Deel 1 Deel 2 Deel 3 Deel 4

De Boulogne-logger van Maas: een succesformule.
in 4 delen

De sprong vooruit van Scheveningen

De logger maakte als vissersschip in 1865 officieel zijn entree in Nederland. De niet-Scheveninger A.E. Maas was de man die dit type schip hier introduceerde. Het werd hem niet in dank afgenomen; in het oerconservatieve wereldje van de zeevisserij zat men niet te wachten op nieuwlichters. Toch zou deze logger ruim honderd jaar aan de haringvissers dienstbaar blijven. Wat was die toenmalige logger voor een schip en hoe kreeg hij zijn plaats binnen de Hollandse haringvisserij? Eeuwenlang waren de platboomde pinken - later bomschuiten genaamd - de enige vissersschepen die men bij de Noordzeedorpen van Holland in gebruik had. Door het ontbreken van een haven moest hun vloot vanaf het strand in zee steken; na terugkeer van zee landden de schepen op het strand weer aan. Hun aangevoerde vis, en in mindere mate haring, werd op het strand bij het dorp gelost. Alleen vissers op de schepen van haringsteden als Vlaardingen, Maassluis, Delfshaven en Rotterdam kaakten hun haring; de kustdorpers voerden de haring vers of gezouten (gesteurd) aan. Vervolgens werd deze aan de wal bij plaatselijke rokerijen verwerkt tot bokking en ook wel gedroogd. Van het laatste is verder weinig bekend. In 1857 kregen de kustdorpen bij wetswijziging eveneens het recht om de haring te mogen kaken.

De ergernissen van een nieuwlichter

Scheveningen kende rond 1850 zo'n honderd bomschuiten als eigendom van een aantal reders. De plompheid van die bomschuiten bracht de hotelhouder en tevens reder A.E. Maas er toe om in 1865 uit te kijken naar een ander type vissersschip. In 1854 had hij zijn eerste twee bomschuiten gekocht. In feite was hij badhuis-exploitant maar zoals bij verschillende anderen in de 19de eeuw lonkte ook bij Maas het avontuur van de zeevisserij. Hij richtte zich vooral op de haringvisserij die door de komende wetswijziging van 1857 veel perspectieven zou gaan bieden. Twee zaken zaten Maas dwars: ten eerste het te grote gewicht in zee van de haringnetten, ten tweede de traagheid van de bomschuit. De - in de ogen van zijn dorpsgenoten - buitenstaander Maas bleek een doener: hij keek allereerst uit naar andersoortige netten en trof in Engeland in 1858 het katoenen net dat - in zee staand - aanzienlijk lichter woog dan het Hollandse net van hennep. Hij ging dan ook deze Engelse netten gebruiken en boekte veel succes vanwege de goede vangsten; hiermee was een eerste hindernis genomen. Maar die te logge bomschuiten waren op weg naar de visgronden en op hun terugweg in Maas' ogen veel te veel tijd kwijt en er stond evenmin een groot laadvermogen van zo'n vaartuig tegenover. De schepen van de grote haringsteden hadden alle meer laadruimte en ze waren aanzienlijk sneller dan de vloot van de kustdorpers.

Revolutionair scheepstype

Maas vond echter de schepen die Holland bouwde te zwaar voor zijn techniek van haringvissen met katoenen netten; ze waren ook te duur naar zijn mening. Op Europese vaktentoonstellingen keek hij dan ook uit naar andere typen vissersschepen. Na een bezoek aan een expositie in Noorwegen nam Maas in 1865 een belangrijk besluit dat een ommekeer zou worden binnen de Hollandse vleetvisserij op haring. Hij gaf een werf in het Franse Boulogne opdracht tot de bouw van een vissersvaartuig. Dit was van het type dat de Franse naam 'lougre' en ook wel 'chasse marée' (zeejacht: auteur) droeg. Nota bene luidde een niet-Scheveninger hiermee voor Scheveningen een nieuw tijdperk in...
© Piet Spaans 2009 historisch publicist en auteur Den Haag Holland Volgende >>
...terug ...home Geplaatst op 10-04-2009 en 508 keer gelezen
Like dit 202 Liked