op ons te wachten en gezamenlijk varen we naar het zuiden en in de namiddag passeren we Bodø. De volgende morgen in alle vroegte, komen we in de plaats Mosjoen aan. Om 8 uur begint de ontscheping van de verlofgangers en vanaf nu moeten we de rest van Noorwegen naar het zuiden per trein overbruggen. Vreemdeling (Cor Spaans)
<< Vorige Volgende >>
...home Geplaatst op 22-04-2011 en 1320 keer gelezen Like dit 519 Liked