De Vis Wordt Duur Betaald deel 4

Hoofstuk 3 Werk in vreemde Wateren.

Voor toevallige waarnemers, vakantie gangers, schilders, fotografen en andere landlopers, is vissen romantisch en haar beoefenaars een deel van een groot avontuur. Nu is de diepzee visserij een industrie, georganiseerd op kapitalistische grondslag en geen speel plaats voor de zwetsers en zelfstandige ondernemers. De vijf tot zes honderd schepen betrokken bij deze industrie, waren grote investeringen, waarvan er twee honderd of meer, langer waren dan 140 voet en speciaal waren ontworpen voor lange reizen naar verre wateren. De visserman vertrok om een werk te doen wat anders was, door het feit, dat het op zee gebeurde en beperkt waren tot hun drijvende fabriek, niet alleen tijdens werkuren, maar voor drie weken aan een stuk.. Zij veranderden vaak, slechts een kwart bleef een jaar lang op hetzelfde schip en de helft veranderde van schip, gemiddeld een of drie keer. Hun werkterrein was een schip van 600 tot 700 ton groot op de verre wateren.. Zij vertrokken meestal 's-nachts naar hun werk. Dronken of nuchter, verplicht of vrijwillig, van huis weglopend of thuis vermist wordend, een volle bemanning van 25 koppen op de vries schepen, twintig op de grotere niet vries trawlers en vijftien op de wat kleinere schepen , die ook wel bij IJsland en de Faroes visten, verlieten zij de trawler havens nacht na nacht,voor een taak, wat een unieke combinatie was van vervelende routine, fysieke uitputting en groot gevaar. Zij bleven gemiddeld twintig dagen op zee, met inbegrip van drie of vijf dagen varen naar de verre wateren, een week of meer van hectisch vissen, met lange werkuren en op een open dek, Dan thuis varend, onder weg de netten reparerend, naar de vismarkt met een vangst van gemiddeld 80 kits vis per dag. ( kit vis= +/- 64 kg = 10 stone )
Reacties Als het schip ging vertrekken , moesten we een rondgang maken om de bemanning bij elkaar te krijgen. En als het vroeg in de ochtend was gingen we gewoonlijk rond en klopten op de deuren en wekten hen en heel vaak troffen wij dan aan dat zij nog niet waren thuis gekomen en moesten maar raden , waar in de stad we ze konden vinden.. In die periode werd het “Klondike” genoemd. ( de goud rush ) Er waren huizen met een slechte reputatie en het was zaak dat je dat nog herinnerde en je af vroeg.... zou Bill Smith vannacht bij Mavis zijn ? Wij klopten vaak op de verkeerde deur en kwamen dan tot de ontdekking dat de man thuis was en wij het niet wisten. ( Gordon Cockerill -Grimsby. )
De bemanning woonden in diverse delen van de stad. Gewoonlijk werd er gevraagd of zij per taxi wilde opgehaald worden. De taxi kwam dan voor, klopte op de deur en je werd naar de haven gebracht. De scheeps agent stond daar dan met de lijst met namen en als je aan boord kwam, werd je op de lijst aangestreept.. Als er geen problemen met het schip waren, zou bij de sluis staan, als we deze passeerden en als het schip uit het gezicht was, zou hij twee vingers in de lucht steken en zeggen.... dat was het weer. Maar dat was het werk van de scheeps agent. Ik denk wel, dat het een slechte baan was. ( Tom Jacombe- Grimsby )
Vaak moesten we hen uit bed trekken en waren zij kompleet “van de wereld “, zo dronken als wat, niet alleen 's-nachts, maar ook vaak als het hoogwater was en de pubs open waren. Gewoonlijk stonden we dan op de hoek van de Humberstraat, dat was onze favoriete plekje en de meerderheid van hen kwamen daar gewoonlijk langs voor ze naar de Noord wal gingen. En het was dan onze zaak, om de kroegen binnen te gaan en hen naar buiten te slepen en de praatjes aan te horen, zoals.. als je een kwart fles rum voor mij bestelt, ga ik met je mee ....of.... ik wil nog een glas rum voor ik mee ga. Gewoonlijk gingen we naar binnen en vroegen de hulp van de kroeg baas... dat was in de tijd Bob Stratford en we kochten dan een kwart fles rum en maakte grapjes met hen en droegen hen naar buiten en smeten hen in een taxi en brachten hen letterlijk aan boord van het schip. Ze zouden dan pas twaalf uur later wakker worden, als zij al weer een eind op zee waren. Het was geen gedwongen werk Zij hadden allemaal de monsterrol getekend. Het kwam alleen maar, omdat zij maar zo kort in de haven lagen. ( Gordon Cockerill-Grimsby ) Ik heb nog nooit een schip gemist. Het kon mij trouwens niet schelen ook. Als ik een schip gemist zou hebben, zou mijn vader mij hebben vermoord. Hij zei altijd...... Monster altijd af.... maar blijf niet zo maar thuis. Het slechtste wat je kon doen was, om niet te gaan. Er waren altijd wel een stelletje idioten in de kroeg die uitkraamden dat zij niet meer mee zouden gaan, maar voor de meesten waren het slechts praatjes. Een paar gekken deden het wel. Eens in mijn vroege tiener jaren, ging ik en een vriend van mij naar Hull. Hij zei, dat hij ook wilde gaan varen en hij monsterde op de Hull City, het schip waar ik op voer. Maar hij had het niet naar zijn zin, Echter, toen wij binnen liepen, stelde hij voor om rechtstreeks naar Hull te gaan, wat wij ook deden en gingen naar de Groene Draak. Wij misten de veerboot en we moesten om 5 uur 's-morgens de volgende dag varen. Het was een paniekerig gedoe.. Wij moesten een taxi nemen om ons helemaal rond te brengen. Toen ik thuis kwam, zat mijn vader nog op. Hij betaalde de taxi, ongeveer £ 6 , wat toen een hoop geld was. Mijn zeezak stond gepakt en hij zei. ..... Het is een goed ding , wat je gedaan hebt jongen. Hij zou het mij nooit vergeven hebben, als ik mijn schip was misgelopen.. Zo was mijn vader nu eenmaal. ( Ray Jones- Grimsby )
Ik weet nog van een keer, dat ik naar een diner dansant was gegaan in de Winter Tuin en ging daar om 1 uur in de morgen weg en de taxi zou mij om twee uur op pikken om mij aan boord te brengen. Je kwam thuis en deed je goede pak uit om één uur in de morgen en klom in een taxi, om naar zee te gaan binnen een uur. We moesten toen nog ons eigen matras mee nemen.. Dat was met recht..... Neem je bed op en wandel ! ( John Gilby – Grimsby )
Gewoonlijk ging je naar je schip, monsterde en kocht je benodigde spullen bij de stores. Er werd van je verwacht , dat je twee uur voor vertrek aanwezig was. Maar gewoonlijk was het twee uur er na, van het tijdstip, dat we aan boord moesten zijn. Je moest naar de stores, je spullen aan boord brengen, aan boord gaan, de voortrossen losgooien en daarna op het achterschip, je ging door de sluis, je tuigde veilheid lijnen op aan dek, je nam nog een biertje, je had die dag al goed gedronken en de volgende dag ging je aan het werk. Je wist niet waar de reis heen zou gaan. Of je naar IJsland ging of Beren eiland of de Witte zee of wat dan ook. Dat was altijd het geheim van de schipper., waarom niemand dat op die dag mocht weten, is voor mij altijd een raadsel geweest. Je had zelf wel een idee. Het was een gok, maar niemand durfde het ooit aan hem te vragen.... Waar gaan we heen ? Zijn antwoord was dan steevast... Wat heeft dat verdorie, met jou te maken. Zelf als je dacht dat je op dit schip voer, had je er nog niets mee te maken, waar we gaan vissen. Schippers vonden het nooit goed, als je er naar vroeg. ( George Brown-Hull )
Gewoonlijk nam je iets te drinken mee aan boord. Op de oude schepen, naar IJsland, duurde het drie dagen om daar te komen. De eerste dag lag je bij te komen van het uitgaan, de avond en nacht er voor. Met elkaar dronk je nog een paar blikjes. Als er iemand een halve liter drank had meegenomen, namen we er nog een borrel van.. De tweede dag maakte je de netten gereed en je was weer zo fit als een hoentje. ( Tom Bagnell- Fleetwood )
Stomend naar de visgronden, maakte je acht urige werkdagen, maar het deel in het midden van de reis, waren achttien urige werkdagen.. Dat was niet alleen met het vis verwerken. Als je op “vuile grond “ viste, zoals wij dat noemde, kon je de de vis strippen en verwerken in een uur en je was daarna vrij. Maar wanneer je zwaar viste, maakte je de volle achttien uren.. Soms , bij een slecht bodem gesteldheid, als je haalde, moest je iedere keer van trawl wisselen, de trawl weer uitzetten, de vis verwerken en dan moest je nog de trawl gaan repareren en boeten. Een deel van de tijd werd gebruikt voor het verwerken van de vis en een deel voor het boeten. Je kan zelfs een achttien urige werkdag hebben, als je veel boetwerk hebt. De schipper loopt constant aan dek, omdat, als je een trawl wisselt als deze gescheurd is, moet de oude trawl worden afgenomen en een nieuwe trawl moet er voor in de plaats komen en moet dan weer worden uitgezet. En dan gaat hij weer naar het stuurhuis. Vreemde zaken, weet je, als je de trawl wilt wisselen, komt hij vlug naar beneden en helpt mee aan dek.. Soms stoomt hij weer terug naar het begin punt van de trek, terwijl je de trawl wisselt en stoomt hij waarschijnlijk terug om zo snel mogelijk weer uit te zetten, En als hij denkt dat er twee of drie mijl verder weg een betere visserij is, stoomt hij daar heen, terwijl wij de trawl verwisselen. ( John Gilby- Grimsby ).
Thuis stomend lopen wij drie wachten. De stuurman, de derde man en onveranderlijk een wacht met een matroos., een knaap die capabel is om de wacht te lopen, onder toezicht van de schipper. De schipper kon dan de boel overzien.. Hij kwam aan dek om alles te controleren. Maar er moest altijd een matroos op wacht zijn, die iets van navigatie wist, een knaap die wist wat “de wet van uitwijking “ in hield. Dan had je ook nog dag mensen, zoals zij werden genoemd. Drie, soms zes, die werkten van half zeven tot vier uur in de namiddag, om de netten weer in orde te maken... Maar eenmaal aan het vissen waren het de normale werkzaamheden. In latere jaren werkte je 18 uur op en 6 uur af. Bij mijn oom aan boord, was het 16 uur op en 4 af, als we de eerste wacht liepen. Je had het net uitgezet en je sleepte en als er niets te doen was, werd een wacht ingesteld, drie man op en je sleepte dan ongeveer twee uur. Een goede schipper vertelde je hoe lang je moest slepen. Aan sommige schippers kon je het vragen, sommige schipper waren er niet van gediend dat je het vroeg. Helemaal niet. Zij gaven orders.... Nu, ga naar beneden , wij gaan halen. Maar een normale schipper gaf je tien minuten of een kwartier de tijd, om wat te drinken en daarna ging iedereen naar zijn post. Je had een winch man, een stuurman, twee man bij het voor bord en twee bij het achter bord, mannen in de midscheeps om het touwwerk en kabels te bedienen en dat soort zaken. Iedereen was bezig. Je had mensen voor het visruim, de stuurman en een tremmer, die het ijs moest tremmen. De visruim man was vanzelfsprekend verantwoordelijk voor de vis als de stuurman de schipper verving op de brug en dat was een verantwoordelijke baan , zoals gezegd en gedaan. Als de vis slecht was, was het de stuurman, die de schuld kreeg. Je moest halen, de vis kwam aan dek, als het kuil touw weer vrij kwam werd de kuil weer dicht geknoopt om weer overboord gezet te worden. Als je eenmaal weer sleepte, ging je de vis strippen.. De trekken waren meestal twee of twee en een half uur lang en je ging weer halen. Als het een goede trek was, konden wij niet alles gestript krijgen, voor de volgende lading aan dek kwam en de schipper schreeuwde dan van de brug, Stort het van voor naar achteren en je haalde de last planken weg .zodat de vis naar achteren gleed, zodat je aan de voorkant, weer het eerst kon gaan strippen. Dan schoof je de verserer vis verder naar voren. Het hele dek was bedekt met de ingewanden van de vis. Vis lag overal aan dek, aan bakboord, aan stuurboord, in het midden, waar de was machine normaal staat, maar uiteindelijk kwam er een ogenblik, dat er zoveel gevangen werd, dat er gestopt werd om te kunnen strippen. Alles weg werken in het visruim, dek spoelen en opruimen en weer opnieuw beginnen.. ( Ray Jones -Grimsby )
Het was een bekend gegeven dat je achttien uur werkte en zes uur vrij was, maar in deze zes, uur moest je eten aan het begin en je had een maaltijd aan het eind. En zo had je twintig minuten voor de hoofd maaltijd en twintig minuten voor de thee maaltijd.. Je praat hier over vier of vijf uur slaap per dag.. Ik heb mensen gezien, vooral als het koud is en je hebt last van de zwarte ijsafzetting en de kou, dat als je gaat zitten in de mess-room om te gaan eten en het is er lekker warm, je het overvalt en ik mensen in slaap zien vallen tijdens de maaltijd.. Het is echt waar. Als je mensen aan de wal hierover vertelt, dan geloven ze je niet, wat je hen vertelt. Als de visserij zwaar wordt, schreeuwt de schipper uit het raam van de brug...... Stop met de vrije wacht. Je keek uit om middernacht je kooi in ter duiken en hij heeft dan de gewoonte om te schreeuwen, dat je niet mag gaan slapen. Er zo ben je de zes uur kwijt en je moet dan weer een klok rond werken, voor je weer eens kunt gaan slapen. En dat kan wel eens drie dagen aan een zo zijn dat je geen bedrust had, tot de vis wat minder werd of dat de schipper te moe werd en hij zou zeggen,,, Het is genoeg zo jongen, ga een paar uur slapen. Ik leg in mijn kooi met mijn werkgoed nog aan , met mijn zuidwester en oliejas en laarzen. Ik ben zo moe. dat ik bewusteloos in mijn kooi viel en het leek dat je maar net je ogen had gesloten en de volgende minuut iemand je weer wakker werd geschud en zei .... Kom op man, we beginnen weer. En je denkt dan.... Hoe is dat mogelijk. Mijn handen doen pijn van de striemen en wonden , maar dat was al bekend voor je met dit werk begon. Gewoonlijk moest je over je handen urineren , om de pijn te verlichten. Ik denk niet, dat er een visserman is die dit nooit heeft gedaan. Je moest het wel doen. Het was de enige manier om weer gevoel te krijgen in je vingers. Er was niet de mogelijkheid om te zeggen.... Ik ga even naar de dokter. Ik heb hoofdpijn, Ik heb dit, Ik heb dat. Zoiets bestond niet op een trawler.. Het maakte niet uit, wat je mankeerde. Je moest je kooi uitkomen.. Als je nooit je kooi uitkwam om je werk goed te doem, kreeg je ontslag. ( Tom Jacombe – Grimsby )
Toen ik schipper was, werkten wij gewoonlijk achttien uur op en zes af. Wij waren meer beschaafd. Als, laten we zeggen drie uur gesleept hadden en we niet een hoop vis vingen, nam het een uur in beslag om de vis te verwerken en bleef er twee uur over tot de volgende haal. Soms visten we licht en hadden de mannen voldoende slaap, maar dan verdiende je natuurlijk ook niet veel. Want je ving niet veel vis. Je sliep en verdiende weinig. Maar heel vaak en iedereen deed het, deed je een gebed om even niets te vangen, zodat je wat slaap kreeg, al was het maar een uur. ( George Mussell -Grimsby )
Al het ijs was opgeslagen in de keeën voorin het visruim en het ijs moest los gehakt worden en uit elkaar gehaald worden en naar de achterzijde van het visruim worden verplaatst, zodat het op de vis kon worden gegooid. Wanneer je ter plekke kwam, waar je ook viste, was het ijs gewoonlijk een vast massa en je moest het met een bijl of pikhouweel los hakken en naar achteren scheppen. De vis man spreidde het ijs op de vis in de kee. De stuurman controleerde hem regelmatig, want hij was verantwoordelijk voor de conditie van de vis. Hij zou worden ontslagen als de vis in slechte staat zou zijn. Zo was een goede vis man belangrijk en meestal deed hij het goed. ( George Waudby- Hull )
Het visruim was verdeeld in aparte vakken ( keeën , op gebouwd uit stalen of aluminium staanders, waar in de gleuven, schotten werden geplaatst, Zodra vis een schot hoog was, werd zij met ijs afgedekt en in de horizontale gleuven werden schotten geplaatst en werd het proces herhaald. Wel werd er opgelet dat boven de koppen van de vis voldoende ijs lag, omdat zich daar de kieuwen bevonden en die moesten goed blijven. En zo ging het de hele reis door. De horizontale schotten voorkwamen ook dat de vis niet geplet kon worden door het gewicht van de boven gelegen vis. In de ploeg van de dek bemanning, waren er twee aangewezen voor tremmer van het ijs in het visruim. Indien nodig werd de tweede tremmer ook het visruim ingestuurd om te assisteren. ( Rob Webb - Grimsby. )
Toen werkte de bemanning achttien uur aan dek en zes uur slapen.. Het was hard werken, vooral als het aan dek was. En dat was ook speciaal bij IJsland en bij Noorwegen. Veel keren dat wij bij IJsland visten bij de Noordkaap, zit je rondom in het ijs en je kunt je wel voorstellen hoe het is voor de mannen aan dek, als het gaat opvriezen. Ze moeten de vis strippen en de vis is al bijna bevroren, voor zij er mee klaar zijn. Wij hebben zelfs een paar schepen uit het ijs getrokken, omdat wij groot genoeg waren. Wanneer je in het ijs vist en je duikt je kooi in voor wat slaap, kan je het ijs horen wat tegen de huid van het schip slaat. Op het laatst raak je er aan gewend, maar in het begin is het moordend om proberen te slapen, want je denkt dat de duivel door de huid van het schip komt. ( Colin Donalds- Grimsby )
Toen duurde een gemiddelde reis drie weken. Maar in de zomer was het mooi weer bij IJsland en plenty vis. Ik heb een reis gemaakt van dertien dagen. Ik denk dat de record reis elf dagen was Maar natuurlijk kon je ook een reis maken van vier en twintig dagen ,als er een slappe visserij was.. Alles hing af van het weer en de visserij. In de zomer had je vaak kans op een korte reis,omdat het weer beter was. In de winter was de gemiddelde reis vier en twintig dagen. Een beetje lang, vindt u niet ? ( George Massell- Grimsby )
Op de thuis reis was je een halve dag bezig met het dek op te ruimen en dan had je misschien een dag vrij., wat we dan ook een rust dag noemden en daarna moest je gaan denken om het schip te gaan schrobben, om haar wat toonbaarder te maken. Je kan je voorstellen hoe een trawler er uit zal zien, na drie weken op zee. Je begon met de wanden schoon te maken, je kooi uit te schrobben en je kooi weer wat toonbaarder te maken. Elk deel van het schip werd geboend van het ene eind tot het andere eind.. Vaak gebeurde het, dat schippers werden ontslagen, als het schip er niet uit zag naar de tevredenheid van de reder. Gewoonlijk stonden zij bij de sluis en zeiden..... Ik zie u dadelijk wel bij de losplaats. Dat was een teken dat het schip er niet uitzag naar de tevredenheid van de reder.. Ik kan je garanderen, dat we de volgende reis een andere schipper hadden. ( Tom Jacombe – Grimsby )
Op de thuis reis was het niet slecht toeven aan boord, want je had tijd om bij te komen. Als, laten we aannemen, dat wij van de Witte Zee komen. Dan liep je normale wachten, wat wij dan stoom wachten noemden.. Je kwam op, bijvoorbeeld rond het middag maal tot aan de thee tijd en je kwam die dag dan niet meer op wacht tot de volgende morgen.. Je had dan gewoonlijk twaalf uur af.. omdat er niet veel te doen was. Je moet met elkaar het schip schoon maken en het vistuig weer gereed maken voor de volgende reis. En voor dat soort dingen had je dan vijf dagen de tijd. En zodoende kreeg je genoeg slaap, voor je thuis kwam. ( George Mussell-Grimsby )
Als je de trawl voort sleept, vaar je niet volle kracht. Dat doe alleen als je thuis stoomt.. In feiten is de slechtste tijd voor de eerste machinist, de thuis reis. Je dacht altijd dat er voldoende marge was, maar gebruikelijk lieten zij weinig speling in tijd toe, om het tij voor een bepaalde afslag datum te halen. Als je slecht weer had, probeerden zij het wel, maar vaak moest vaart worden geminderd.. Je moest je vaak voor niets inspannen en dat was het punt waar het kan mis gaan, Op de Ross Revenge hadden we een drie bladige schroef.. Het was wat zij noemden een verstelbare schroef. De machine draaide altijd op vol vermogen en de snelheid werd aangepast door de schroef, door de verschillende standen er van. We waren nog ongeveer vier en twintig uur van huis en we hoorden iets slaan en er sloeg een blad van de schroef af. Je kon geen kopje meer op de tafel in de mess-room laten staan , door de trillingen. Het schip moest naar het droog dok in Immingham om de bodem van het schip schoon te maken. Het schip was te groot voor de sleep helling in Grimsby. We konden het schip nog wel binnen brengen, losten de vis en meerden weer aan de kade tegen over de kantoren van de Ross rederij. Er was slechts een nood bemanning aan boord, de schipper en ik en wat zij noemde de “verhaal ploeg “. Ze stookte 's-morgens de ketels op , wat gedaan werd door gepensioneerde machinisten. Toen het schip ging varen konden zij pas de trillingen voelen en door de spreekbuis adviseerden zij de schipper om niet sneller te varen dan halve kracht en zo langzaam mogelijk te varen. Ze wilden niet dat de resterende bladen er ook af zouden vliegen. De schroef was massief metaal en ook de bladen en alles wat er van over was, was de naaf., Het resterende deel werd verwijderd. We hadden een reserve schroef aan boord en deze werd gemonteerd, maar het moet wel een heel oud geval zijn geweest. ( Collin Donald -Grimsby )
Toen ik voor het eerst ging vissen, kon ik mij nog speciaal Beren eiland en de Witte zee goed herinneren, waar je een van de schepen van de Northern maatschappij , zoals de Northern Spray en Northern Duke, in ongeveer een week kon vol vissen. Ik praat dan over 4000 kits. Het gebeurde regelmatig dat er zeven of acht diep zee trawlers, allen van dezelfde plaats en op dezelfde dag hun vis losten. De afslag was overvol. In die tijd was het ook heel normaal, dat er veertig tot vijftig Noordzee trawlers, iedere dag vis losten. Er was een overvloed aan vis. Ik dacht altijd bij mijzelf als ik in bed lag, na drie weken op zee te hebben gezeten, ik in een gebed er om smeekte, dat het maar mocht gaan regenen. Want ik dacht altijd dat bij regen de prijzen van de vis wel omhoog zouden gaan. Maar als de zon scheen en niemand vis wilde, had je drie weken voor niets gewerkt. En ik bedoel ook echt .... niets. Er was geen gegarandeerde betaling. Het was alleen maar een zaak van ... je bent mij iets schuldig, dus geef het. Als je veel verdiende, moest je op Maandag afslaan. Je kwam dan 's-Zondags binnen en loste Maandag morgen.. Je had dan een dag vrij en dan vertrok je weer, dus je hebt het over twee dagen. Bij de Noordzee schepen kwam je binnen, loste je en vertrok weer de volgende dag. Je was dan misschien ongeveer achttien uur thuis en je vertrok weer. ( Tom Jacombe -Grimsby )
Je probeerde altijd op Maandag, Dinsdag en Woensdag te lossen. Donderdag was nooit zo goed. Allen richtte zich op de Woensdag. Maar ze konden natuurlijk niet allemaal lossen. Een van de grote problemen was de mogelijkheid van lossing van alle schepen. Er was een zekere hoeveelheid lossers en er waren bepaalde regelingen.. Korte reizen werden eerst gelost. Er waren speciale ingewikkelde regelingen.. Er waren gecompliceerde overeen stemmingen over het lossen en als je niet voorzichtig was, kon je worden uitgesloten van werk krachten en moest je de volgende dag lossen. Om je vloot af te stemmen op de lossing voorschriften, was een probleem.. Rond 1970 of misschien iets later, waren drie mensen verantwoordelijk voor de op zet er van. De verantwoordelijke personen waren Vernon Green van de Boston rederij, Nigel Marsden van de Consolidated rederij en ikzelf en wij vormde het Planning Lossing Comité en we hadden ook verschillende mensen die verantwoordelijk waren, waar zij de uitvoering er van behartigden.. Gewoonlijk vergaderden wij elke middag om twee uur en trachtte het uit te zoeken en dat verliep vrij gunstig. Tot ieders verwondering werkte het uitstekend, De korte reizen hadden voorrang, om dat zij de beste kwaliteit hadden. Ik geloof niet, dat ze hetzelfde systeem in Hull hadden, Als je van IJsland kwam en je maakte een vrij snelle reis, zeventien dagen tot de lossing, kreeg je lossers toegewezen voor iemand ,die een reis maakte van negentien dagen en zo voort. ( John Butt/ Grimsby ) In die tijd begon je altijd om twaalf uur te lossen.. Het gaf niet hoeveel vis je aan boord had, je kon doorgaan tot tien of elf uur de volgende morgen, De bemanning zocht vertier aan de wal. Als we om tien uur binnen liepen, waren de pubs gesloten in die tijd., maar waren we om acht uur binnen gelopen, konden we nog gauw een paar biertjes pakken. In die dagen kreeg een matroos een basis loon. Hij kreeg dat , onverschillig wat we besomden. Hij was gewend een loon te ontvangen. Van de besomming ontving de matroos £ 6 van de £ 1000, De ketelbink ontving de helft, dus £ 3. en de bootsman ontving £ 12. Maar de schipper kreeg £ 50 van de £ 1000., de stuurman ongeveer £ 35. In die dagen verdienden de matrozen een redelijk loon, wat neer kwam op ongeveer £ 30 per week en wat op kon lopen tot £ 12 per £ 1000. De bootsman was dan gewend om hiervan het dubbele te krijgen. Wij als schippers waren gewend om £ 50 van de duizend te ontvangen, maar als wij een goede reis maakten, waren we gewend en bonus te krijgen. Zo verdienden wij goed geld, soms erg veel geld. Als je dat vergelijkt met een matroos £ 6 tegen £ 50 is er een groot verschil. Maar de schipper heeft de verantwoording en dat betaald altijd meer. En je was er ook verantwoordelijk voor, als je zonder vis binnen kwam. Je zou dan waarschijnlijk je ontslag krijgen. ( George Mussell- Grimsby )
Het eerste ding wat ik overdag moest doen was natuurlijk in de afslag kijken hoe het gesteld was met de vis van de reis. De vis lag uitgestald in grote vierkanten elk van 250 tot 300 kits vis. Het nam een grote ruimte van de afslag in beslag en de stuurman liep er ook vaak rond en wij namen dan samen de reis door.. Ik kon dan zeggen of ik tevreden was of niet en de arme kerel en zijn bemanning hadden dan een en twintig dagen moeten buffelen en ik had in een warm kantoor gezeten, maar dat was mijn baan Daarna werd de vis verkocht en wij gingen dan naar de Northern trawlers kantine voor ons ontbijt.. gevolgd door onze ochtend bespreking, die iedere morgen om half negen begon, waarin wij de benodigde vragen doornamen en het machine rapport van het schip met het hoofd van de technische dienst.. Later in de morgen ontvingen wij het verkoop verslag van de afslag en de rest van de morgen spraken wij met de schippers die de vis hadden gelost, over de voorgaande reis en waar de volgende naar toe zou gaan en zo meer. ( John Butt -Grimsby )

<< Vorige Volgende >>
...home Geplaatst op 17-10-2014 en 1666 keer gelezen Like dit 576 Liked